wetzoeker

Artikel 15 Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

1 De Staten die partij zijn bij dit Verdrag erkennen het recht van een ieder:

(a) Deel te nemen aan het culturele leven;

(b) De voordelen te genieten van de wetenschappelijke vooruitgang en de toepassing daarvan;

(c) De voordelen te genieten van de bescherming van de geestelijke en stoffelijke belangen voortvloeiende uit door hem verricht wetenschappelijk werk of uit een literair of artistiek werk waarvan hij de schepper is.

2 De door de Staten die partij zijn bij dit Verdrag te nemen maatregelen om tot de volledige verwezenlijking van dit recht te komen houden mede in die, welke noodzakelijk zijn voor het behoud, de ontwikkeling en de verbreiding van wetenschap en cultuur.

3 De Staten die partij zijn bij dit Verdrag verbinden zich de vrijheid te eerbiedigen die onontbeerlijk is voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en scheppend werk.

4 De Staten die partij zijn bij dit Verdrag erkennen de voordelen die de stimulering en ontwikkeling van internationale contacten en van internationale samenwerking op wetenschappelijk en cultureel gebied met zich brengen.

Regeling
Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-03-1979
BWB-id
BWBV0001016
Versie
1979-03-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl