wetzoeker

Artikel 4 Protocol tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake voorrechten en immuniteiten van de Nederlandse Taalunie

1

a. Aan de Algemeen Secretaris van de Taalunie worden een status vergelijkbaar met die van het hoofd van een diplomatieke zending en de daaruit voortvloeiende voorrechten en immuniteiten toegekend.

b. De immuniteit van jurisdictie geldt evenwel niet in geval van verkeersdelicten door hem begaan, noch in geval van schade veroorzaakt met een hem toebehorend of door hem bestuurd voertuig.

c. Zolang de Taalunie geen eigen stelsel van sociale zekerheid heeft zijn op hem de regelingen inzake sociale zekerheid van het land waar de Taalunie haar zetel heeft van toepassing.

2 Indien de Algemeen Secretaris een eigen onderdaan is, zijn de Partijen bij dit Protocol met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde voorrechten en immuniteiten slechts verplicht tot het verlenen van immuniteit van jurisdictie voor hetgeen hij in zijn officiële hoedanigheid heeft gedaan, gezegd of geschreven, ook nadat hij zijn ambt heeft neergelegd, en tot het verlenen van onschendbaarheid van zijn officiële stukken en documenten.

Regeling
Protocol tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake voorrechten en immuniteiten van de Nederlandse Taalunie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-01-1994
BWB-id
BWBV0002229
Versie
1994-01-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl