wetzoeker

Artikel 20 Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR DE DRIE SECTOREN

242 PP-98 1. De radiocommunicatie-assemblee, de mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblee en de mondiale telecommunicatie-ontwikkelingsconferentie benoemen de voorzitter en een of meer vice-voorzitters voor elke studiegroep. Bij de benoeming van voorzitters en vice-voorzitters wordt bijzondere aandacht geschonken aan de eisen van competentie en billijke geografische spreiding, en de noodzaak van de bevordering van doeltreffender deelname door ontwikkelingslanden.

243 PP-98 2. Indien de werklast van een studiegroep zulks vereist, benoemt de assemblee of conferentie zoveel extra vice-voorzitters als zij nodig acht.

244 3. Indien, in het tijdvak tussen twee assemblees of conferenties van de desbetreffende Sector, een voorzitter van een studiegroep niet in staat is zijn taken te verrichten en slechts een vice-voorzitter is benoemd, neemt die vice-voorzitter de plaats van de voorzitter in. Wanneer voor een studiegroep meer dan een vice-voorzitter is benoemd, kiest de studiegroep tijdens de volgende vergadering een nieuwe voorzitter uit die vice-voorzitters en, indien nodig, een nieuwe vice-voorzitter uit de leden van de studiegroep. Op dezelfde wijze wordt een nieuwe vice-voorzitter gekozen indien een van de vice-voorzitters niet in staat is zijn taken gedurende dat tijdvak uit te oefenen.

245 4. De studiegroepen verrichten hun werkzaamheden zoveel mogelijk door middel van correspondentie, met gebruikmaking van moderne communicatiemiddelen.

246 5. De directeur van het Bureau van elke Sector stelt, op basis van beslissingen van de bevoegde conferentie of assemblee, na overleg met de Secretaris-Generaal en de ingevolge het Statuut en het Verdrag vereiste coördinatie, het algemene plan van werkgroepvergaderingen op.

246A PP-98 5bis 1) Lidstaten en Sectorleden nemen vraagstukken ter bestudering aan in overeenstemming met de door de desbetreffende conferentie of assemblee, naargelang van toepassing, opgestelde procedures met de vermelding of een daaruit voortvloeiende aanbeveling al dan niet aanleiding is voor formeel overleg tussen de Lidstaten.

246B PP-98 2) De uit de bestudering van bovengenoemde vraagstukken voortvloeiende aanbevelingen worden door een studiegroep aangenomen in overeenstemming met de door de desbetreffende conferentie of assemblee, naargelang het geval is, vastgestelde procedures. Aanbevelingen waarvoor geen formeel overleg met de Lidstaten vereist is ten behoeve van goedkeuring, worden geacht te zijn goedgekeurd.

246C PP-98 3) Een aanbeveling waarvoor formeel overleg tussen de Lidstaten vereist is, wordt, afhankelijk van het geval, hetzij behandeld in overeenstemming met nummer 247, hetzij doorgestuurd aan de desbetreffende conferentie of assemblee.

246D PP-98 4) De nummers 246A en 246B worden niet gebruikt voor vraagstukken en aanbevelingen die gevolgen hebben voor het beleid of de regelgeving, zoals:

246E PP-98 a) door de Radiocommunicatiesector goedgekeurde vraagstukken en aanbevelingen die betrekking hebben op de werkzaamheden van radiocommunicatieconferenties en andere door de radiocommunicatie-assemblee te bepalen categorieën van vraagstukken en aanbevelingen;

246F PP-98 b) door de Telecommunicatiestandaardisatiesector goedgekeurde vraagstukken en aanbevelingen die betrekking hebben op tarifaire en boekhoudkundige onderwerpen, en relevante nummer- en adresseringsplannen;

246G PP-98 c) door de Telecommunicatie-ontwikkelingssector goedgekeurde vraagstukken en aanbevelingen die betrekking hebben op onderwerpen van regelgevende, beleidsmatige en financiële aard;

246H PP-98 d) vraagstukken en aanbevelingen waarvan de reikwijdte onduidelijk is.

247 PP-98 6. Studiegroepen kunnen actie ondernemen voor het verkrijgen van goedkeuring van Lidstaten voor aanbevelingen die zijn opgesteld tussen twee assemblees of conferenties. De procedures die moeten worden toegepast voor de verkrijging van een dergelijke goedkeuring zijn die welke door de bevoegde assemblee of conferentie, naargelang van het geval, zijn goedgekeurd.

247A PP-98 6bis Aanbevelingen goedgekeurd bij toepassing van nummer 246B of 247 hebben dezelfde status als die welke door de conferentie of assemblee zelf worden goedgekeurd.

248 7. Indien nodig kunnen gemeenschappelijke werkgroepen worden ingesteld voor de bestudering van vraagstukken waarvoor de deelname van deskundigen van meerdere studiegroepen vereist is.

248A PP-98 7bis Op basis van een door de desbetreffende Sector opgestelde procedure, kan de directeur van een Bureau, in overleg met de voorzitter van de desbetreffende studiegroep, een organisatie die niet in de Sector deelneemt, uitnodigen vertegenwoordigers te sturen teneinde deel te nemen aan de bestudering van een specifieke aangelegenheid binnen de desbetreffende studiegroep of subgroepen hiervan.

248B PP-98 7ter Het is een Partner, zoals bedoeld in nummer 241A van dit Verdrag, toegestaan deel te nemen aan de werkzaamheden van de gekozen studiegroep zonder betrokken te zijn bij de besluitvormingsprocedure of liaison-activiteiten van die studiegroep.

249 8. De directeur van het desbetreffende Bureau stuurt de uiteindelijke rapporten van de studiegroepen naar de administraties, organisaties en entiteiten die in de Sector deelnemen. Deze rapporten omvatten een lijst van de in overeenstemming met nummer 247 goedgekeurde aanbevelingen. Deze rapporten worden zo snel mogelijk verzonden en, in elk geval, tijdig genoeg om ten minste een maand voor de datum van de volgende zitting van de desbetreffende conferentie te kunnen worden ontvangen.

Regeling
Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-07-2013
BWB-id
BWBV0001504
Versie
2013-07-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl