wetzoeker

Artikel 5 Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming

Een belangrijk element in de bestrijding van de stroperij is de reglementering van het vervoer en het in de handel brengen van wild.

In België is het verboden vanaf de derde dag na de sluiting van de jacht wild te koop te stellen, te verkopen, te kopen, te vervoeren of te venten. In gesloten tijd is het eveneens verboden aan handelaars in voedingswaren en restaurateurs wild voorradig te hebben, zelfs buiten hun woning, en is het aan eenieder verboden wild te verbergen of voorradig te houden voor rekening van handelaars. Wild mag slechts worden te koop gesteld of gekocht vanaf de dag die op de opening van de jacht volgt. Het vervoeren van dood wild is derhalve wettelijk verboden gedurende de gesloten jachttijd, welke ook de herkomst van het wild is of in welke vorm dan ook (vers, bevroren, ingeblikt). Levend wild mag slechts vervoerd worden voor de herbevolking van de jachtgebieden en met machtiging van de Minister van Landbouw.

In de Nederlandse jachtwet is het vervoeren van en de handel in wild in gesloten en geopende jachttijd vrij uitputtend geregeld. Samenvattend komen de gestelde regelen eigenlijk neer op een verbod van vervoer of het onder zich hebben van wild in gesloten of geopende jachttijd, indien het wild niet op legale wijze is verkregen. Wildhandelaars mogen evenwel in gesloten jachttijd wild verhandelen, vervoeren of doen vervoeren mits het vervoer gedekt is door een geleidebiljet. Geschoten grof wild moet bovendien voorzien zijn van wildmerken verstrekt door het Ministerie van Landbouw. Bepaalde wildsoorten mogen niet ongemerkt vervoerd worden, terwijl het vervoer door anderen dan de vergunninghouder slechts is toegestaan voor zover dit vervoer gedekt is door een, door laatstgenoemde afgegeven, geleidebiljet.

Krachtens de Luxemburgse jachtwet is het vervoer van wild in gesloten jachttijd verboden. Nochtans is de invoer van wild toegestaan mits de wettelijk geoorloofde herkomst is aangetoond.

Gegeven de hiervoor beschreven situatie en rekening houdend met het feit dat een normale afzetperiode moet worden voorzien voor de verkoop en het vervoer van wild na de sluiting van de jacht, bepaalt artikel 5 dat tot 10 dagen na de sluiting van de jacht het regime ten aanzien van het vervoer en het in de handel brengen van wild in open jachttijd mag worden toegepast.

In het tweede lid wordt gesteld dat buiten de open jachttijd het vervoer en het in de handel brengen van wild slechts zijn toegestaan met inachtneming van de nationale wettelijke regelen.

Het begrip «in de handel brengen» dient uiteraard in zeer brede zin te worden opgevat; het omvat o.a. het voorhanden hebben of bewaren, het bereiden, bewerken of anderszins behandelen, het uitstallen, verpakken, invoeren, het te koop aanbieden, verkopen, al dan niet kosteloos overdragen, verspreiden en ruilen.

Regeling
Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-2021
BWB-id
BWBV0004239
Versie
2021-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl