Artikel 6 Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
6.1 Belanghebbenden bij een anti-dumpingonderzoek worden in kennis gesteld van de informatie die de autoriteiten wensen te ontvangen en krijgen ruimschoots gelegenheid om het bewijsmateriaal dat zij voor het betrokken onderzoek van belang achten schriftelijk voor te leggen.
6.1.1. Exporteurs of buitenlandse producenten die een bij een anti-dumpingonderzoek gebruikte vragenlijst ontvangen beschikken over ten minste 30 dagen om deze te beantwoorden
1) In het algemeen wordt de termijn voor exporteurs berekend vanaf de dag van ontvangst van de vragenlijst, die voor dit doel geacht wordt te zijn ontvangen binnen één week nadat hij aan de respondent of aan de geëigende diplomatieke vertegenwoordigers van het exporterende Lid was toegezonden of, in geval van een afzonderlijk douanegebied dat Lid is van de WTO, een officiële vertegenwoordiger van het gebied van uitvoer.
. Met redenen omklede verzoeken tot verlenging van de termijn van 30 dagen dienen in welwillende overweging te worden genomen, en dienen, voor zover dit praktisch mogelijk is, te worden ingewilligd.
6.1.2. Onder voorbehoud van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke informatie, wordt bewijsmateriaal dat een belanghebbende schriftelijk heeft voorgelegd zo spoedig mogelijk ter beschikking gesteld van de andere belanghebbenden die aan het onderzoek deelnemen.
6.1.3. Zodra een onderzoek is geopend, doen de autoriteiten de volledige tekst van het ingevolge artikel 5, lid 1, ontvangen schriftelijke verzoek aan de gekende exporteurs
1) Is het aantal betrokken exporteurs bijzonder groot, dan behoeft de volledige tekst van het verzoek slechts aan de autoriteiten van het exporterende Lid of de desbetreffende handelsvereniging te worden toegezonden.
en de autoriteiten van het exporterende Lid toekomen en stellen deze, op verzoek, ter beschikking van de andere belanghebbenden, met inachtneming van de verplichting tot bescherming van vertrou- welijke informatie, zoals in lid 5 bedoeld.
6.2 Terwijl het anti-dumpingonderzoek aan de gang is, dienen alle belanghebbenden steeds in de gelegenheid te zijn hun belangen te behartigen. Te dien einde stellen de autoriteiten alle belanghebbenden op hun verzoek in de gelegenheid andere partijen met tegenstrijdige belangen te ontmoeten zodat afwijkende standpunten en tegenargumenten naar voren kunnen worden gebracht. Bij het regelen van deze contacten dient rekening te worden gehouden met het vereiste inzake de bescherming van vertrouwelijke informatie en met de wensen van de belanghebbenden. Geen enkele belanghebbende is verplicht aan een vergadering deel te nemen, noch mag de afwezigheid van een partij op een bijeenkomst haar belangen schaden. Bovendien hebben de belanghebbenden het recht, op een met redenen omkleed verzoek, mondeling nadere informatie te verschaffen.
6.3 Met de overeenkomstig het bepaalde in lid 2 medegedeelde mondelinge informatie wordt door de autoriteiten slechts rekening gehouden voor zover deze achteraf ook schriftelijk wordt verstrekt en overeenkomstig het bepaalde in lid 1.2 ter beschikking wordt gesteld van andere belanghebbenden.
6.4 De autoriteiten geven, voor zover praktisch mogelijk, alle belanghebbenden voldoende gelegenheid tot inzage in alle voor de presentatie van hun zaak relevante stukken die niet vertrouwelijk zijn in de zin van lid 5 en die de autoriteiten bij een anti-dumpingonderzoek gebruiken; zij geven deze belanghebbenden gelegenheid hun argumenten op grond van deze gegevens voor te bereiden.
6.5 Inlichtingen die vanwege hun aard vertrouwelijk zijn (bijvoorbeeld omdat bekendmaking ervan een concurrent aanmerkelijk zou bevoordelen of omdat bekendmaking ervan ernstige nadelige gevolgen zou hebben voor de persoon die de informatie heeft verstrekt of voor de persoon van wie deze informatie is verkregen) of die door partijen bij een onderzoek als vertrouwelijk wordt verstrekt, worden, indien daarvoor geldige redenen worden opgegeven, als dusdanig door de autoriteiten behandeld. Dergelijke informatie kan niet worden bekendgemaakt zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die ze heeft verstrekt
2) De Leden zijn zich ervan bewust dat op het grondgebied van bepaalde Leden bekendmaking bij een nauw omschreven conservatoir bevelschrift verplicht kan zijn.
.
6.5.1. De autoriteiten vragen dat belanghebbenden die vertrouwelijke inlichtingen verstrekken daarvan een niet-vertrouwelijke samenvatting toezenden. Deze samenvattingen moeten gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de essentie van de als vertrouwelijk medegedeelde gegevens. In buitengewone omstandigheden kunnen belanghebbenden aangeven dat deze inlichtingen niet kunnen worden samengevat. In dergelijke buitengewone omstandigheden moet worden aangegeven waarom het niet mogelijk is een samenvatting te verstrekken.
6.5.2. Indien de autoriteiten van oordeel zijn dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is en degene die de inlichtingen heeft verstrekt niet bereid is deze bekend te maken of de bekendmaking ervan in algemene bewoordingen of in samengevatte vorm toe te staan, kunnen de autoriteiten deze informatie buiten beschouwing laten tenzij te hunnen genoegen uit goede bronnen blijkt dat de inlichtingen juist zijn
1) De Leden zijn het erover eens dat verzoeken om vertrouwelijke behandeling niet willekeurig van de hand mogen worden gewezen.
.
6.6 Behoudens in de in lid 8 bedoelde omstandigheden, controleren de autoriteiten in de loop van het onderzoek of de inlichtingen die belanghebbenden hebben verstrekt en waarop zij hun bevindingen baseren, juist zijn.
6.7 Ten einde de ontvangen inlichtingen te verifiëren of nadere inlichtingen in te winnen kunnen de autoriteiten zo nodig een onderzoek instellen op het grondgebied van andere Leden, mits de betrokken ondernemingen hiermee instemmen en de vertegenwoordigers van de overheid van het betrokken Lid van dit onderzoek in kennis worden gesteld en zij hiertegen geen bezwaar maken. De in bijlage I omschreven procedures zijn van toepassing op onderzoeken die op het grondgebied van andere Leden worden verricht. Onder voorbehoud van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke gegevens, stellen de autoriteiten de resultaten van het onderzoek ter beschikking van de ondernemingen waarop ze betrekking hebben, of zorgen zij ervoor dat de resultaten aan de betrokken ondernemingen ter beschikking worden gesteld, overeenkomstig lid 9. Zij kunnen deze resultaten ook de indieners van het verzoek ter beschikking stellen.
6.8 Indien een belanghebbende binnen een redelijke termijn geen toegang verleent tot de noodzakelijke informatie of deze anderszins niet verstrekt, of het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen aan de hand van de beschikbare gegevens voorlopige en definitieve conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin. Bij de toepassing van dit lid worden de bepalingen van Bijlage II in acht genomen.
6.9 Voordat definitieve conclusies worden getrokken stellen de autoriteiten alle belanghebbenden in kennis van de voornaamste onderzochte feiten die aan het besluit tot het al dan niet nemen van definitieve maatregelen ten grondslag liggen. Deze kennisgeving moet tijdig genoeg gebeuren om alle partijen de gelegenheid te geven hun belangen te verdedigen.
6.10 De autoriteiten stellen in het algemeen een individuele dumpingmarge vast voor elke gekende betrokken exporteur of producent van het onderzochte produkt. Indien het aantal exporteurs, producenten en importeurs van de betrokken produktsoorten zo groot is dat een dergelijke vaststelling niet praktisch mogelijk is, mogen de autoriteiten hun onderzoek beperken tot, hetzij een redelijk aantal belanghebbenden of produkten door, op grond van de informatie waarover zij op het tijdstip van de selectie beschikken, gebruik te maken van statistisch significante steekproeven, hetzij het hoogste percentage van het exportvolume uit het betrokken land dat redelijkerwijs onderzocht kan worden.
6.10.1. De selectie van exporteurs, producenten, importeurs of soorten produkten ingevolge dit lid geschiedt bij voorkeur in overleg en met de toestemming van de betrokken exporteurs, producenten of importeurs.
6.10.2. Indien de autoriteiten, overeenkomstig het bepaalde in dit lid, hun onderzoek hebben beperkt, stellen zij niettemin een individuele dumpingmarge vast voor elke exporteur of producent die niet in de oorspronkelijke selectie was opgenomen, maar die tijdig genoeg de nodige informatie verstrekt om tijdens het onderzoek in aanmerking te kunnen worden genomen, tenzij het aantal exporteurs of producenten zo groot is dat individuele onderzoeken voor de autoriteiten te belastend zouden zijn en een tijdige afsluiting van het onderzoek in de weg staan. Het verstrekken van vrijwillige antwoorden zal niet worden ontmoedigd.
6.11 Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „belanghebbende” verstaan:
i. een exporteur of buitenlandse producent of de importeur van een produkt dat wordt onderzocht, of een vereniging van producenten of handelaars waarvan de meeste leden producenten, exporteurs of importeurs van dit produkt zijn; en
ii. de overheid van het exporterende Lid, en
iii. een producent van het soortgelijke produkt in het importerende Lid of een vereniging van producenten of handelaars waarvan de meeste leden het soortgelijke produkt in het gebied van het importerende Lid produceren.
Deze lijst belet niet dat Leden andere binnen- of buitenlandse partijen dan bovengenoemde als belanghebbenden kunnen beschouwen.
6.12 Industriële gebruikers van het onderzochte produkt en representatieve consumentenorganisaties (wanneer het om produkten gaat die courant in de detailhandel worden verkocht) worden door de autoriteiten in de gelegenheid gesteld inlichtingen te verstrekken in verband met het onderzoek inzake dumping, schade en oorzakelijk verband.
6.13 De autoriteiten houden rekening met de moeilijkheden die belanghebbenden, en met name kleine bedrijven, kunnen hebben om de gevraagde informatie te verstrekken en verlenen deze, voor zover praktisch mogelijk, hulp.
6.14 De hierboven omschreven procedures hebben niet ten doel de autoriteiten van een Lid te beletten zo snel mogelijk te handelen bij het openen van een onderzoek, het trekken van voorlopige of definitieve conclusies in zowel positieve als negatieve zin, of het nemen van voorlopige of definitieve maatregelen, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.
- Regeling
- Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
- Afkortingen
- GATS, GATT 1994, TRIPS, WTO, WTO Oprichting
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 23-01-2017
- BWB-id
- BWBV0001160
- Versie
- 2017-01-23_0