wetzoeker

Toelichting bij paragraaf 5.5.1 – Toerekening productie en inkoop van thermische energie Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmtebedrijven 2027

De mate waarin geleverde warmte wordt afgenomen door verschillende typen afnemers is een eerlijke verdeelsleutel voor de toerekening van kosten en activawaarde van deze activiteit aan de verschillende typen afnemers.

In veel gevallen hebben warmtebedrijven meerdere bronnen die thermische energie produceren voor hetzelfde net. De ACM kan zich enkele situaties voorstellen waarin een toerekening op basis van de totale afzet in GJ niet precies tot een eerlijke verdeling van de kosten van alle bronnen leidt. Mogelijk zou een specifiekere toerekening van de kosten per (type) bron tot een preciezere kostentoerekening leiden.

Redenen om een bepaald (type) bron toe te rekenen op basis van afzet van deze bron / dat type bron kunnen zijn:

• Soms zijn specifieke bronnen uitsluitend bestemd voor specifieke (typen) afnemers. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in situaties waarin bepaalde typen afnemers een lagere ‘service level agreement’, bijvoorbeeld een non-firm contract (afschakelbare leveringsaansluiting, waarbij in een schriftelijke overeenkomst is opgenomen dat het warmtebedrijf de warmtelevering kan onderbreken, ook indien geen sprake is van een storing met inbegrip van onderhoud), hebben afgesloten met het warmtebedrijf dan standaard geldt;

• Een zwembad zal 24/7 warmte nodig hebben wat een vlak profiel geeft. Daardoor kan het zijn dat een zwembad uitsluitend gebruik maakt van productie-installaties voor de basislast en geen gebruik maakt van piekinstallaties;

• Warmteverliezen zorgen ook voor een vlak profiel. RVO rapporteert over 2024 een gemiddeld warmteverlies van 29%

12 Overzicht duurzaamheid warmtenetten 2024, RVO

. De fijnvermaasde secundaire netten voor kleinverbruikers zullen een aanzienlijk deel daarvan veroorzaken waardoor zij ook structureel gebruikmaken van basislast;

• Soms zijn (vaak gasgestoookte) piekinstallaties ook bestemd als backup. Ook voor het zwembad en de basislast van kleinverbruikers zijn backup-installaties nodig, om de leveringszekerheid te borgen. Een zwembad behoort dus ook kosten voor de backup-installaties toegerekend te krijgen.

• Soms hebben specifieke (typen) afnemers een sterk afwijkend profiel, bijvoorbeeld wanneer zij géén warmte afnemen voor ruimteverwarming.

Het warmtebedrijf kan beredeneren dat niet toerekenbare vaste productiekosten op basis van netcapaciteit toegerekend zouden moeten worden, omdat er immers veel vaste kosten zijn om productiecapaciteit beschikbaar te houden. De ACM vindt het vanuit het oogpunt van kostentoerekening naar de afnemersgroepen eerlijker en praktischer om alle productiekosten op basis van verbruik toe te rekenen. Het warmtebedrijf kan immers inspelen op veranderingen in verbruik door multisourcing toe te passen en via optimalisatie van diverse bronnen met verschillende capex/opex de productiekosten te optimaliseren. Daarbij ontstaat er geen risico voor het warmtebedrijf: alle kosten worden verdeeld in de kostentoerekening. Een mogelijk risico ontstaat pas op het moment dat productiekosten inefficiënt zijn.

Wel kiest de ACM ervoor om warmtebedrijven de mogelijkheid te geven om een alternatief te hebben om de kosten van productie en inkoop op een andere basis dan GJ voor basislast en pieklast gecombineerd toe te rekenen. Warmtebedrijven moeten dan wel een toerekening laten zien op basis van de door hen gebruikte bronnen en de profielen van afnemers. Daaruit zal blijken in hoeverre basislast ook is toegerekend aan kleinverbruikers en in hoeverre back-up correct is toegerekend aan alle afnemersgroepen.

De situatie kan zich in de praktijk voordoen dat grootverbruikers korting krijgen op hun afname op basis van een staffel die in lijn ligt met de kortingen op de gasbelasting. ACM ziet deze kortingen niet als kostengebaseerd, en houdt bij de toerekening van kosten van energie dan ook geen rekening met deze kortingen.

De afstand tot de bron kan bij de ontwikkeling van een warmtenet een cruciale factor zijn in de bepaling van de kosten die gemaakt moeten worden om een bepaalde afnemers aan te kunnen sluiten. Dit ziet overigens vooral op netwerkkosten en in mindere mate op kosten van energie. Toch kiest de ACM ervoor om voor bestaande netten geen rekening te houden met de marginale kostenveroorzaking van specifieke afnemers op het warmtesysteem. Er is in een warmtenet altijd verschil in afstand tot een bron, en tegelijk is een bepaalde schaal (en dus ook afstand tot de bron) nodig om een warmtenet financieel haalbaar te maken, waar alle gebruikers aan bijdragen.

Regeling
Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmtebedrijven 2027
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
18-09-2026
BWB-id
BWBR0053124
Versie
2026-09-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl