wetzoeker

Artikel 3 Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan

Inzake de voorkoming en beëindiging van de verontreiniging ten gevolge van storting of verbranding

1 Het storten van afval en andere stoffen is verboden, met uitzondering van de in het tweede en derde lid van dit artikel vermelde afvalstoffen of andere stoffen.

2 De in het eerste lid van dit artikel bedoelde stoffen zijn de volgende:

a. baggerspecie;

b. inerte stoffen van natuurlijke oorsprong, d.w.z. vast geologisch materiaal dat geen chemische bewerking heeft ondergaan en waarvan het onwaarschijnlijk is dat de chemische bestanddelen vrijkomen in het mariene milieu;

c. zuiveringsslib tot 31 december 1998;

d. visafval afkomstig van op industriële wijze verwerkte vis;

e. schepen en luchtvaartuigen tot uiterlijk 31 december 2004;

f. kooldioxidestromen afkomstig van processen voor het opvangen van kooldioxide ten behoeve van opslag, op voorwaarde dat:

i. het zich ontdoen daarvan plaatsvindt in een ondergrondse geologische formatie;

ii. de stromen voor het overgrote deel bestaan uit kooldioxide. De stromen mogen sporen bevatten van bepaalde uit het bronmateriaal en het opvang-, transport- en opslagproces voortkomende stoffen;

iii. er geen afval of andere stoffen aan worden toegevoegd met het doel zich van dit afval of deze andere stoffen te ontdoen;

iv. zij bedoeld zijn om permanent in deze formaties te worden bewaard en geen aanzienlijke negatieve gevolgen hebben voor het mariene milieu, de gezondheid van de mens en ander rechtmatig gebruik van het zeegebied.

3

a. Het storten van laag en middelhoog radioactieve stoffen, met inbegrip van afvalstoffen, is verboden.

b. Bij wijze van uitzondering op letter a van het derde lid dienen de Verdragsluitende Partijen, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, die de mogelijkheid wensen te behouden een uitzondering te maken op letter a van het derde lid, in elk geval niet vóór het verstrijken van een tijdvak van 15 jaar beginnende op 1 januari 1993, in 1997 verslag uit te brengen aan de vergadering van de Commissie op ministerieel niveau over de genomen maatregelen om andere mogelijkheden op het land te onderzoeken.

c. Tenzij de Commissie vóór of bij het verstrijken van dit tijdvak van 15 jaar bij eenparigheid van stemmen besluit de in letter b van het derde lid bedoelde uitzondering niet te handhaven, neemt zij een besluit op grond van artikel 13 van het Verdrag inzake de verlenging van het verbod met een tijdvak van tien jaar beginnende op 1 januari 2008, waarna een andere vergadering van de Commissie op ministerieel niveau zal worden belegd. De in letter b van het derde lid bedoelde Verdragsluitende Partijen die de in letter b van het derde lid bedoelde uitzonderingsmogelijkheid wensen te behouden, dienen vanaf 1999 om de twee jaar aan de vergaderingen van de Commissie op ministerieel niveau verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang bij het vinden van andere mogelijkheden op het land en over de resultaten van de wetenschappelijke onderzoeken waaruit blijkt dat eventuele storting er niet toe leidt dat de gezondheid van de mens in gevaar wordt gebracht, het leven in zee en de mariene ecosystemen worden geschaad, de mogelijkheden tot recreatie worden aangetast en ander rechtmatig gebruik van de zee wordt gehinderd.

Regeling
Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan
Afkortingen
OSPAR
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-10-2011
BWB-id
BWBV0001119
Versie
2011-10-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl