wetzoeker

Voorschrift 12 Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij

BOUW

1. Tenzij anders bepaald is dit voorschrift van toepassing op elk schip met een brutotonnage van 400 ton of meer, met dien verstande dat paragraaf 3.5 van dit voorschrift uitsluitend hoeft te worden toegepast op schepen die op of vóór 31 december 1979 zijn opgeleverd, zoals omschreven in voorschrift 1.28.1, voor zover zulks redelijk en uitvoerbaar is.

2. Olierestanten (oliedrab) kunnen door middel van de in voorschrift 13 bedoelde standaardaansluiting voor afgifte rechtstreeks uit de tank(s) voor olierestanten (oliedrab) worden verwijderd en naar ontvangstfaciliteiten worden overgebracht of naar een ander goedgekeurd middel voor het verwijderen van olierestanten (oliedrab), zoals een verbrandingsoven voor olieresiduen (oliedrab), hulpketel geschikt voor het verbranden van olierestanten (oliedrab) of overige aanvaardbare middelen, die worden vermeld onder punt 3.2 van de Aanvulling op het IOPP-certificaat formulier A of B.

3. Er wordt voorzien in (een) tank(s) voor olierestanten (oliedrab) en deze:

.1 heeft/hebben een capaciteit die, gezien het type machines en de duur van de reis, toereikend is voor het opvangen van olierestanten (oliedrab) die niet op andere wijze kunnen worden behandeld overeenkomstig de voorschriften van deze Bijlage;

.2 wordt/worden voorzien van een speciale afgiftepomp die rechtstreeks moet kunnen aanzuigen uit de tank(s) voor olierestanten (oliedrab) voor het verwijderen van olierestanten (oliedrab) op een in voorschrift 12.2 omschreven wijze;

.3 heeft/hebben geen aansluitingen voor afgifte op het lenssysteem, de verzameltank(s) voor oliehoudend lenswater, de tanktop of de olie-waterafscheiders met dien verstande dat:

.1 de tank(s) voorzien kan/kunnen zijn van aftappunten, met handmatig bediende zelfsluitende kleppen en inrichtingen voor een daaropvolgende visuele controle van het bezonken water, die op een verzameltank voor oliehoudend lenswater of lensput uitkomen, of een alternatieve inrichting, mits een dergelijke inrichting niet rechtstreeks op het lensleidingsysteem aansluit; en

.2 de lozingspijpleidingen van de sliktank en de lenswaterpijpleidingen kunnen worden aangesloten op een gemeenschappelijke pijpleiding naar de in voorschrift 13 bedoelde standaardaansluiting voor afgifte; door de aansluiting van beide systemen op een eventuele gemeenschappelijke pijpleiding naar de in voorschrift 13 bedoelde standaardaansluiting voor afgifte mag het niet mogelijk zijn slik naar het lenssysteem over te brengen;

.4 wordt/worden niet aangesloten op pijpleidingen die een rechtstreekse aansluiting overboord hebben anders dan de in voorschrift 13 bedoelde standaardaansluiting voor afgifte; en

.5 wordt/worden zodanig ontworpen en gebouwd dat de reiniging ervan en de afgifte van restanten bij ontvangstinrichtingen worden vergemakkelijkt.

4. De voorzieningen van schepen gebouwd vóór 1 januari 2017 dienen uiterlijk bij het eerste hernieuwde onderzoek dat op of na 1 januari 2017 wordt uitgevoerd aan paragraaf 3.3 van dit voorschrift te voldoen.

Regeling
Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij
Afkortingen
MARPOL, MARPOL 73/78
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2026
BWB-id
BWBV0003241
Versie
2026-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl