wetzoeker

1 — Begrippen Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmtebedrijven 2027

Begrippen

1. Deze RAR bevatten definities die zijn opgenomen in artikel 1.1 van de Wcw.

2. In deze regulatorische accountingregels warmte (hierna: RAR) wordt verstaan onder:

– Aansluitcapaciteit: ook aansluitwaarde genoemd, het overeengekomen maximaal te leveren vermogen (in kilowatt);

– Activa: materiële vaste activa en immateriële vaste activa;

– Activity based costing (ABC): een kostentoerekening die is gebaseerd op het uitgangspunt dat niet producten, maar activiteiten kosten veroorzaken;

– Afnemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die thermische energie afneemt;

– Afnemersgroep: indeling van afnemers in groepen;

– Afschrijvingen: waardeverminderingen van activa;

– Afzet: geleverde warmte, gemeten in gigajoule;

– Basislast: warmteproductie door installaties die primair bedoeld zijn voor continue of langdurige levering en die als eerste in de inzetvolgorde (merit order) worden ingezet;

– Bijdrage aansluitkosten (BAK): de bijdrage aansluitkosten is de som van de gereguleerde eenmalige aansluitbijdrage (EAB) en de ongereguleerde kostendekkingsbijdrage (KDB);

– Bijdragen van derden: BAK, subsidies en andere bijdragen van derden;

– Boekjaar: kalenderjaar waarover de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) informatie uitvraagt op basis van de RAR;

– Cascadering: kostentoerekening per netvlak, waarbij de kosten van een hoger netvlak worden toegerekend aan de kosten op een lager netvlak;

– Collectieve warmtevoorziening: collectief warmtesysteem of geheel van collectieve warmtesystemen, overeenkomstig artikel 1.1 van de Wet collectieve warmte. Voor de toepassingen van deze RAR worden kleine collectieve warmtesystemen uitgezonderd, zoals omschreven onder hoofdstuk 2 van deze RAR;

– Directe kosten: kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn;

– Eenmalige aansluitbijdrage (EAB): een tariefgereguleerde eenmalige bijdrage voor het aansluiten op een collectieve warmtevoorziening, zoals bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, sub d, van de Wet collectieve warmte;

– Financiële baten en lasten: rentebaten, rentelasten (inclusief garantieprovisie) en baten en lasten uit overige financiële activiteiten van een warmtebedrijf;

– Gelijktijdigheid: verhouding tussen piekvraag die afnemers gezamenlijk veroorzaken op het warmtenet en de som van de individuele piekvraag;

– Gestandaardiseerde activawaarde (GAW): de waarde van de gereguleerde activa zoals vastgesteld door de ACM;

– Groep: een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden, conform artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

– Groepsmaatschappij: een rechtspersoon of vennootschap die deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

– Immateriële vaste activa: een identificeerbaar niet-monetair vast actief zonder fysieke gedaante;

– Incidentele kosten en opbrengsten: materiële kosten en opbrengsten die zich in het boekjaar hebben voorgedaan en naar verwachting in een volgend boekjaar niet optreden;

– Indirecte kosten: kosten die niet rechtstreeks toerekenbaar zijn;

– Inkoopkosten energie: inkoopkosten energie zijn kosten die verband houden met de inkoop van warmte of de inkoopkosten van energie (bijvoorbeeld gas of elektriciteit) om warmte mee te genereren (inclusief bijstook/buffering) of om warmte mee te transporteren/distribueren;

– Kapitaalkosten: vermogenskosten en afschrijvingskosten;

– Kosten: uitgaven die zijn toe te rekenen aan een bepaald boekjaar;

– Kostendekkingsbijdrage (KDB) of projectbijdrage: een ongereguleerde eenmalige bijdrage die een afnemer of een projectontwikkelaar betaalt;

– Materiële vaste activa: activa die bestemd zijn om de uitoefening van de werkzaamheden van de rechtspersoon duurzaam te dienen. Voor de bepaling van hetgeen tot de materiële vaste activa dient te worden gerekend, is niet de juridische, maar de economische eigendom doorslaggevend;

– Netvlak: onderscheid, op basis van hydraulische scheiding van een warmtenet in verschillende druk- en/of temperatuurniveaus, tussen transport en (primaire / secundaire) distributie;

– Ontwikkeling nieuwe netten: activiteiten die een warmtebedrijf verricht om nieuwe warmte- en koudenetten aan te leggen, waarbij geen sprake is van feitelijke levering van warmte en/of koude aan één of meerdere verbruikers;

– Opbrengsten: ontvangsten die zijn toe te rekenen aan een bepaald boekjaar;

– Operationele kosten: alle kosten van het warmtebedrijf, met uitzondering van afschrijvingen, amortisatie, financiële baten en lasten en vennootschapsbelasting;

– Opslag: installatie waar thermische energie wordt opgeslagen, indien deze installatie onderdeel is van, of verbonden is aan een warmtebron (bijvoorbeeld opslag in tanks, putten of hoge-temperatuur aquifers, warmtebatterij, e-boilers en WKO’s);

– Opwaardering van warmte: verhogen van de temperatuur van de warmte door een warmtebron;

– Overige activa: activa waar de ACM op basis van de Wet collectieve warmte een gestandaardiseerde activawaarde voor zal vaststellen, met uitzondering van een warmtenet;

– Pieklast: warmteproductie die aanvullend wordt ingezet bij hoge warmtevraag wanneer basislastinstallaties onvoldoende capaciteit leveren;

– Productienet: overeenkomstig artikel 1.1, onder ‘warmtenet’, sub c, van de Wet collectieve warmte, de leidingen, installaties en hulpmiddelen die zijn gelegen in een gebouw of werk van een producent of een producent van restwarmte of op het perceel waarop de productie-installatie is gelegen, tenzij op het perceel, in het gebouw of werk tevens warmte wordt geleverd op een leveringsaansluiting;

– Reguleringsdata: de noodzakelijke gegevens zoals bedoeld in artikel 7.10, eerste lid, van de Wet collectieve warmte;

– Start-GAW: de gestandaardiseerde activawaarde zoals bedoeld in artikel 7.11 van de Wet collectieve warmte;

– Technische ruimte: de (inpandige of vrijstaande) ruimte waarin activa in eigendom van het warmtebedrijf zijn opgesteld die primair dienen voor de opwekking, conversie, opslag of regeltechnische ondersteuning van thermische energie, waaronder, maar niet beperkt tot, warmtepompen, buffervaten, water- en chemische behandeling, pompen, regelkasten en meet- & regelsoftware;

– Temperatuurcategorie: de indeling van collectieve warmtevoorzieningen in aflevertemperaturen zoals opgenomen in bijlage 3;

– Thermische energie: warmte die ten behoeve van ruimteverwarming of verwarming van tapwater wordt geleverd door middel van het transport van water of een andere vloeistof of koude die ten behoeve van ruimtekoeling wordt geleverd door middel van het transport van water of een andere vloeistof;

– Transactiekosten financieringen: kosten die rechtstreeks samenhangen met het aantrekken, wijzigen of aflossen van rentedragend vreemd vermogen. Hieronder vallen kosten van adviseurs, brokers en banken. Uitgesloten zijn rentelasten en interne administratieve kosten;

– Transportleiding: een leiding geschikt voor het transporteren van grote hoeveelheden warmte over grotere afstanden. Een warmtebedrijf kan een transportleiding hebben, maar geen warmtetransportnet omdat die term wettelijk is voorbehouden aan warmtetransportbeheerders;

– Utiliteit: verblijfsobject zonder woonfunctie (zie definities Basisregistratie Adressen en Gebouwen);

– Vast actief: een uit gebeurtenissen in het verleden voortgekomen middel waarover het warmtebedrijf de beschikkingsmacht heeft, dat hij in gebruik heeft genomen en waaruit in de toekomst naar verwachting economische voordelen naar het warmtebedrijf zullen vloeien en de kostprijs van een vast actief betrouwbaar kan worden vastgesteld (ontleend aan International Accounting Standard 16.7).

Regeling
Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmtebedrijven 2027
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
18-09-2026
BWB-id
BWBR0053124
Versie
2026-09-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl