wetzoeker

13 Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972

PLAATSING EN TECHNISCHE BIJZONDERHEDEN VAN LICHTEN EN DAGMERKEN

a. Het toplicht van een snel schip kan worden geplaatst op een hoogte die in verhouding met de breedte van het schip geringer is dan die voorgeschreven in punt 2a.i van deze Bijlage, mits de basishoek van de gelijkbenige driehoeken gevormd door de boordlichten en het toplicht, van voren gezien, niet kleiner is dan 27°.

b. Op snelle schepen met een lengte van 50 meter of meer, mag de loodrechte afstand tussen het voortoplicht en het achtertoplicht van 4,5 meter zoals voorgeschreven in punt 2a.ii van deze Bijlage worden gewijzigd, mits deze afstand niet kleiner is dan de waarde bepaald met de volgende formule:

y = (a + 17ψ)C / 1000 + 2

waarbij:

y de hoogte is van het achtertoplicht boven het voortoplicht in meters;

a de hoogte is van het voortoplicht boven de wateroppervlakte tijdens de vaart in meters;

ψ de trim is tijdens de vaart in graden;

C de horizontale afstand is tussen de toplichten in meters.

Regeling
Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972
Afkortingen
COLREG
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2016
BWB-id
BWBV0001014
Versie
2016-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl