wetzoeker

Artikel 2 Mandaat Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten

1 Onze Minister verleent mandaat aan de directeur-generaal Migratie voor het:

a. Verstrekken van een specifieke uitkering op grond van artikel 2 of artikel 7 van de Regeling;

b. Beschikbaar stellen van een formulier, op grond van artikel 2 van de Regeling;

c. Het geheel of gedeeltelijk afwijzen van een aanvraag, op grond van artikel 3 van de Regeling, evenals het toekennen van een aanvraag;

d. Het op grond van artikel 7 van de Regeling beëindigen van de periode waarvoor specifieke uitkering is verstrekt;

e. Het verstrekken van een voorschot op grond van artikel 9 van de Regeling; en

f. Het vaststellen, waaronder mede wordt begrepen het lager vaststellen, van een specifieke uitkering, evenals het terugvorderen van verstrekte middelen, op grond van artikel 11 van de Regeling;

2 Onze Minister verleent aan de directeur-generaal Migratie eveneens mandaat voor:

a. Het behandelen van bezwaar of beroep ten aanzien van een besluit genomen op grond van de Regeling;

b. Het behandelen van een verzoek op grond van de Woo ten aanzien van de uitoefening van een in het eerste lid genoemde bevoegdheid;

c. Het behandelen van bezwaarschiften die zijn gericht tegen een krachtens het mandaat genomen besluit ter uitoefening van een in het eerste lid genoemde bevoegdheid;

d. het verrichten van feitelijke handelingen die direct samenhangen met de uitoefening van de bevoegdheden genoemd in het eerste lid en in het tweede lid, onder a, b en c.

3 Er kan ondermandaat worden verleend.

Regeling
Mandaat Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0052751
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl