wetzoeker

Bijlage — behorende bij artikel 3 van de Regeling aanvraagprocedure erkenning niet bekostigde beroepsopleidingen mbo Regeling aanvraagprocedure erkenning niet bekostigde beroepsopleidingen mbo

behorende bij artikel 3 van de Regeling aanvraagprocedure erkenning niet bekostigde beroepsopleidingen mbo

De bij de aanvraag, bedoeld in artikel 11.1.1 van de wet, te verstrekken bescheiden en gegevens, zijn de volgende:

A. Voor aanvragers van een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of de beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 11.1.2 van de wet:

a. een beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6 van de wet;

b. een beschrijving van de wijze waarop de zorgplicht ten aanzien van de keuzedelen, bedoeld in artikel 6.1.2a van de wet, wordt ingevuld;

c. een afschrift van de informatie die aan aspirant-studenten wordt verstrekt, bedoeld in artikel 6.1.3a van de wet;

d. de naam van het opleidingsdomein, het kwalificatiedossier en de kwalificatie en een omschrijving van de inrichting van de aangeboden opleiding of opleidingen waarvoor de aanvraag wordt gedaan, bedoeld in de artikelen 7.1.2 en 7.2.7 van de wet, met uitzondering van de laatste bijzin van artikel 7.2.7, zevende lid, van de wet;

e. een beschrijving van de wijze waarop studenten in de gelegenheid zijn om aan voor de beroepsopleiding vastgestelde beroepsvereisten te voldoen en bij examinering aan die vereisten, bedoeld in artikel 7.2.6 van de wet, wordt voldaan;

f. een afschrift van de beroepspraktijkvormingsovereenkomst, een beschrijving van de manier waarop de beroepspraktijkvorming en de beoordeling van de student worden vormgegeven en een opgave van de bedrijven die als leerbedrijf fungeren als bedoeld in artikel 7.2.8 van de wet, met een bewijs van de erkenning als leerbedrijf als bedoeld in artikel 5.2.3, tweede lid, van de wet, of een weergave van de verkenning en contacten met bedrijven die mogelijk als leerbedrijf gaan fungeren, vergezeld van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de genoemde leerbedrijven;

g. een omschrijving waaruit blijkt dat en op welke wijze het bevoegd gezag zorgdraagt voor de beschikbaarheid van de praktijkplaatsen, bedoeld in artikel 7.2.9 van de wet, en voor de totstandkoming van de overeenkomst, bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de wet;

h. een omschrijving van de wijze waarop studenten in de gelegenheid worden gesteld om een examen af te leggen en waarop zij worden geëxamineerd en beoordeeld als bedoeld in artikel 7.4.2 van de wet en waaruit blijkt dat hierbij wordt voldaan aan de kwaliteitsstandaarden, bedoeld in artikel 7.4.4 van de wet;

i. indien de examinering wordt overgedragen aan een andere instelling, aan een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs of aan een exameninstelling als bedoeld in artikel 7.4.4a van de wet, een opgave van de naam en de adres- en contactgegevens van die instelling of aanbieder;

j. indien de examinering wordt verzorgd door de aanvrager een beschrijving van de wijze van instelling, benoeming en samenstelling van de examencommissie of examencommissies, bedoeld in artikel 7.4.5 van de wet, met een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager de deskundigheid van de leden van de examencommissie of examencommissies op het gebied van de desbetreffende opleiding of groepen van opleidingen of op het gebied van examinering toetst en van de wijze waarop de aanvrager het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie of examencommissies waarborgt;

k. een beschrijving van de wijze waarop de examencommissie de kwaliteit van de examinering en van de instellingsexamens vaststelt en borgt alsmede een afschrift van de richtlijnen en aanwijzingen die de examencommissie heeft vastgesteld om de instellingsexamens te beoordelen en van het vrijstellingenbeleid, bedoeld in artikel 7.4.5a van de wet;

l. het beleid van de examencommissie met betrekking tot het verstrekken van de certificaten en de diploma’s, bedoeld in de artikelen 7.2.3 en 7.4.6 van de wet;

m. het beleid van de examencommissie met betrekking tot het verstrekken van de mbo-verklaringen, bedoeld in artikel 7.4.6a van de wet;

n. een beschrijving van de wijze waarop het bevoegd gezag zorgt voor een goede organisatie en kwaliteit van het onderwijsprogramma en de examinering en een afschrift van de onderwijs- en examenregeling en van de regels van de examencommissie met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van toetsen, het examen en examenonderdelen, bedoeld in artikel 7.4.8 van de wet;

o. een opgave van de samenstelling van de intern of extern georganiseerde commissie van beroep voor de examens, bedoeld in artikel 7.5.3 van de wet;

p. een beschrijving van de gehanteerde vooropleidingeisen, bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet, en de wijze waarop hierop door de aanbieder wordt gecontroleerd;

q. voor zover sprake is van een samenwerkingscollege, tevens een afschrift van de schriftelijke overeenkomst tussen de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in artikel 8.6.1 van de wet, een afschrift van de onderwijs- en examenregeling en een beschrijving van de aanwijzing van de examencommissie en de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in artikel 8.6.3 van de wet;

r. een opgave van de vastgestelde studieduur, bedoeld in artikel 11.1.4 van de wet;

B. Voor aanvragers van een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding in de loopbaanbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 11.1.3 van de wet: de gegevens en de bescheiden, bedoeld in de onderdelen a tot en met r hierboven, met uitzondering van de bescheiden en gegevens die de niet voor deze aanvragers geldende voorwaarden, bedoeld in artikel 11.1.3, onderdelen a tot en met c, van de wet, betreffen.

Regeling
Regeling aanvraagprocedure erkenning niet bekostigde beroepsopleidingen mbo
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0052860
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl