wetzoeker

4.1.2 — Materiële vaste activa (deel 1) Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmtebedrijven 2027

Materiële vaste activa

Inleiding en begripsbepaling

54. Onder gemeenschappelijke materiële vaste activa worden materiële vaste activa verstaan die door meerdere groepsmaatschappijen binnen de groep waarvan het warmtebedrijf deel uitmaakt worden gebruikt. De economische eigendom is doorslaggevend voor opname onder de materiële vaste activa bij het warmtebedrijf. Activa die (gedeeltelijk) worden gebruikt door het warmtebedrijf, maar waarvan het economisch eigendom berust bij een groepsmaatschappij, worden niet door het warmtebedrijf als activa in zijn reguleringsdata opgenomen. De vergoeding die het warmtebedrijf voor het gebruik betaalt, wordt in de reguleringsdata opgenomen onder de operationele kosten; deze vergoeding dient in overeenstemming te zijn met de bepalingen over interne verrekenprijzen in deze RAR.

Waardering materiële vaste activa

55. Materiële vaste activa dienen te worden gewaardeerd op basis van historische kosten vanaf het moment dat aan de criteria voor activering is voldaan. Onder historische kosten wordt de prijsgrondslag verkrijgings- of vervaardigingsprijs verstaan.

56. De verkrijgingsprijs van een actief is de prijs waartegen het is verworven. De verkrijgingsprijs bestaat uit de aankoopprijs inclusief alle direct toe te rekenen bestedingen om het actief voor gebruik geschikt te maken. Direct toe te rekenen bestedingen zijn bijvoorbeeld invoerrechten, leveringskosten en plaatsingskosten. Boetes of rente wegens te late levering maken geen onderdeel uit van de verkrijgingsprijs.

57. Het begrip vervaardigingsprijs is van toepassing op intern vervaardigde activa. De elementen die deel uitmaken van de vervaardigingsprijs zijn conform de elementen die in International Accounting Standard 16 (IAS 16) onder de vervaardigingsprijs vallen. Deze RAR onderscheiden de elementen in drie categorieën:

I. Directe kosten;

II. Regulatoire bouwrente; en

III. Asset retirement obligation (indien het warmtebedrijf een voorziening voor ontmanteling in de jaarrekening heeft opgenomen).

I. Directe kosten

Kosten worden als direct aangemerkt wanneer een aantoonbare causaliteit aanwezig is tussen de rechtstreeks toegerekende kosten en het vast actief. De volgende categorieën worden onderscheiden:

a) materialen;

b) interne uren; en

c) diensten derden.

De kosten van materialen worden opgenomen tegen inkoopprijs en bijkomende kosten exclusief een interne winstopslag. De kosten van interne uren als onderdeel van de vervaardigingsprijs zijn gebaseerd op een intern uurtarief exclusief een winstopslag. Het intern uurtarief wordt berekend per tariefgroep (groepering van medewerkers). Het intern uurtarief bestaat uitsluitend uit:

a) brutosalaris;

b) werkgeverslasten (sociale premies, pensioenlasten);

c) overige personeelskosten (o.a. reiskosten en opleidingskosten);

d) directe werkplekgerelateerde kosten voor huisvesting en automatisering; en

e) indirecte werkplekgerelateerde kosten (o.a. telefoonkosten).

De kosten van diensten van derden worden opgenomen tegen inkoopprijs en bijkomende kosten. Bij inhuur van externen is tevens een opslag voor huisvesting en automatisering van toepassing.

II. Regulatoire bouwrente

De regulatoire bouwrente wordt als volgt berekend:

a) Aan materiële vaste activa die in aanbouw zijn rekent het warmtebedrijf financieringskosten (regulatoire bouwrente) toe ter grootte van de gemiddelde waarde van die activa in dat boekjaar, vermenigvuldigd met maximaal de door de ACM vastgestelde nominale WACC die in het betreffende boekjaar van toepassing is.

b) De gemiddelde waarde van activa in aanbouw in een boekjaar, voor een activum dat nog niet op 1 januari van een boekjaar maar wel op 31 december van datzelfde boekjaar in aanbouw is, is gelijk aan cumulatieve historische kosten ultimo boekjaar, vóór rentetoerekening, gedeeld door twee.

c) In het eerste boekjaar waarin het actief in aanbouw is, wordt aangenomen dat de aanbouw is gestart op 1 juli van het boekjaar. Hierop zijn twee uitzonderingen:

1) Indien voor een actief de start van de aanbouw en de ingebruikname in hetzelfde boekjaar vallen, wordt aangenomen dat de aanbouw is gestart in het midden tussen 1 januari van het boekjaar en de eerste dag van de maand van ingebruikname.

2) Indien sprake is van een latere activering wordt aangenomen dat de aanbouw is aangevangen op 1 januari van het boekjaar en het actief op 1 juli in gebruik genomen is.

d) De gemiddelde waarde van activa in aanbouw in een boekjaar, voor een activum dat zowel op 1 januari van een boekjaar als op 31 december van hetzelfde boekjaar in aanbouw is, is gelijk aan de som van de cumulatieve historische kosten primo boekjaar inclusief bouwrente voorgaande jaren en de cumulatieve historische kosten ultimo boekjaar vóór rentetoerekening, gedeeld door twee.

e) De gemiddelde waarde van activa in aanbouw in een boekjaar, voor een activum dat op 1 januari van een boekjaar in aanbouw is en gedurende datzelfde boekjaar in gebruik is genomen, is gelijk aan de som van de cumulatieve historische kosten primo boekjaar inclusief bouwrente voorgaande jaren en de cumulatieve historische kosten op datum ingebruikname vóór rentetoerekening, gedeeld door twee.

f) In het boekjaar waarin het actief in gebruik genomen is, wordt regulatoire bouwrente berekend tot de eerste dag van de maand van ingebruikname. Indien deze dag niet bekend is wordt uitgegaan van een ingebruiknamedatum van 1 juli.

g) Voor de berekening van de bouwrente dienen de bijdragen van derden ook toegerekend te worden aan het jaar waarin deze bijdragen worden ontvangen. Naast subsidies is een voorbeeld hierbij de voorfinanciering door derden die de daadwerkelijke (bouw)rentelasten voor het warmtebedrijf verlichten. Het warmtebedrijf beschrijft in de toelichting voor welke projecten er sprake was van een bijdrage van een derde, wat de omvang van de betreffende bijdrage was en de soort bijdrage van een derde is ontvangen.

III. Asset retirement obligation

De asset retirement obligation omvat bij de initiële verwerking de contante waarde van de verwachte ontmantelingskosten van het betreffende activum. Indien de verwerking in de jaarverslaggeving in enig jaar na de initiële verwerking wijzigt als gevolg van aanpassingen in de volgende parameters voert het warmtebedrijf in de regulatorische activawaardering een correctie door:

a) een verandering in de disconteringsvoet en/of;

b) een verandering in de inflatie en/of;

c) een verandering in de geschatte ontmantelingskosten en/of;

d) een verandering in de termijn waarop de asset wordt ontmanteld.

Het warmtebedrijf moet eventuele wijzigingen in de disconteringsvoet, de gehanteerde inflatie en de geschatte ontmantelingskosten toelichten in het toelichtingsdocument en zoveel mogelijk voorzien van documentatie.

Activacategorieën

58. Het warmtebedrijf onderscheidt de volgende activacategorieën:

Warmtenet: transportleiding; primair distributienet; secundair distributienet.

Overige activa: warmtebron en opslag; productienet; inpandig leidingstelsel; afleverset; en niet afzonderlijk benoemde materiële vaste activa.

Warmtenet: transportleiding

59. Onder materiële vaste activa transportleiding vallen activa behorende tot of die worden gebruikt voor:

a) een transportleiding; en

b) activa die verband houden met transportleidingen, bijvoorbeeld activa ten behoeve van balanshandhaving, monitoring of waterkwaliteitsbewaking van het transportnet.

60. Elk warmtebedrijf kan een transportleiding in zijn net hebben, maar geen warmtetransportnet. Een warmtetransportnet is namelijk wettelijk gekoppeld aan een aangewezen warmtetransportbeheerder.

Warmtenet: primair distributienet

61. Onder materiële vaste activa primair distributienet vallen activa behorende tot of die worden gebruikt voor:

a) het deel van een warmtenet dat warmte distribueert vanaf een transportleiding of rechtstreeks vanaf een warmtebron naar een of meerdere grootverbruikers of onderstations van secundaire distributienetten;

Regeling
Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmtebedrijven 2027
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
18-09-2026
BWB-id
BWBR0053124
Versie
2026-09-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl