wetzoeker

Voorschrift 6 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

PASSAGIERSSCHEPEN EN VRACHTSCHEPEN

1 [Gereserveerd]

2 [Gereserveerd]

3 Noodsignalen

Op of in de nabijheid van de brug moeten ten minste twaalf valschermsignalen, die voldoen aan de vereisten van sectie 3.1 van de Code, zijn geplaatst.

4 Communicatie aan boord en alarmsystemen

4.1 Ten behoeve van de communicatie in twee richtingen tussen noodcontrolestations, verzamel- en inschepingsplaatsen en strategische punten aan boord moet er aan boord een nood-communicatiesysteem zijn, vast aangebracht dan wel draagbaar, of een combinatie van beide.

4.2 Er moet een algemeen alarmsysteem dat voldoet aan de vereisten van paragraaf 7.2.1 van de Code zijn aangebracht, dat moet worden gebruikt om de passagiers en de bemanning naar de verzamelplaatsen op te roepen en om de in de verlaatrol opgenomen handelingen te doen aanvangen. Het systeem moet zijn aangevuld door of een scheepsomroepsysteem dat voldoet aan de vereisten van paragraaf 7.2.2 van de Code of een ander doelmatig communicatiemiddel. Geluidssystemen voor algemene omroep- en radiovoorziening moeten automatisch worden uitgeschakeld wanneer het algemene alarmsysteem wordt geactiveerd.

4.3 Het algemeen alarmsysteem moet hoorbaar zijn in alle ruimten voor accommodatie en normale dienstruimten voor de bemanning. Op passagiersschepen moet het systeem ook hoorbaar zijn op alle open dekken.

4.4 Op schepen die zijn uitgerust met een marien evacuatiesysteem, moet de communicatie tussen de inschepingsplaats en het platform of de reddingsboot of het reddingsvlot worden gewaarborgd.

5 Scheepsomroepsystemen op passagiersschepen

5.1 In aanvulling op de vereisten van voorschrift II-2/40.5 of voorschrift II-2/41-2, naar gelang van het geval, en die van paragraaf 4.2, moeten alle passagiersschepen worden uitgerust met een scheepsomroepsysteem. Met betrekking tot passagiersschepen gebouwd vóór 1 juli 1997 zijn de vereisten van de paragrafen 5.2 en 5.4, onverminderd de bepalingen van paragraaf 5.5, uiterlijk van toepassing op de datum van het eerste periodieke onderzoek na 1 juli 1997.

5.2 Het scheepsomroepsysteem moet duidelijk hoorbaar zijn boven de in alle in paragraaf 7.2.2.1 van de Code bedoelde ruimten heersende geluiden, en moet zijn voorzien van een overnamefunctie die kan worden bediend vanaf een plaats op de brug of op elke andere plaats aan boord die de Administratie nodig acht, zodat alle noodberichten worden verspreid indien een van de luidsprekers in de desbetreffende ruimten uitgeschakeld is, het volume ervan laag staat of indien het scheepsomroepsysteem voor andere doeleinden wordt gebruikt.

5.3 Op passagiersschepen gebouwd op of na 1 juli 1997:

.1 moet het scheepsomroepsysteem ten minste twee circuits hebben die over hun gehele lengte voldoende gescheiden zijn, alsmede twee aparte en onafhankelijke versterkers; en

.2 moeten het scheepsomroepsysteem en de functioneringsnormen daarvan zijn goedgekeurd door de Administratie, met inachtneming van de door de Organisatie aangenomen aanbevelingen.

5.4 Het scheepsomroepsysteem moet zijn aangesloten op de noodenergiebron vereist door voorschrift II-1/42.2.2.

5.5 Op schepen gebouwd vóór 1 juli 1997 die reeds zijn uitgerust met een door de Administratie goedgekeurd scheepsomroepsysteem dat in hoofdlijnen voldoet aan de in de paragrafen 5.2 en 5.4 van deze bijlage en paragraaf 7.2.2.1 van de Code bedoelde systemen, hoeft het systeem niet te worden aangepast.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl