wetzoeker

Artikel 22 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken

De inhoud van dit artikel komt in grote trekken overeen met de inhoud van de artikelen 1 en 2 van de Europese overeenkomst aangaande de rechtshulp in strafzaken. De bepaling is echter in zoverre ruimer, dat daarin geen beperkingen m.b.t. militaire en fiscale zaken zijn opgenomen.

De rechtshulp zal ook worden verleend, indien het betreft strafzaken tegen eigen onderdanen en strafzaken, die betrekking hebben op feiten welke in het aangezochte land niet strafbaar zijn gesteld.

Het artikel moet in ruime zin worden uitgelegd. Het heeft niet alleen betrekking op de rechtshulp, die in dit hoofdstuk uitdrukkelijk wordt vermeld, doch ook op bijv. rechtshulp bij een procedure tot gratie of revisie.

De rechtshulp kan worden geweigerd in geval van politieke misdrijven en in andere gevallen waar de veiligheid, de openbare orde of andere wezenlijke belangen van de aangezochte Staat zouden worden aangetast; tevens kan de rechtshulp worden geweigerd wanneer de betrokkene terzake van het feit waarvoor de rechtshulp wordt gevraagd reeds wordt vervolgd of is berecht.

Regeling
Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2006
BWB-id
BWBV0001006
Versie
2006-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl