wetzoeker

Artikel 50 Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland

Beveiliging, operationele bijstand

1 Indien, na veroordeling en onherroepelijke uitspraak, of na strafvermindering in overeenstemming met artikel 110 van het Statuut, de nog resterende duur van de door het Hof opgelegde gevangenisstraf minder bedraagt dan zes maanden, overweegt het Hof of de uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd in het cellencomplex van het Hof.

2 Wanneer het nodig blijkt de aanwijzing van de Staat van tenuitvoerlegging te wijzigen en wanneer het tijdvak voorafgaande aan de overbrenging naar een andere Staat van tenuitvoerlegging niet langer is dan zes maanden, plegen het Hof en het Gastland overleg over de vraag of de veroordeelde kan worden overgebracht naar een penitentiaire inrichting die door het Gastland in overeenstemming met artikel 103, vierde lid, van het Statuut ter beschikking is gesteld. Indien het tijdvak voorafgaande aan de overbrenging langer is dan zes maanden, wordt de veroordeelde overgebracht van het cellencomplex van het Hof naar een penitentiaire inrichting die door het Gastland in overeenstemming met artikel 103, vierde lid, van het Statuut ter beschikking is gesteld, na een verzoek van het Hof daartoe.

Regeling
Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2008
BWB-id
BWBV0002899
Versie
2008-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl