Regeling aanvraagprocedure erkenning niet bekostigde beroepsopleidingen mbo
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 juni 2026, nr. MBO/55082521, houdende regels voor de aanvraag van een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding (Regeling aanvraagprocedure erkenning niet bekostigde beroepsopleidingen mbo)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2026
- Rechtsgebied
- Onderwijsrecht
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- BWB-id
- BWBR0052860
- Versie
- 2026-08-01_0
- SHA-256 bron
- 602d61760fc8134205d2da7d56ab1d1c6fa569e13c8c435d1d2016b98a822d93
Inhoud (8)
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
consumentenprijsindex: consumentenprijsindex, ‘reeks alle huishoudens’, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek;
DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;
opleidingscode: opleidingscode die is opgenomen in de vierde kolom van de tabel in bijlage 1 bij de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016;
wet: Wet educatie en beroepsonderwijs.
Artikel 2
De aanvraag voor erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding, bedoeld in artikel 11.1.1, vierde lid, van de wet, geschiedt met gebruikmaking van de E-formulieren die op de website van DUO worden aangeboden en ingediend:
duo.nl/zakelijk/middelbaar-beroepsonderwijs/niet-bekostigd-onderwijs/diploma-erkenning-aanvragen.jsp.
Artikel 3
De nadere regels over de bij de aanvraag te verstrekken bescheiden en gegevens, bedoeld in artikel 11.1.1, vierde lid, van de wet, zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Artikel 4
1 Een aanvrager die op het moment van de aanvraag geen andere beroepsopleiding verzorgt, is voor de kosten, bedoeld in artikel 11.1.10, eerste lid, van de wet, een vergoeding verschuldigd van € 952 per opleidingscode.
2 Indien de aanvraag niet wordt gehonoreerd en de aanvrager die geen andere beroepsopleiding verzorgt, een nieuwe aanvraag indient voor erkenning voor dezelfde beroepsopleiding met dezelfde opleidingscode in dezelfde leerweg, bedraagt de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, € 476 per opleidingscode.
3 De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, kunnen jaarlijks door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden aangepast aan de hand van de consumentenprijsindex.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2026.
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraagprocedure erkenning niet bekostigde beroepsopleidingen mbo.
Bijlage — behorende bij artikel 3 van de Regeling aanvraagprocedure erkenning niet bekostigde beroepsopleidingen mbo
Bijlage — behorende bij artikel 3 van de Regeling aanvraagprocedure erkenning niet bekostigde beroepsopleidingen mbo
De bij de aanvraag, bedoeld in artikel 11.1.1 van de wet, te verstrekken bescheiden en gegevens, zijn de volgende:
A. Voor aanvragers van een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of de beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 11.1.2 van de wet:
a. een beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6 van de wet;
b. een beschrijving van de wijze waarop de zorgplicht ten aanzien van de keuzedelen, bedoeld in artikel 6.1.2a van de wet, wordt ingevuld;
c. een afschrift van de informatie die aan aspirant-studenten wordt verstrekt, bedoeld in artikel 6.1.3a van de wet;
d. de naam van het opleidingsdomein, het kwalificatiedossier en de kwalificatie en een omschrijving van de inrichting van de aangeboden opleiding of opleidingen waarvoor de aanvraag wordt gedaan, bedoeld in de artikelen 7.1.2 en 7.2.7 van de wet, met uitzondering van de laatste bijzin van artikel 7.2.7, zevende lid, van de wet;
e. een beschrijving van de wijze waarop studenten in de gelegenheid zijn om aan voor de beroepsopleiding vastgestelde beroepsvereisten te voldoen en bij examinering aan die vereisten, bedoeld in artikel 7.2.6 van de wet, wordt voldaan;
f. een afschrift van de beroepspraktijkvormingsovereenkomst, een beschrijving van de manier waarop de beroepspraktijkvorming en de beoordeling van de student worden vormgegeven en een opgave van de bedrijven die als leerbedrijf fungeren als bedoeld in artikel 7.2.8 van de wet, met een bewijs van de erkenning als leerbedrijf als bedoeld in artikel 5.2.3, tweede lid, van de wet, of een weergave van de verkenning en contacten met bedrijven die mogelijk als leerbedrijf gaan fungeren, vergezeld van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de genoemde leerbedrijven;
g. een omschrijving waaruit blijkt dat en op welke wijze het bevoegd gezag zorgdraagt voor de beschikbaarheid van de praktijkplaatsen, bedoeld in artikel 7.2.9 van de wet, en voor de totstandkoming van de overeenkomst, bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de wet;
h. een omschrijving van de wijze waarop studenten in de gelegenheid worden gesteld om een examen af te leggen en waarop zij worden geëxamineerd en beoordeeld als bedoeld in artikel 7.4.2 van de wet en waaruit blijkt dat hierbij wordt voldaan aan de kwaliteitsstandaarden, bedoeld in artikel 7.4.4 van de wet;
i. indien de examinering wordt overgedragen aan een andere instelling, aan een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs of aan een exameninstelling als bedoeld in artikel 7.4.4a van de wet, een opgave van de naam en de adres- en contactgegevens van die instelling of aanbieder;
j. indien de examinering wordt verzorgd door de aanvrager een beschrijving van de wijze van instelling, benoeming en samenstelling van de examencommissie of examencommissies, bedoeld in artikel 7.4.5 van de wet, met een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager de deskundigheid van de leden van de examencommissie of examencommissies op het gebied van de desbetreffende opleiding of groepen van opleidingen of op het gebied van examinering toetst en van de wijze waarop de aanvrager het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie of examencommissies waarborgt;
k. een beschrijving van de wijze waarop de examencommissie de kwaliteit van de examinering en van de instellingsexamens vaststelt en borgt alsmede een afschrift van de richtlijnen en aanwijzingen die de examencommissie heeft vastgesteld om de instellingsexamens te beoordelen en van het vrijstellingenbeleid, bedoeld in artikel 7.4.5a van de wet;
l. het beleid van de examencommissie met betrekking tot het verstrekken van de certificaten en de diploma’s, bedoeld in de artikelen 7.2.3 en 7.4.6 van de wet;
m. het beleid van de examencommissie met betrekking tot het verstrekken van de mbo-verklaringen, bedoeld in artikel 7.4.6a van de wet;
n. een beschrijving van de wijze waarop het bevoegd gezag zorgt voor een goede organisatie en kwaliteit van het onderwijsprogramma en de examinering en een afschrift van de onderwijs- en examenregeling en van de regels van de examencommissie met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van toetsen, het examen en examenonderdelen, bedoeld in artikel 7.4.8 van de wet;
o. een opgave van de samenstelling van de intern of extern georganiseerde commissie van beroep voor de examens, bedoeld in artikel 7.5.3 van de wet;
p. een beschrijving van de gehanteerde vooropleidingeisen, bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet, en de wijze waarop hierop door de aanbieder wordt gecontroleerd;
q. voor zover sprake is van een samenwerkingscollege, tevens een afschrift van de schriftelijke overeenkomst tussen de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in artikel 8.6.1 van de wet, een afschrift van de onderwijs- en examenregeling en een beschrijving van de aanwijzing van de examencommissie en de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in artikel 8.6.3 van de wet;
r. een opgave van de vastgestelde studieduur, bedoeld in artikel 11.1.4 van de wet;
B. Voor aanvragers van een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding in de loopbaanbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 11.1.3 van de wet: de gegevens en de bescheiden, bedoeld in de onderdelen a tot en met r hierboven, met uitzondering van de bescheiden en gegevens die de niet voor deze aanvragers geldende voorwaarden, bedoeld in artikel 11.1.3, onderdelen a tot en met c, van de wet, betreffen.
Bijlage — behorende bij artikel 3 van de Regeling aanvraagprocedure erkenning niet bekostigde beroepsopleidingen mbo › Integrale verstrekking respectievelijk selectieve verstrekking
Integrale verstrekking respectievelijk selectieve verstrekking
Aanvragers die voor het eerst een aanvraag voor erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding doen alsmede bestaande aanbieders van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs die een aanvraag doen voor erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding buiten het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel buiten het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij al een of meerdere beroepsopleidingen verzorgen, dienen de in deze bijlage aangeduide bescheiden en gegevens integraal met het aanvraagformulier in.
Dit geldt ook voor instellingen die uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen in de beroepsopleidende of de beroepsbegeleidende leerweg (bol en bbl) verzorgen en die een aanvraag doen voor een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding buiten het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel buiten het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij de bekostigde beroepsopleidingen verzorgen.
Voor aanbieders van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs die een aanvraag voor erkenning doen voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding binnen het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel binnen het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij al een of meerdere beroepsopleidingen verzorgen, bepaalt de inspectie na ontvangst van de aanvraag welke van de in deze bijlage aangeduide bescheiden en gegevens moeten worden verstrekt.
Dit geldt ook voor instellingen die uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen in de beroepsopleidende leerweg of de beroepsbegeleidende leerweg (bol en bbl) verzorgen en die een aanvraag doen voor een erkenning voor een niet bekostigde beroepsopleiding binnen het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel binnen het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij de bekostigde beroepsopleidingen verzorgen.
De inspectie kan na kennisneming van de door de aanvrager bij de aanvraag verstrekte bescheiden en gegevens nog nadere bescheiden en gegevens opvragen, indien zij dit noodzakelijk acht om de aanvraag aan de erkenningsvoorwaarden te kunnen toetsen.
Dit geldt zowel voor aanvragen waarbij de in deze bijlage aangeduide bescheiden en gegevens integraal met het aanvraagformulier worden ingediend als voor aanvragen waarbij de inspectie na ontvangst van de aanvraag bepaalt welke van de in deze bijlage aangeduide bescheiden en gegevens moeten worden verstrekt.