Artikel 7 Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
: SUBSIDIES WAARTEGEN EEN ACTIE KAN WORDEN INGESTELD
7.1 Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 13 van de Overeenkomst inzake Landbouw, kan een Lid dat redenen heeft om aan te nemen dat een in artikel 1 bedoelde subsidie door een ander Lid wordt verleend of in stand gehouden, waardoor zijn binnenlandse bedrijfstak schade lijdt, waardoor voordelen worden tenietgedaan of uitgehold, of waardoor het ernstige schade lijdt, kan dit Lid om overleg met dit andere Lid verzoeken.
7.2 Een verzoek om overleg op grond van lid 1 bevat een overzicht van het beschikbare bewijsmateriaal ten aanzien van a. het bestaan of de aard van de betrokken subsidie, en b. de schade die de binnenlandse bedrijfstak lijdt, de voordelen die worden teniet gedaan of uitgehold, of het feit dat de belangen van het Lid dat om overleg verzoekt ernstig worden geschaad.
7.3 Na het in lid 1 bedoelde verzoek om overleg pleegt het Lid waarvan wordt vermoed dat het de betrokken subsidie verleent of in stand houdt, zo spoedig mogelijk overleg. Dit overleg heeft ten doel de feitelijke situatie op te helderen en overeenstemming over een oplossing te bereiken.
7.4 Indien partijen binnen 60 dagen
1) Alle in dit artikel genoemde termijnen kunnen in onderling overleg worden verlengd.
geen overeenstemming hebben bereikt over een oplossing, kan een Lid dat bij dit overleg partij is de zaak aan het DSB voorleggen ten einde onverwijld een panel te laten instellen, tenzij het DSB bij consensus besluit geen panel in te stellen. De samenstelling en de opdracht van het panel worden binnen 15 dagen na de datum van instelling vastgesteld.
7.5 Het panel onderzoekt de kwestie en legt zijn definitieve verslag voor aan de partijen bij het geschil. Het verslag wordt binnen 120 dagen na de samenstelling en de vaststelling van de opdracht van het panel aan alle Leden toegezonden.
7.6 Het verslag van het panel wordt, binnen 30 dagen nadat het aan alle Leden is toegezonden, door het DSB aanvaard, tenzij een partij bij het geschil het DSB officieel van haar besluit in kennis stelt in beroep te gaan of tenzij het DSB bij consensus besluit het verslag niet goed te keuren.
7.7 Wordt tegen een verslag van het panel beroep aangetekend, dan deelt het orgaan van beroep zijn besluit mede binnen 60 dagen nadat de partij bij het geschil haar voornemen in beroep te gaan officieel heeft medegedeeld. Is het orgaan van beroep van oordeel dat het binnen 60 dagen geen verslag kan uitbrengen, dan deelt het het DSB schriftelijk de redenen daarvan mede onder opgave van de termijn waarbinnen het zijn verslag denkt uit te brengen. De procedure mag in geen geval langer dan 90 dagen duren. Het verslag van het orgaan van beroep wordt door het DSB goedgekeurd en door de partijen bij het geschil onvoorwaardelijk aanvaard, tenzij het DSB, binnen 20 dagen nadat het verslag aan de Leden is toegezonden
2) Indien er in deze periode geen vergadering van het DSB is voorzien, komt het DSB speciaal voor dit doel bijeen.
, bij consensus besluit het verslag van het orgaan van beroep niet goed te keuren.
7.8 Wordt een verslag van het panel of van het orgaan van beroep – waarin is vastgesteld dat een subsidie de belangen van een ander Lid in de zin van artikel 5 schaadt – goedgekeurd, dan neemt het Lid dat deze subsidie verleent of in stand houdt passende maatregelen om een einde te maken aan de schadelijke gevolgen van de subsidie of trekt deze in.
7.9 Heeft het Lid binnen zes maanden nadat het DSB het verslag van het panel of het orgaan van beroep heeft goedgekeurd, geen passende maatregelen genomen om een einde te maken aan de schadelijke gevolgen van de subsidie of om deze in te trekken, dan geeft het DSB het Lid dat de klacht heeft ingediend, in afwezigheid van een compensatieregeling, toestemming tegenmaatregelen te nemen die evenredig zijn met de ernst en de aard van de schadelijke gevolgen, tenzij het DSB bij consensus besluit het verzoek af te wijzen.
7.10 Verzoekt een partij bij een geschil om arbitrage op grond van artikel 22, lid 6, van het Memorandum van Overeenstemming inzake de Beslechting van Geschillen („DSU” – Dispute Settlement Understanding), dan bepaalt de arbiter of de tegenmaatregelen evenredig zijn aan de ernst en de aard van de vastgestelde schadelijke gevolgen.
- Regeling
- Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
- Afkortingen
- GATS, GATT 1994, TRIPS, WTO, WTO Oprichting
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 23-01-2017
- BWB-id
- BWBV0001160
- Versie
- 2017-01-23_0