wetzoeker

Artikel 16 Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake het overnemen van strafvervolgingen

Verjaring van het recht tot strafvordering

1 In de verzoekende Staat wordt de verjaring van het recht tot strafvordering geschorst met ingang van de datum van het overeenkomstig de artikelen 6 en 7 ingediende verzoek tot strafvervolging tot de dag waarop de verzoekende Staat in de gevallen bedoeld in artikel 15 het recht tot strafvervolging herkrijgt. Deze schorsing kan echter niet langer duren dan zes maanden.

2 In de aangezochte Staat begint de termijn van verjaring te lopen met ingang van de dag waarop het feit is begaan. De verjaring van het recht tot strafvordering wordt geschorst met ingang van de datum van het verzoek tot strafvervolging tot aan de datum van de beslissing op dat verzoek. Wanneer in de verzoekende Staat de verjaring vóór de datum van het verzoek tot strafvervolging gestuit of geschorst is ingevolge een omstandigheid die volgens de wetgeving van de aangezochte Staat hetzelfde rechtsgevolg zou hebben, wordt deze omstandigheid geacht de verjaring in de aangezochte Staat eveneens te hebben gestuit of geschorst.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake het overnemen van strafvervolgingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-05-1974
BWB-id
BWBV0003465
Versie
1974-05-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl