wetzoeker

12 Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972

PLAATSING EN TECHNISCHE BIJZONDERHEDEN VAN LICHTEN EN DAGMERKEN

Ongeacht het bepaalde onder punt 2 (f) van deze Bijlage dient het manoeuvreerlicht beschreven in voorschrift 34 (b) in hetzelfde verticale vlak te zijn geplaatst als het toplicht of de toplichten en, waar uitvoerbaar, ten minste 2 meter hoger dan het voortoplicht, met dien verstande dat het ten minste 2 meter hoger of lager dan het achtertoplicht dient te worden gevoerd. Op een schip waar slechts één toplicht wordt gevoerd, dient het manoeuvreerlicht, indien aangebracht, te worden gevoerd daar waar dit het best kan worden gezien en ten minste 2 meter hoger dan het toplicht.

Regeling
Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972
Afkortingen
COLREG
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2016
BWB-id
BWBV0001014
Versie
2016-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl