wetzoeker

Artikel 51 Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland

Beveiliging, operationele bijstand

1 Het Gastland zal geen rechtsmacht uitoefenen of uitvoering geven aan een verzoek om bijstand of uitlevering van een andere Staat met betrekking tot personen die aan het Hof zijn overgedragen in overeenstemming met Deel 9 van het Statuut, personen die voorlopig in vrijheid zijn gesteld, of personen die vrijwillig of na een dagvaarding voor het Hof verschijnen, ten aanzien van handelen, nalaten of veroordelingen voorafgaand aan de overdracht, overbrenging of verschijning voor het Hof, uitgezonderd zoals vervat in het Statuut en het Reglement van proces- en bewijsvoering.

2 Wanneer een in het eerste lid van dit artikel bedoelde persoon, om welke reden dan ook, zonder veroordeling in vrijheid wordt gesteld door het Hof, blijft dit lid van toepassing gedurende een tijdvak van vijftien opeenvolgende dagen na de datum van zijn of haar invrijheidstelling.

Regeling
Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2008
BWB-id
BWBV0002899
Versie
2008-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl