wetzoeker

Mandaat Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten

Besluit van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 26 juni 2026, houdende regels inzake het mandaat ten behoeve van de uitoefening van bevoegdheden op grond van de Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten (Mandaat Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0052751
Versie
2026-07-01_0
SHA-256 bron
3f606b4294759923544037dcbdb865a4ac2b3342b5eb2b046a4577430d64e281

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

b. Regeling: Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten;

c. Woo: de Wet open overheid;

d. Mandaat: de bevoegdheid om in naam van Onze Minister besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht te nemen, alsmede de feitelijke handelingen in het kader van de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering daarvan te verrichten.

Artikel 2

1 Onze Minister verleent mandaat aan de directeur-generaal Migratie voor het:

a. Verstrekken van een specifieke uitkering op grond van artikel 2 of artikel 7 van de Regeling;

b. Beschikbaar stellen van een formulier, op grond van artikel 2 van de Regeling;

c. Het geheel of gedeeltelijk afwijzen van een aanvraag, op grond van artikel 3 van de Regeling, evenals het toekennen van een aanvraag;

d. Het op grond van artikel 7 van de Regeling beëindigen van de periode waarvoor specifieke uitkering is verstrekt;

e. Het verstrekken van een voorschot op grond van artikel 9 van de Regeling; en

f. Het vaststellen, waaronder mede wordt begrepen het lager vaststellen, van een specifieke uitkering, evenals het terugvorderen van verstrekte middelen, op grond van artikel 11 van de Regeling;

2 Onze Minister verleent aan de directeur-generaal Migratie eveneens mandaat voor:

a. Het behandelen van bezwaar of beroep ten aanzien van een besluit genomen op grond van de Regeling;

b. Het behandelen van een verzoek op grond van de Woo ten aanzien van de uitoefening van een in het eerste lid genoemde bevoegdheid;

c. Het behandelen van bezwaarschiften die zijn gericht tegen een krachtens het mandaat genomen besluit ter uitoefening van een in het eerste lid genoemde bevoegdheid;

d. het verrichten van feitelijke handelingen die direct samenhangen met de uitoefening van de bevoegdheden genoemd in het eerste lid en in het tweede lid, onder a, b en c.

3 Er kan ondermandaat worden verleend.

Artikel 3

1 Bij de uitoefening van het onder artikel 2, tweede lid, genoemde mandaat, worden op grond van artikel 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht, de volgende instructies gegeven:

a. Een bezwaarschrift gericht tegen een krachtens mandaat genomen besluit genoemd in artikel 2 wordt ter kennisgeving medegedeeld aan Onze Minister.

b. Een besluit op het bezwaarschrift gericht tegen een krachtens mandaat genomen besluit genoemd in artikel 2 wordt alvorens het wordt bekendgemaakt ter kennisgeving medegedeeld aan Onze Minister.

c. Indien een beroepschrift is ingediend waarmee beroep wordt ingesteld tegen een krachtens mandaat genomen besluit genoemd in artikel 2, dan wordt deze ter kennisgeving medegedeeld aan Onze Minister.

d. een besluit op het verzoek op grond van de Woo als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder b wordt alvorens het wordt bekend gemaakt ter kennisgeving medegedeeld aan Onze Minister.

2 Een mededeling aan Onze Minister op grond van het eerste lid wordt gericht aan de directie Wonen, afdeling Aandachtsgroepen.

Artikel 4

1 Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2026.

2 Dit besluit wordt aangehaald als ‘Mandaat Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten’.