wetzoeker

Artikel 4 Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan

Inzake de voorkoming en beëindiging van de verontreiniging ten gevolge van storting of verbranding

1 De Verdragsluitende Partijen zien erop toe dat:

a. er geen afval of andere stoffen, genoemd in het tweede lid van artikel 3 van deze Bijlage, worden gestort zonder vergunning van hun bevoegde autoriteiten, of zonder ontheffingsregeling;

b. bedoelde vergunning of ontheffingsregeling in overeenstemming is met de desbetreffende toepasselijke criteria, richtlijnen en procedures die door de Commissie zijn aangenomen overeenkomstig artikel 6 van deze Bijlage;

c. ter vermijding van situaties waarin voor dezelfde storting vergunning wordt verleend of een ontheffingsregeling wordt getroffen door meer dan één Verdragsluitende Partij, hun bevoegde autoriteiten, indien van toepassing, overleg plegen alvorens vergunning te verlenen of een ontheffingsregeling toe te passen.

2 Bij een in het eerste lid van dit artikel bedoelde vergunning of ontheffingsregeling mag niet de storting worden toegestaan van schepen of luchtvaartuigen die stoffen bevatten die ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat de gezondheid van de mens in gevaar wordt gebracht, het leven in zee en de mariene ecosystemen worden geschaad, de mogelijkheden tot recreatie worden aangetast en ander rechtmatig gebruik van de zee wordt gehinderd.

3 Elke Verdragsluitende Partij houdt overzichten bij van de aard en de hoeveelheden van afval en andere stoffen die worden gestort in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel, alsmede van de datum, plaats en wijze van storting en brengt hierover verslag uit aan de Commissie.

Regeling
Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan
Afkortingen
OSPAR
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-10-2011
BWB-id
BWBV0001119
Versie
2011-10-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl