wetzoeker

Tweede Protocol ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1982
Rechtsgebied
Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht, Internationaal publiekrecht, Internationaal strafrecht, Strafrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0003933
Versie
1982-08-01_0
SHA-256 bron
b2d99c66587612c803a317a1cc756a18292098795da2a310a526ff17f2bbcac6

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. BIJLAGE I — Benelux-modelwet betreffende de bedrogsdelicten
  7. BIJLAGE II — Benelux-modelwet betreffende de strafbaarstelling van valse verklaringen voor internationale gerechten

Tweede Protocol ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof

Artikel 1

1 Ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof worden als gemeenschappelijke rechtsregels aangewezen voor de toepassing van de Hoofdstukken III en IV van genoemd Verdrag de bepalingen van:

1°. de Benelux-modelwet betreffende de bedrogsdelicten, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage I;

2°. de Benelux-modelwet betreffende de strafbaarstelling van valse verklaringen voor internationale gerechten, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage II;

3°. de beschikkingen, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage III, genomen door het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie op grond van artikel 19 a) van het Unie-Verdrag, van het Protocol inzake de afschaffing van controles en formaliteiten aan de binnengrenzen van Benelux en inzake de opheffing van de belemmeringen van het vrije verkeer, alsmede van de Overeenkomst inzake administratieve en strafrechtelijke samenwerking van 29 april 1969;

4°. de door de Werkgroep voor het Personenverkeer, ingesteld op grond van artikel 21 van het Unie-Verdrag, ter uitvoering van artikel 1, 6) van de Overeenkomst van 11 april 1960 inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied genomen beschikking, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage IV;

5°. de door de Ministeriële Werkgroep van Volksgezondheid, ingesteld op grond van artikel 21 van het Unie-verdrag, genomen beschikkingen, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage V;

6°. de door de Ministeriële Werkgroep voor Administratieve Zaken, ingesteld op grond van artikel 21 van het Unie-Verdrag, genomen beschikkingen, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage VI;

7°. de door het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie op grond van artikel 19 c) van het Unie-Verdrag tot de Regeringen van de drie Beneluxlanden gerichte aanbevelingen, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage VII;

8°. de beschikkingen en aanbevelingen, welke een der hierboven onder 3° tot 7° aangewezen beschikkingen of aanbevelingen wijzigen, aanvullen of vervangen;

9°. het onderhavige Protocol.

2 De beschikkingen en aanbevelingen bedoeld in lid 1, 8° worden in elk der drie Staten bekendgemaakt in de vorm welke aldaar voor de bekendmaking van verdragen is voorgeschreven. De uitleg kan slechts aan het Benelux-Gerechtshof worden gevraagd, indien zij aldus zijn bekendgemaakt in de Staat waarin de vraag van uitleg is gerezen en, sedert die bekendmaking, tien dagen zijn verstreken.

Tweede Protocol ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof

Artikel 2

Het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie kan de bepalingen van één of meer der in artikel 1 genoemde modelwetten, beschikkingen of aanbevelingen geheel of gedeeltelijk van de toepassing van dat artikel uitsluiten, na terzake advies te hebben ingewonnen van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad. De beschikking van het Comité van Ministers heeft slechts rechtskracht indien zij, in de Staat waarin de vraag van uitleg is gerezen, is bekendgemaakt in de vorm welke aldaar voor de bekendmaking van verdragen is voorgeschreven en, sedert haar bekendmaking, tien dagen zijn verstreken.

Tweede Protocol ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof

Artikel 3

De bijlagen van dit Protocol vormen een integrerend bestanddeel daarvan.

Tweede Protocol ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof

Artikel 4

1 Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt dit Protocol alleen voor het Rijk in Europa.

2 De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden kan de toepasselijkheid van dit Protocol uitbreiden tot Suriname en de Nederlandse Antillen door middel van een verklaring, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie, die daarvan onmiddellijk kennis geeft aan de beide andere Regeringen. Deze verklaring wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand, volgende op de datum waarop de Secretaris-Generaal haar heeft ontvangen.

Tweede Protocol ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof

Artikel 5

1 Dit Protocol zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden neergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie, die de Overeenkomstsluitende Partijen kennis geeft van de neerlegging van die akten.

2 Het Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgende op de datum van neerlegging van de derde akte van bekrachtiging.

3 Het Protocol blijft evenlang van kracht als het op 31 maart 1965 te Brussel gesloten Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof.

BIJLAGE I — Benelux-modelwet betreffende de bedrogsdelicten

BIJLAGE I — Benelux-modelwet betreffende de bedrogsdelicten

Oplichting

Hij die met het oogmerk zichzelf of een ander enig goed of enig vermogensvoordeel te verschaffen, waarop noch hij noch de ander recht heeft, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, of tot enig handelen of nalaten dat nadelig is of kan zijn voor zijn vermogen of voor dat van een ander, wordt als schuldig aan oplichting gestraft met............

Administratieve oplichting

Hij die hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels een ambtenaar, een openbaar officier of een met enige openbare dienst belaste persoon beweegt tot het volvoeren van een ambtsverrichting, die hij gerechtigd of verplicht is na te laten, of tot het nalaten van een ambtsverrichting, die hij gerechtigd of verplicht is te volvoeren, wordt gestraft met............

Flessentrekkerij

Hij die wetende dat hij niet in staat is te betalen, hetzij zich in een daartoe bestemde inrichting dranken of eetwaar laat verstrekken, die hij aldaar geheel of ten dele nuttigt, hetzij zich nachtverblijf laat verstrekken in een daartoe bestemde inrichting, hetzij zich doet vervoeren per taxi, wordt gestraft met............

Met gelijke straf wordt gestraft hij die zich nadat hij de dienst heeft genoten op bedrieglijke wijze aan de betaling onttrekt.

BIJLAGE II — Benelux-modelwet betreffende de strafbaarstelling van valse verklaringen voor internationale gerechten

BIJLAGE II — Benelux-modelwet betreffende de strafbaarstelling van valse verklaringen voor internationale gerechten

Hij die in de gevallen, waarin door of krachtens een internationale overeenkomst, waarbij België/Luxemburg/Nederland partij is, een verklaring onder ede of onder een daarvoor in de plaats tredende bevestiging of belofte wordt gevorderd, voor een internationaal gerecht opzettelijk een valse verklaring in die vorm aflegt, wordt gestraft met............

Geen vervolging vindt plaats dan op een tot de Belgische/Luxemburgse/Nederlandse overheid gerichte klacht van het internationaal gerecht voor wie de valse verklaring werd afgelegd.