wetzoeker

Artikel 21 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken

De doorvoer van een uitgeleverde door een der Beneluxlanden zal op verzoek van de Minister van Justitie van het betrokken land gericht tot de Minister van Justitie van het land van doorvoer worden toegestaan, tenzij de uitlevering plaatsvindt voor een politiek delict of de uitgeleverde de nationaliteit van het land van doorvoer bezit. Bij het verzoek om doorvoer zullen de stukken, bedoeld in punt a. van het tweede lid van artikel 11, moeten worden overgelegd.

Het onderhavige artikel is zowel van toepassing op doorvoer vanuit een Beneluxland naar een ander Beneluxland als op doorvoer vanuit een Beneluxland naar een andere Staat of vanuit een andere Staat naar een Beneluxland.

Het derde lid voorziet in een eenvoudiger regeling in geval de doorvoer per vliegtuig plaatsvindt.

Regeling
Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2006
BWB-id
BWBV0001006
Versie
2006-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl