wetzoeker

Artikel 7 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied

Elke Verdragsluitende Partij neemt met name en naar vermogen de onderstaande maatregelen ten einde op te treden bij een olielozing:

(a) het verrichten van een voorlopige evaluatie van de lozing, met inbegrip van de aard en de omvang van bestaande of vermoedelijke verontreinigende gevolgen;

(b) het onverwijld mededelen van informatie betreffende de lozing ingevolge artikel 5;

(c) het onverwijld vaststellen van haar vermogen tot het nemen van doeltreffende maatregelen voor het optreden bij de lozing en van de bijstand die nodig zou kunnen zijn;

(d) het waar passend plegen van overleg met andere betrokken Verdragsluitende Partijen bij het vaststellen van het noodzakelijke optreden bij de lozing;

(e) het nemen van de nodige maatregelen, ter voorkoming, vermindering of wegneming van de gevolgen van de lozing, met inbegrip van het bewaken van de situatie.

Regeling
Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-10-1986
BWB-id
BWBV0002956
Versie
1986-10-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl