wetzoeker

Artikel 16 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Trinidad en Tobago inzake uitlevering

1 Wanneer een derde staat de uitlevering van een persoon aan één van de Verdragsluitende Staten heeft toegestaan, verzoekt die Verdragsluitende Staat de andere Verdragsluitende Staat om toestemming tot doortocht van die persoon ingeval een landing op het grondgebied van laatstgenoemde Staat is voorzien van een luchtvaartuig met die persoon aan boord.

2 Het verzoek om toestemming tot doortocht bevat de gegevens zoals genoemd in artikel 8, tweede lid, onder de letters a en c.

3 De Verdragsluitende Staat die om doortocht wordt verzocht kan weigeren toestemming te verlenen op de gronden waarin zijn recht voorziet.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Trinidad en Tobago inzake uitlevering
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-2003
BWB-id
BWBV0001599
Versie
2003-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl