wetzoeker

Artikel 14 Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

Iedere Staat die partij is bij dit Verdrag en die op het tijdstip waarop hij partij werd in het moederland of in andere onder zijn rechtsmacht vallende gebieden verplicht kosteloos primair onderwijs nog niet heeft kunnen invoeren, verbindt zich binnen twee jaar een tot in bijzonderheden uitgewerkt plan voor de geleidelijke tenuitvoerlegging, binnen een redelijk in dit plan vast te stellen aantal jaren, van het beginsel van verplicht kosteloos primair onderwijs voor allen op te stellen en te aanvaarden.

Regeling
Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-03-1979
BWB-id
BWBV0001016
Versie
1979-03-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl