wetzoeker

Artikel 8 Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

: SUBSIDIES WAARTEGEN GEEN ACTIE KAN WORDEN INGESTELD

8.1 Tegen de volgende subsidies kan geen actie worden ingesteld

1) Erkend wordt dat het een wijdverbreide praktijk van de Leden is overheidssteun voor uiteenlopende doeleinden te verlenen en dat het loutere feit dat zulke steun volgens de bepalingen van dit artikel niet als steun kan worden beschouwd waartegen geen actie kan worden ingesteld op zich het vermogen van Leden om die steun te verlenen niet beperkt.

:

a. subsidies die niet specifiek zijn in de zin van artikel 2;

b. subsidies die specifiek zijn in de zin van artikel 2, maar die aan de onder 2a., 2b. en 2c. hieronder vermelde criteria voldoen.

8.2 In afwijking van het bepaalde in de delen III en V kunnen tegen de volgende subsidies geen acties worden ingesteld:

a. steun aan de onderzoekactiviteiten van bedrijven of van hoger-onderwijs- of onderzoekinstellingen die op contractbasis onderzoek voor bedrijven uitvoeren, indien

1) Deze alinea is niet van toepassing op burgerluchtvaartuigen, daar verwacht wordt dat voor dit produkt bijzondere multilaterale regels zullen worden opgesteld.

2) Uiterlijk 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst onderzoekt de bij artikel 24 ingestelde Commissie Subsidies en Compenserende Maatregelen (in deze overeenkomst „Commissie” genoemd) de werking van het bepaalde in punt 2a), ten einde, zo nodig, wijzigingen aan te brengen om de werking van deze bepalingen te verbeteren. Bij het overwegen van mogelijke wijzigingen, zal de Commissie de definities van de in deze alinea omschreven categorieën zorgvuldig onderzoeken, in het licht van de ervaring van Leden met de werking van onderzoeksprogramma's en de werkzaamheden van andere internationale instellingen.

3) De bepalingen in deze Overeenkomst zijn niet van toepassing op fundamenteel onderzoek dat op onafhankelijke wijze door instellingen voor hoger onderwijs of onderzoekinstellingen wordt uitgevoerd. Onder „fundamenteel onderzoek” wordt een uitbreiding van de algemene wetenschappelijke en technische kennis verstaan zonder industriële of commerciële doelstellingen.

: de steun

4) Het toegestane niveau van de in deze alinea bedoelde steun waartegen geen actie kan worden ingesteld, wordt vastgesteld aan de hand van de totale in aanmerking te nemen kosten die tijdens de looptijd van een afzonderlijk project zijn ontstaan.

niet meer dan 75% van de kosten van industrieel onderzoek

5) Onder „industrieel onderzoek” wordt geprogrammeerd of kritisch onderzoek verstaan dat gericht is op het opdoen van nieuwe kennis met het doel deze kennis bij de ontwikkeling van nieuwe produkten, processen of diensten te gebruiken, of om bestaande produkten, processen of diensten aanmerkelijk te verbeteren.

dekt of 50% van de kosten van pre-concurrentiële ontwikkeling

6) Onder „pre-concurrentiële ontwikkeling” wordt verstaan de omzetting van de resultaten van industrieel onderzoek in plannen, schema's of ontwerpen voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde produkten, processen of diensten, of deze nu voor verkoop of gebruik zijn bestemd, met inbegrip van de fabricage van een eerste prototype dat niet voor commerciële doeleinden kan worden aangewend. Voorts kan daaronder de conceptuele formulering en het ontwerp van alternatieve produkten, processen of diensten worden verstaan en eerste demonstratie- of modelprojecten, voor zover deze projecten niet voor industriële toepassing of commerciële exploitatie kunnen worden gebruikt of geschikt gemaakt. Daaronder wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande produkten, produktielijnen, fabricageprocessen of diensten en andere courante werkzaamheden, zelfs indien deze wijzigingen verbeteringen kunnen zijn.

7) Wat programma's betreft die betrekking hebben op industrieel onderzoek en pre-concurrentiële ontwikkeling, mag het niveau van steun waartegen geen actie kan worden ingesteld niet meer bedragen dan het gewone gemiddelde van de toegestane niveaus van steun waartegen geen actie kan worden ingesteld dat op deze twee categorieën van toepassing is, berekend aan de hand van de in aanmerking te nemen kosten als onder i. tot en met v. van deze alinea uiteengezet.

;

en voor zover deze steun uitsluitend beperkt is tot:

i. personeelskosten (onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel dat zich uitsluitend met onderzoek bezighoudt);

ii. kosten van apparatuur, uitrusting, land en gebouwen die uitsluitend en permanent (behalve indien ze op commerciële basis worden afgestaan) voor onderzoek worden gebruikt;

iii. kosten van advies en soortgelijke diensten die uitsluitend voor het onderzoek worden gebruikt, met inbegrip van aangekocht onderzoek, aangekochte technische kennis, octrooien, enz.:

iv. extra algemene kosten die rechtstreeks uit de onderzoekactiviteiten voortvloeien;

v. andere exploitatiekosten (zoals die van materieel, leveranties en dergelijke) die rechtstreeks uit de onderzoekactiviteiten voortvloeien.

b. steun aan achtergebleven regio's op het grondgebied van een Lid in het algemene kader van regionale ontwikkeling

1) Onder „algemeen kader van regionale ontwikkeling” wordt verstaan dat de regionale subsidieprogramma's deel uitmaken van een innerlijk samenhangend, algemeen regionaal ontwikkelingsbeleid en dat de subsidies voor regionale ontwikkeling niet aan geïsoleerde geografische punten worden toegekend die geen of vrijwel geen invloed hebben op de ontwikkeling van een regio.

en die binnen de in aanmerking komende regio's niet-specifiek zijn (in de zin van artikel 2), voor zover dat:

i. elke achtergebleven regio een duidelijk afgebakende aaneengesloten geografische zone is met een duidelijke economische en administratieve identiteit;

ii. de regio als achtergebleven wordt beschouwd op grond van neutrale en objectieve criteria aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de problemen van de regio niet slechts aan tijdelijke omstandigheden zijn te wijten; deze criteria moeten in wetten, voorschriften of andere officiële documenten duidelijk zijn omschreven, zodat ze gecontroleerd kunnen worden;

iii. de criteria een meting van de economische ontwikkeling inhouden die ten minste op een van de volgende factoren is gebaseerd:

– hetzij het inkomen of het gezinsinkomen per hoofd van de bevolking, hetzij het BBP per hoofd van de bevolking, dat niet meer dan 85% mag bedragen van het gemiddelde op het betrokken grondgebied;

– het werkloosheidspercentage dat ten minste 110% moet bedragen van het gemiddelde op het betrokken grondgebied;

over een periode van drie jaar; deze berekening mag echter een gemengde zijn, waarbij met andere factoren rekening worden gehouden.

c. steun ter verbetering van de aanpassing van de bestaande uitrusting

2) Onder „bestaande uitrusting” wordt uitrusting verstaan die wanneer de nieuwe milieu-eisen worden ingesteld ten minste twee jaar in gebruik is.

aan nieuwe milieu-eisen die bij de wet of anderzins zijn ingesteld, waardoor de bedrijven aan strengere eisen moeten voldoen en zij grotere financiële lasten moeten dragen, mits de steun:

i. een éénmalige maatregel is die niet wordt herhaald; en

ii. beperkt is tot 20% van de kosten van de aanpassing; en

iii. geen betrekking heeft op de vervangings- en exploitatiekosten van de gesteunde investering, welke kosten geheel en al door de bedrijven gedragen moeten worden; en

iv. rechtstreeks verband houdt met en evenredig is aan de vermindering van overlast en vervuiling die een bedrijf veroorzaakt en geen eventuele besparing op de produktiekosten dekt; en

v. beschikbaar is voor alle bedrijven die de nieuwe uitrusting installeren en/of de nieuwe produktieprocessen toepassen.

8.3 Overeenkomstig Deel VII wordt de Commissie in kennis gesteld van een subsidieregeling waarvoor op lid 2 een beroep wordt gedaan, voordat deze regeling van kracht wordt. De kennisgeving dient voldoende gegevens te bevatten om de Leden in staat te stellen te beoordelen of de regeling aan de voorwaarden en criteria van lid 2 voldoet. De leden zenden de Commissie elk jaar de laatste gegevens over de medegedeelde regeling toe, met name de totale uitgaven voor elke regeling en eventuele wijzigingen van de regeling. Andere Leden hebben het recht informatie te vragen over afzonderlijke gevallen van subsidieverlening op grond van een medegedeelde regeling

1) Erkend wordt dat niets in deze bepaling ertoe verplicht vertrouwelijke gegevens, waaronder zakengeheimen, mede te delen.

.

8.4 Op verzoek van een Lid onderzoekt het Secretariaat een kennisgeving die ingevolge lid 3 is gedaan en vraagt het zo nodig bij het subsidieverlenende Lid aanvullende inlichtingen op over deze regeling. Het Secretariaat brengt over zijn bevindingen verslag uit bij de Commissie. De Commissie onderzoekt desgevraagd zo spoedig mogelijk de bevindingen van het Secretariaat (of indien geen onderzoek door het Secretariaat werd aangevraagd, de kennisgeving zelf) ten einde vast te stellen of aan de voorwaarden en criteria van lid 2 is voldaan. De in dit lid omschreven procedure wordt ten laatste afgesloten op de eerste gewone vergadering van de Commissie na de kennisgeving van de subsidieregeling, mits ten minste twee maanden tussen deze kennisgeving en de gewone vergadering van de Commissie zijn verstreken. De in dit lid omschreven onderzoekprocedure is, op verzoek, ook van toepassing op aanmerkelijke wijzigingen van een regeling die zijn medegedeeld ter gelegenheid van de in lid 3 bedoelde jaarlijkse toezending van bijgewerkte gegevens.

8.5 Op verzoek van een Lid wordt de in lid 4 bedoelde vaststelling van de Commissie, of het niet doen van zulk een vaststelling door de Commissie alsmede de niet-naleving, in afzonderlijke gevallen, van de voorwaarden van een medegedeelde regeling, aan bindende arbitrage onderworpen. De arbitrage-instantie doet de Leden zijn conclusies toekomen binnen 120 dagen nadat de kwestie aan hem is voorgelegd. Tenzij in dit lid anders is bepaald, is de DSU van toepassing op de arbitrage waarin dit lid voorziet.

Regeling
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
Afkortingen
GATS, GATT 1994, TRIPS, WTO, WTO Oprichting
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-01-2017
BWB-id
BWBV0001160
Versie
2017-01-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl