wetzoeker

Artikel 10 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing

1 Iedere Staat die Partij is, draagt ervoor zorg dat onderricht en voorlichting betreffende het verbod van foltering volledig opgenomen worden in de opleiding van met de wetshandhaving belast burgerpersoneel en militair personeel, van medisch personeel, van overheidsfunctionarissen en van anderen die betrokken kunnen zijn bij de bewaking, ondervraging of behandeling van een persoon die enige vorm van arrestatie, hechtenis of gevangenhouding ondergaat.

2 Iedere Staat die Partij is, neemt dit verbod op in de voorschriften of instructies betreffende de taken en functies van zodanige personen.

Regeling
Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-01-1989
BWB-id
BWBV0002507
Versie
1989-01-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl