wetzoeker

Artikel 15 Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake het overnemen van strafvervolgingen

Gevolgen van het verzoek tot strafvervolging en van de inwilliging daarvan, in de verzoekende Staat

1 Tot de ontvangst van de kennisgeving van de beslissing van de aangezochte Staat op het verzoek tot strafvervolging kan de strafzaak door de verzoekende Staat noch worden afgedaan noch ter terechtzitting aanhangig worden gemaakt, behalve in geval van intrekking van het verzoek overeenkomstig artikel 4.

2 De verzoekende Staat kan geen enkele daad van vervolging ten aanzien van de verdachte meer verrichten zodra de aangezochte Staat kennis heeft gegeven van de inwilliging van het verzoek tot strafvervolging. Indien de aangezochte Staat de inwilliging alsnog intrekt overeenkomstig artikel 3, vierde en vijfde lid, herkrijgt de verzoekende Staat het recht tot strafvervolging met ingang van de dag van kennisgeving van het intrekken van de inwilliging.

3 Wordt het verzoek overeenkomstig het tweede lid van artikel 1 gedaan, dan kan de burgerlijke partij zich zonder kosten uit de strafzaak terugtrekken. De voeging eindigt van rechtswege op het ogenblik waarop kennis wordt gegeven van de inwilliging van het verzoek.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake het overnemen van strafvervolgingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-05-1974
BWB-id
BWBV0003465
Versie
1974-05-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl