wetzoeker

Protocol van Ondertekening Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen

Op het ogenblik dat de ondergetekenden overgaan tot de ondertekening van deze Overeenkomst zijn zij, daartoe behoorlijk gemachtigd, het volgende overeengekomen:

1. Het is wel te verstaan dat de Overeenkomstsluitende Partijen slechts gehouden zijn de in artikelen 2, 3 en 8 van deze Overeenkomst bedoelde verplichtingen na te komen, voor zover op hun grondgebied binnenwateren, met uitzondering van meren die niet in open verbinding staan met andere vaarwegen, voor internationale scheepvaart worden gebruikt

2. Wanneer een land bij de ondertekening of de bekrachtiging van of de toetreding tot deze Overeenkomst er kennis van heeft gegeven dat de door zijn instellingen aangebrachte metingsmerken niet uitsluitend ten doel hebben duidelijk te maken dat een meting heeft plaatsgehad, mogen deze merken bij hermeting noch verwijderd, noch uitgewist worden; links ervan wordt echter een onuitwisbaar merk aangebracht in de vorm van een kruisje met een horizontale en verticale balk van gelijke lengte.

3. Het is wenselijk dat de in artikel 4 van de Bijlage bij deze Overeenkomst bedoelde meting met grote nauwkeurigheid wordt verricht, en dat deze in elk geval voldoende is om te bereiken dat de afwijkingen voor de getallen die de waterverplaatsing aangeven volgens de meetbrief, zowel voor de maximale waterverplaatsing als voor de waterverplaatsingen die behoren bij de opgegeven verschillen in diepgang, beneden de volgende waarden blijven:

- 1 % voor de verplaatsingscijfers van maximaal 500 m3;

- 5 m3 voor de verplaatsingscijfers van minimaal 500 m3 tot maximaal 2000 m3;

- 0,25 % voor de verplaatsingscijfers van minimaal 2000 m3.

Regeling
Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-08-1979
BWB-id
BWBV0004330
Versie
1979-08-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl