wetzoeker

Artikel 13 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken

1 De verzoekende Staat kan de aangezochte Staat verzoeken om rechtshulp bestaande uit het verkrijgen van de beschikking over een persoon om als getuige op te treden in een strafzaak in de verzoekende Staat, tenzij deze persoon de verdachte is, of om medewerking te verlenen aan onderzoeken met betrekking tot een strafzaak in de verzoekende Staat.

2 De aangezochte Staat nodigt, wanneer deze de zekerheid heeft verkregen dat de verzoekende Staat bevredigende regelingen voor de veiligheid van deze persoon zal treffen, de betrokkene uit om als getuige te verschijnen of medewerking te verlenen aan onderzoeken en licht de betrokkene in over de voorwaarden en beschermende maatregelen met betrekking tot zijn of haar aanwezigheid in de verzoekende Staat.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-1991
BWB-id
BWBV0001044
Versie
1991-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl