wetzoeker

Bijlage B — Bijzondere regelingen voor minst-ontwikkelde landen ingevolge artikel 10, vijfde lid Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen

Bijzondere regelingen voor minst-ontwikkelde landen ingevolge artikel 10, vijfde lid

1. Leden die volgens de begripsomschrijving van de Verenigde Naties behoren tot de categorie van de minst-ontwikkelde landen, betalen de in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, bedoelde aandelen op de volgende wijze:

a. 30 procent wordt in drie gelijke termijnen over een periode van drie jaar voldaan;

b. vervolgens wordt 30 procent voldaan in termijnen op een door het College van Bewindvoerders vast te stellen wijze en tijdstip;

c. na voldoening van de hierboven onder de onderdelen a en b bedoelde percentages, wordt de resterende 40 procent door de Leden gegarandeerd door deponering van niet-herroepbare, niet-overdraagbare, niet-rentedragende promessen en voldaan op een door het College van Bewindvoerders vast te stellen wijze en tijdstip.

2. Niettegenstaande het bepaalde in artikel 31 wordt een land dat deel uitmaakt van de categorie van de minst-ontwikkelde landen, niet als Lid geschorst op grond van het feit dat het zijn in het eerste lid van deze Bijlage bedoelde financiële verplichtingen niet nakomt, alvorens dit land volledig in de gelegenheid is gesteld binnen een redelijke termijn zijn standpunt uiteen te zetten en de Raad van Bestuur van zijn onvermogen deze verplichtingen na te komen, te overtuigen.

Regeling
Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-01-2016
BWB-id
BWBV0003602
Versie
2016-01-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl