wetzoeker

Artikel 11 Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen

1 In het geval dat, bij toepassing van artikel 5 van deze Overeenkomst, een bureau van meting van een Overeenkomstsluitende Partij een meetbrief, uitgereikt door een bureau van meting van een andere Overeenkomstsluitende Partij, verlengt, zal de bevoegde centrale dienst van het land, tot hetwelk eerstgenoemd bureau behoort, de bevoegde centrale dienst van de andere Overeenkomstsluitende Partij moeten inlichten; daarvoor moet hij minstens driemaandelijks een lijst, opgemaakt volgens het model aangegeven in Aanhangsel 3 van deze Bijlage, verzenden; evenwel kunnen Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomen het zenden van lijsten te vervangen door een mededeling van het bureau van meting dat de verlenging heeft uitgevoerd aan het bureau van meting dat de meetbrief heeft uitgereikt.

2 Voor toepassing van artikel 7, lid 2, van deze Overeenkomst doet de bevoegde centrale dienst van een Overeenkomstsluitende Partij waarvan een bureau van meting hermeting van binnenvaartuigen, laatstelijk gemeten door een bureau van een andere Overeenkomstsluitende Partij, verricht heeft, minstens driemaandelijks aan de bevoegde centrale dienst van die andere Overeenkomstsluitende Partij een lijst van bedoelde binnenvaartuigen toekomen, opgemaakt volgens het model van Aanhangsel 4 van deze Bijlage, onder bijvoeging van de ingetrokken meetbrieven; evenwel kunnen Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomen het zenden van lijsten te vervangen door een mededeling van het bureau van meting dat de meetbrief intrekt aan het bureau dat de meetbrief had uitgereikt.

Regeling
Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-08-1979
BWB-id
BWBV0004330
Versie
1979-08-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl