wetzoeker

Implementatiewet kapitaalvereisten 2026

Wet van 18 juni 2026 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en de Wet op de economische delicten ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1619 met betrekking tot kapitaalvereisten voor banken en Richtlijn (EU) 2024/2994 met betrekking tot blootstellingen op centrale tegenpartijen (Implementatiewet kapitaalvereisten 2026)

Soort
Wet
Geldend vanaf
22-09-2026
Rechtsgebied
Bank- en effectenrecht, financiering, Bankrecht, Toezicht bank- en kredietwezen
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0053029
Versie
2026-09-22_0
SHA-256 bron
31559fa63585d7702cc9a0c580120c69438bf3828eb44d962f4b8f0ad2fc2c97

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel IVa
  6. Artikel V
  7. Artikel VI

Artikel I

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

Artikel II

Wijzigt de Bankwet 1998.

Artikel III

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel IV

1 De Nederlandsche Bank beoordeelt uiterlijk op 10 januari 2027 of een bijkantoor met een vergunning als bedoeld in artikel 2:20 van de Wet op het financieel toezicht, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel S van deze wet, voldoet aan de vereisten van artikel 2:21 van de Wet op het financieel toezicht. Indien het bijkantoor voldoet aan de vereisten, verleent De Nederlandsche Bank een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht overeenkomstig artikel 2:21 van die wet onder gelijktijdige intrekking van de vergunning als bedoeld in artikel 2:20 van de Wet op het financieel toezicht, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel S van deze wet. Indien het bijkantoor niet voldoet aan de vereisten, trekt De Nederlandsche Bank de vergunning als bedoeld in artikel 2:20 van de Wet op het financieel toezicht, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel S, van deze wet, in. Artikel 1:104, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing.

2 De artikelen 2:20, eerste lid, en artikel 3:5, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht zijn niet van toepassing op een in een staat die geen lidstaat is gevestigde onderneming die een overeenkomst heeft gesloten voor 11 juli 2026 met een persoon als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht in Nederland voor de verlening van de in artikel 2:20, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht genoemde activiteiten, met dien verstande dat de artikelen 2:20, eerste lid, en artikel 3:5, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht wel van toepassing worden op het moment dat die overeenkomsten onderhevig zijn aan looptijdverandering of novatie.

3 Verklaringen van geen bezwaar, verkregen op grond van artikel 3:96, eerste lid, onderdelen a, b, of d, van de Wet op het financieel toezicht zoals dat artikel luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CCC, van deze wet, worden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet gelijkgesteld met een op grond van artikel 3:96a van de Wet op het financieel toezicht verkregen verklaring van geen bezwaar.

4 Artikel 3:96b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht is niet van toepassing indien een aanvraag voor een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het toezicht zoals dat artikel luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CCC, van deze wet is ingediend of verleend voorafgaand aan deze inwerkingtreding.

5 Een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96 van de Wet op het financieel toezicht ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CCC, van deze wet wordt, indien op dat tijdstip nog niet onherroepelijk is beslist, gelijkgesteld met een aanvraag als bedoeld in artikel 3:96a van de Wet op het financieel toezicht.

Artikel IVa

De Implementatiewet richtlijn en verordening kapitaalvereisten wordt ingetrokken.

Artikel V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel VI

Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet kapitaalvereisten 2026