wetzoeker

Artikel 5 Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

5.1 Behoudens het bepaalde in lid 6, wordt een onderzoek naar het bestaan, de mate en de gevolgen van dumping geopend naar aanleiding van een schriftelijk verzoek van of namens de binnenlandse bedrijfstak.

5.2 Een op grond van lid 1 ingediend verzoek dient voldoende bewijsmateriaal te bevatten over het bestaan van a. dumping en b. schade in de zin van artikel VI van de GATT 1994 zoals bij deze Overeenkomst geïnterpreteerd, en c. een oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de schade die zou zijn geleden. Loutere beweringen die niet door bewijsmateriaal worden gesteund kunnen niet als toereikend in de zin van dit lid worden beschouwd. Het verzoek bevat de gegevens die de aanvrager redelijkerwijs bekend zijn, zoals:

i. de identiteit van de aanvrager en de hoeveelheid en de waarde van het soortgelijke produkt dat hij in het binnenland vervaardigt. Wordt een schriftelijk verzoek namens de binnenlandse bedrijfstak ingediend, dan wordt de bedrijfstak namens welke het verzoek wordt ingediend daarin omschreven door middel van een lijst van alle gekende binnenlandse producenten van het soortgelijke produkt (of verenigingen van producenten van het soortgelijke produkt) en bevat het, voor zover mogelijk, een opgave van de hoeveelheid en de waarde van de binnenlandse produktie van het door deze producenten vervaardigde soortgelijke produkt;

ii. een volledige beschrijving van het produkt dat met dumping zou worden ingevoerd, de naam van het betrokken land of de betrokken landen van oorsprong of uitvoer, de identiteit van elke gekende exporteur of buitenlandse producent en een lijst van gekende importeurs van het betrokken produkt;

iii. gegevens over de prijzen waartegen het betrokken produkt voor verbruik op de binnenlandse markt van het land of de landen van oorsprong of uitvoer wordt verkocht (of, indien van toepassing, gegevens over de prijzen waartegen het produkt vanuit het land of de landen van oorsprong of uitvoer aan een derde land of derde landen wordt verkocht, of over de geconstrueerde waarde van het produkt) alsmede gegevens over exportprijzen of, indien van toepassing, over de prijzen waartegen het produkt voor het eerst aan een onafhankelijke afnemer op het grondgebied van het importerende Lid wordt verkocht;

iv. gegevens over de ontwikkelingen met betrekking tot de omvang van de invoer met dumping, de weerslag van deze invoer op de prijzen van het soortgelijke produkt op de binnenlandse markt en de weerslag van de invoer op de binnenlandse bedrijfstak, zoals uit factoren en indicatoren betreffende de situatie van de binnenlandse bedrijfstak blijkt, waaronder die welke in artikel 3, leden 2 en 4 zijn genoemd.

5.3 De autoriteiten controleren de juistheid en toereikendheid van de in het verzoek vervatte bewijsmateriaal ten einde vast te stellen of dit voldoende is om tot de opening van een onderzoek over te gaan.

5.4 Een onderzoek op grond van lid 1 wordt eerst geopend nadat de autoriteiten, aan de hand van een onderzoek naar de mate waarin het verzoek door de binnenlandse producenten van het soortgelijke produkt wordt gesteund

1) In het geval van gefragmenteerde bedrijfstakken met een zeer groot aantal producenten, kunnen de autoriteiten door middel van statistisch significante steekproeven vaststellen of het verzoek wordt gesteund.

, hebben vastgesteld dat het verzoek door of namens de binnenlandse bedrijfstak is ingediend

2) De Leden zijn zich ervan bewust dat een verzoek op grond van lid 1 op het grondgebied van bepaalde Leden kan worden ingediend of gesteund door werknemers van de binnenlandse producenten van het soortgelijke produkt of vertegenwoordigers van deze werknemers.

. Het verzoek wordt geacht „door of namens de binnenlandse bedrijfstak” te zijn gedaan indien het gesteund wordt door de binnenlandse producenten wier gezamenlijke produktie meer dan 50% bedraagt van de totale produktie van het soortgelijke produkt dat vervaardigd wordt door dat deel van de binnenlandse bedrijfstak dat zich voor of tegen het verzoek heeft uitgesproken. Er wordt geen onderzoek geopend wanneer de binnenlandse producenten die het verzoek uitdrukkelijk steunen minder dan 25% van de totale produktie van het soortgelijke produkt door de binnenlandse bedrijfstak vertegenwoordigen.

5.5 De autoriteiten geven geen bekendheid aan het verzoek tot opening van een onderzoek voordat het besluit tot opening van het onderzoek is genomen. Na ontvangst van een verzoek dat van het nodige bewijsmateriaal vergezeld gaat en voor de opening van het onderzoek brengen de autoriteiten de overheid van het betrokken exporterende Lid evenwel op de hoogte.

5.6 Indien, in bijzondere omstandigheden, de betrokken autoriteiten besluiten een onderzoek te openen zonder daartoe een schriftelijk verzoek van of namens de binnenlandse bedrijfstak te hebben ontvangen, zetten zij de procedure slechts voort indien zij voldoende bewijs hebben over het bestaan van dumping, schade en oorzakelijk verband, als in lid 2 omschreven, om tot de opening van een onderzoek over te gaan.

5.7 Het bewijsmateriaal ten aanzien van dumping en schade wordt terzelfder tijd in overweging worden genomen a. bij het besluit al dan niet tot een onderzoek over te gaan en b. daarna, tijdens het onderzoek, dat niet later begint dan op de vroegste tijdstip waarop volgens de bepalingen van deze Overeenkomst voorlopige maatregelen mogen worden genomen.

5.8 Een verzoek op grond van lid 1 wordt afgewezen en een onderzoek beëindigd zodra de betrokken autoriteiten ervan overtuigd zijn dat het bewijsmateriaal inzake dumping of schade niet voldoende is om de procedure voort te zetten. De procedure wordt onmiddellijk beëindigd indien de dumpingmarge minimaal is of de werkelijke of potentiële omvang van de invoer met dumping, of de schade, te verwaarlozen is. De dumpingmarge wordt geacht minimaal te zijn indien ze minder dan 2% van de exportprijs bedraagt. De omvang van de invoer met dumping wordt normalerwijze als te verwaarlozen beschouwd indien de invoer met dumping uit een bepaald land minder dan 3% van de totale invoer van het soortgelijke produkt in het importerende Lid bedraagt, tenzij landen die afzonderlijk minder dan 3% van het soortgelijke produkt in het importerende Lid invoeren tezamen goed zijn voor meer dan 7% van de invoer van het soortgelijke produkt in het importerende Lid.

5.9 Een anti-dumpingprocedure mag de inklaringsprocedures van de douane niet hinderen.

5.10 Een onderzoek wordt, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, binnen een jaar na de opening afgesloten en mag in geen geval langer dan 18 maanden duren.

Regeling
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
Afkortingen
GATS, GATT 1994, TRIPS, WTO, WTO Oprichting
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-01-2017
BWB-id
BWBV0001160
Versie
2017-01-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl