wetzoeker

3 Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972

PLAATSING EN TECHNISCHE BIJZONDERHEDEN VAN LICHTEN EN DAGMERKEN

a Wanneer voor een werktuiglijk voortbewogen schip twee toplichten zijn voorgeschreven, dient de horizontale afstand tussen deze lichten niet minder te zijn dan de helft van de lengte van het schip, doch deze afstand behoeft niet meer dan 100 meter te zijn. Het voorste licht dient te zijn geplaatst op een afstand vanaf de voorsteven van niet meer dan een kwart van de lengte van het schip.

b Op een werktuiglijk voortbewogen schip met een lengte van 20 meter of meer mogen de boordlichten niet worden aangebracht vóór de voortoplichten. Zij dienen te zijn geplaatst aan of nabij de zijde van het schip.

c Wanneer de lichten, voorgeschreven in Voorschrift 27(b) (i) of Voorschrift 28 loodrecht ten opzichte van elkaar tussen het (de) voortoplicht(en) en achtertoplicht(en) zijn geplaatst, dienen deze rondom zichtbare lichten op een horizontale afstand van niet minder dan 2 meter, gerekend vanaf het midscheepse verticale vlak in langsrichting te zijn geplaatst in dwarsscheepse richting.

d Wanneer voor een werktuiglijk voortbewogen schip slechts een toplicht is voorgeschreven, dient dit licht voorlijk van de midscheeps te worden getoond, met die uitzondering dat een schip met een lengte van minder dan 20 meter dit licht niet voorlijk van de midscheeps behoeft te tonen, maar het zo ver naar voren dient te tonen als praktisch uitvoerbaar is.

Regeling
Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972
Afkortingen
COLREG
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2016
BWB-id
BWBV0001014
Versie
2016-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl