wetzoeker

Artikel 3 Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming

De uitoefening van de jacht dient enerzijds haar begrenzing te vinden in de regel dat de belangen van de grondgebruikers moeten worden ontzien en anderzijds in het streven te voorkómen dat door overmatig afschot van in het wild levende dieren de ondergang, hetzij plaatselijk, landelijk of internationaal, van bepaalde soorten veroorzaakt wordt. Tussen deze grenzen zal in beginsel een ieder de jacht mogen uitoefenen.

De regeling van de jacht zal echter een zodanige moeten zijn, dat - binnen de genoemde begrenzing - een optimale wildstand behouden blijft. Daartoe is het onder meer noodzakelijk regelen te stellen met betrekking tot de afmetingen, waaraan jachtvelden moeten voldoen.

Het is duidelijk dat, in het algemeen, de jacht op wild alleen dan behoorlijk kan worden uitgeoefend, wanneer deze jachtuitoefening plaatsvindt op terreinen van zodanige afmetingen, dat het daarop aanwezige wild daar gelegenheid vindt voor voeding, voortplanting, dekking en rust, en wel in die mate, dat dit wild zich daar bij voortduring kan ophouden. De jager is dan in staat door middel van afschot de wildstand te regelen en deze aldus op een redelijk peil te handhaven. Bijgevolg kan hij verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van een te hoge wildstand en zal hij eventueel de gevolgen dragen van het overbejagen. Door het vaststellen van een minimum grootte van de jachtterreinen wordt bereikt dat cynegetisch aanvaardbare jachtterreinen ontstaan.

Gelet op de uiteenlopende feitelijke omstandigheden in de drie landen, is niet voorzien in een gelijke norm voor het ganse Beneluxgebied. De minimale oppervlakte, welke een aaneengesloten gebied moet vormen, is vastgesteld op 25 hectare voor het Beneluxgebied ten noorden en ten westen van de lijn Samber en Maas op Belgisch grondgebied en op 50 hectare ten zuiden van deze lijn. Daarenboven is de jacht op waterwild toegestaan op terreinen van geringere oppervlakte, mits deze, op het ogenblik dat die jacht wordt uitgeoefend, een minimum aaneengesloten wateroppervlakte van een hectare omvatten. Nochtans kunnen geen geringere minimum-oppervlakten worden vastgesteld dan die, welke op de datum van ondertekening der Overeenkomst op grond van de nationale wetgeving gelden.

Regeling
Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-2021
BWB-id
BWBV0004239
Versie
2021-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl