wetzoeker

Artikel I Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen

Het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, vinden plaats ten voordele en in het belang van alle landen, ongeacht de graad van hun economische of wetenschappelijke ontwikkeling, en gaan de gehele mensheid aan.

De kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, mag vrijelijk worden onderzocht en gebruikt door alle Staten zonder enige vorm van discriminatie, op voet van gelijkheid en in overeenstemming met het volkenrecht, en de toegang tot alle delen van de hemellichamen is vrij.

Er is vrijheid van wetenschappelijk onderzoek in de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, en de Staten vergemakkelijken en bevorderen internationale samenwerking bij zulk een onderzoek.

Regeling
Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-10-1969
BWB-id
BWBV0004403
Versie
1969-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl