wetzoeker

Voorschrift 32 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

VRACHTSCHEPEN (AANVULLENDE VEREISTEN)

1 Reddingsboeien

1.1 Vrachtschepen mogen niet minder reddingsboeien die voldoen aan de vereisten van voorschrift 7.1 en sectie 2.1 van de Code aan boord hebben dan is voorgeschreven in de onderstaande tabel:

Lengte van het schip in meters | Minimum aantal reddingsboeien

minder dan 100 | 8

100 en minder dan 150 | 10

150 en minder dan 200 | 12

200 en meer | 14

1.2 Op tankschepen moeten de zelfontbrandende lichten, vereist in voorschrift 7.1.3, van het elektrische-batterijtype zijn.

2 Lichten op reddingsgordels

2.1 Deze paragraaf is van toepassing op alle vrachtschepen.

2.2 Op vrachtschepen moet iedere reddingsgordel zijn voorzien van een licht, dat voldoet aan de vereisten van paragraaf 2.2.3 van de Code.

2.3 Lichten aangebracht op reddingsgordels aan boord van vrachtschepen vóór 1 juli 1998 die niet volledig voldoen aan de vereisten van paragraaf 2.2.3 van de Code kunnen door de Administratie worden aanvaard tot de datum waarop het licht op de reddingsgordels normaal zou worden vervangen of tot de datum van het eerste periodieke onderzoek na 1 juli 2001, welke van beide het eerst is.

3 Overlevingspakken

3.1 Deze paragraaf is van toepassing op alle vrachtschepen. Vrachtschepen gebouwd vóór 1 juli 2006 moeten echter uiterlijk bij de eerste inspectie van de veiligheidsuitrusting op of na 1 juli 2006 aan de paragrafen 3.2 tot en met 3.5 voldoen.

3.2 Voor iedere opvarende moet een overlevingspak aanwezig zijn dat voldoet aan de vereisten van sectie 2.3 van de Code. Voor schepen anders dan bulkcarriers, als omschreven in voorschrift IX/1, zijn deze overlevingspakken niet vereist indien het schip voortdurend reizen maakt in gebieden met een warm klimaat waar overlevingspakken, naar het oordeel van de Administratie, niet nodig zijn.

3.3 Indien een schip wacht- of werkplekken heeft die ver verwijderd zijn van de plaats of plaatsen waar overlevingspakken doorgaans worden bewaard, met inbegrip van overeenkomstig voorschrift 31.1.4 aan boord aanwezige ver verwijderde reddingsboten en -vlotten moeten op deze plaatsen extra overlevingspakken aanwezig zijn voor het aantal personen dat op die plaats normaal gesproken wachtdienst doet of werkzaam is.

3.4 De overlevingspakken moeten zo zijn geplaatst dat ze gemakkelijk bereikbaar zijn en hun bergplaats moet duidelijk aangegeven zijn.

3.5 De overlevingspakken voorgeschreven in dit voorschrift kunnen worden gebruikt om te voldoen aan de vereisten van voorschrift 7.3.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl