Regeling regionaal programma en Doorstroompuntfunctie 2026–2029
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 oktober 2025, nr. MBO/53160358, houdende voorschriften inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de jaren 2026 tot en met 2029 en de verbetering van de stap van school naar werk (Regeling regionaal programma en Doorstroompuntfunctie 2026–2029)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 10-06-2026
- Rechtsgebied
- Onderwijsrecht
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- BWB-id
- BWBR0051614
- Versie
- 2026-06-10_0
- SHA-256 bron
- 8b0d92198e22e22bf2489b1231624b6a439db5e1bb95752aa985cb6b08dc987a
Inhoud (38)
- Artikel 1.1
- Artikel 1.2
- Artikel 2.1
- Artikel 2.2
- Artikel 2.3
- Artikel 2.4
- Artikel 2.5
- Artikel 2.6
- Artikel 3.1
- Artikel 3.2
- Artikel 3.3
- Artikel 3.4
- Artikel 3.5
- Artikel 3.6
- Artikel 3.7
- Artikel 3.8
- Artikel 3.9
- Artikel 3.10
- Artikel 4.1
- Artikel 4.2
- Artikel 4.3
- Artikel 4.4
- Artikel 4.5
- Artikel 4.6
- Artikel 4.7
- Artikel 4.8
- Artikel 5.1
- Artikel 5.2
- Artikel 6.1
- Artikel 6.2
- Artikel 6.3
- A — Definitie nieuwe voortijdig schoolverlater voor studiejaar 2026/2027 en verder
- B — Definitie jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken
- Beschikbaar subsidiebedrag per contactschool per jaar, voor de jaren 2026 tot en met 2029.
- Aanvraagformulier subsidie contactschool, tevens format regionaal programma (deel 1)
- Aanvraagformulier subsidie contactschool, tevens format regionaal programma (deel 2)
- Verdeling jaarlijks totaalbudget specifieke uitkering over contactgemeenten voor 2026
- Samenstelling Doorstroompuntregio’s
Paragraaf 1 — Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
afspraken: afspraken als bedoeld in artikel 9.2.8, derde lid, onderdeel b, WEB;
bevoegd gezag: bevoegd gezag van een bekostigde school of instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 WEB, artikel 1 WEC of artikel 1.1 WVO 2020;
CBS: Centraal bureau voor de statistiek, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek;
contactgemeente: contactgemeente als bedoeld in artikel 9.2.4, tweede lid, WEB van de Doorstroompuntregio;
contactschool: contactschool als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid;
centrumgemeente: centrumgemeente of -gemeenten, genoemd in artikel 1.8 van de Regeling SUWI, waarvan de arbeidsmarktregio geheel of gedeeltelijk overlapt met de betreffende Doorstroompuntregio;
Doorstroompuntfunctie: taken van het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 9.2.5 WEB;
Doorstroompuntregio: regio als bedoeld in artikel 9.2.4, eerste lid, WEB;
effectrapportage: effectrapportage als bedoeld in artikel 9.2.10 WEB;
Fier Fryslân: stichting Fier, te Leeuwarden, het landelijk expertise- en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties;
institutionele fusie: institutionele fusie als bedoeld in artikel 1.1.1 WEB, artikel 66 WEC of artikel 3.29 WVO 2020;
maatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 9.2.8, derde lid, onderdeel a, WEB;
mbo: beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, WEB;
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
onderwijsinstelling: bekostigde school of instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 WEB, artikel 1 WEC of artikel 1.1 WVO 2020;
regionaal programma: regionaal programma als bedoeld in artikel 9.2.8 WEB;
streefcijfers: streefcijfers als bedoeld in artikel 9.2.8, derde lid, onderdeel a, WEB;
studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar;
WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs;
WEC: Wet op de expertisecentra;
WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.
Paragraaf 1 — Algemene bepalingen
Artikel 1.2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Paragraaf 2 — Het regionaal programma 2026–2029
Artikel 2.1
1 De periode, bedoeld in artikel 9.2.8, eerste lid, WEB, waarvoor het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente een regionaal programma opstelt, loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029.
2 De contactgemeente, centrumgemeente en contactschool dragen gezamenlijk zorg voor de totstandkoming en uitvoering van het regionaal programma.
Paragraaf 2 — Het regionaal programma 2026–2029
Artikel 2.2
Het regionaal programma bevat in ieder geval:
a. een regionale analyse die de basis vormt voor de onderdelen b tot en met e;
b. streefcijfers;
c. afspraken;
d. maatregelen; en
e. een begroting.
Paragraaf 2 — Het regionaal programma 2026–2029
Artikel 2.3
De streefcijfers omvatten in ieder geval:
a. een streefcijfer voor studiejaar 2025/2026 gericht op beperking van het landelijke aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per studiejaar tot 18.000, bepaald aan de hand van de begripsbepaling van nieuwe voortijdig schoolverlater zoals opgenomen in artikel 1.1 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025 in samenhang met bijlage 1 bij die regeling, zoals die luidden op 30 april 2025;
b. streefcijfers voor de studiejaren 2026/2027 tot en met 2029/2030 gericht op beperking van het landelijke aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per studiejaar tot 23.000, bepaald aan de hand van de definitie van nieuwe voortijdig schoolverlater zoals volgend uit bijlage 1, onder A; en
c. streefcijfers voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2029 gericht op beperking van het aantal jongeren dat geen onderwijs volgt en niet werkt, bepaald aan de hand van bijlage 1, onder B.
Paragraaf 2 — Het regionaal programma 2026–2029
Artikel 2.4
1 Het regionaal programma bevat in ieder geval afspraken over de volgende onderwerpen:
a. de samenwerking tussen de partijen, bedoeld in artikel 9.2.4, derde lid, onderdeel a, WEB bij de uitvoering van de maatregelen en bij de uitvoering van:
1°. de wettelijke taken van de colleges van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 9.2.5 WEB en artikel 7a van de Participatiewet; en
2°. de wettelijke taken van de bevoegde gezagsorganen van de onderwijsinstellingen, bedoeld in de artikelen 9.2.12 en 9.2.13 WEB, de artikelen 44 en 44a WEC en de artikelen 2.31a en 2.31b WVO 2020;
b. het gebruik van het overgangsdocument, bedoeld in artikel 9.2.13, derde lid, WEB, artikel 44a, derde lid, WEC en artikel 2.31b, derde lid, WVO 2020 en van de mbo-verklaring, bedoeld in artikel 7.4.6a WEB;
c. het zorgen voor laagdrempelige en toegankelijke ondersteuning voor jongeren die kampen met psychische, fysieke, financiële, criminele of andere problemen, met aandacht voor samenwerking met de domeinen zorg, inkomen en veiligheid;
d. het verbeteren van de voorbereiding op en de overgang naar het mbo, met speciale aandacht voor overstappende vso-leerlingen, nieuwkomers en voldoende passende stageplekken en leerbanen;
e. het tegengaan van ongediplomeerde uitval naar werk;
f. bij- of omscholing van jongeren zonder startkwalificatie tijdens een baan door middel van praktijkleren in het mbo, resulterend in een mbo-verklaring of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.6a respectievelijk 7.2.3 WEB of door middel van non-formele scholing met een branchewaardering zoals opgenomen in erkende ontwikkelpaden als bedoeld in artikel 3.6 van de SLIM-regeling;
g. het investeren in de vakkundigheid van het personeel van de gemeenten en onderwijsinstellingen dat is belast met de uitvoering van de maatregelen en met de uitvoering van de wettelijke taken, genoemd in onderdeel a, onder 1° en 2°;
h. de vormgeving en organisatie van het regionaal bestuurlijk overleg, bedoeld in artikel 9.2.8, vierde lid, WEB; en
i. de wijze waarop jongeren worden betrokken bij de uitvoering van het regionaal programma.
2 De inhoud van de afspraken kan tijdens de looptijd van het regionaal programma bijgesteld of verder uitgewerkt worden.
Paragraaf 2 — Het regionaal programma 2026–2029
Artikel 2.5
1 Er is sprake van een maatregel indien hier budget als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, onderdelen a of b, aan wordt uitgegeven.
2 Uit het regionaal programma blijkt dat elke maatregel voldoet aan in ieder geval de volgende voorwaarden:
a. de maatregel is gericht op jongeren die:
1°. geen onderwijs volgen;
2°. geen werk hebben; of
3°. een groot risico lopen geen onderwijs te volgen of geen werk te hebben;
b. er is een duidelijke relatie tussen de regionale analyse en de maatregel;
c. er is duidelijk beschreven wat het beoogde maatschappelijke effect van de maatregel is en de effectiviteit van de maatregel is aannemelijk gemaakt of zal tijdens de looptijd van het regionaal programma worden geëvalueerd;
d. voor gebruikmaking van de voorzieningen, voortvloeiend uit de maatregel, wordt:
1°. indien de maatregel op een onderwijsinstelling wordt uitgevoerd geen onderscheid gemaakt op basis van de gemeente, Doorstroompuntregio of arbeidsmarktregio waar de jongere woont; en
2°. voor de overige maatregelen geen onderscheid gemaakt op basis van de gemeente binnen de Doorstroompuntregio waar een jongere woont, tenzij inhoudelijk kan worden onderbouwd waarom een dergelijk onderscheid noodzakelijk is; en
e. de maatregel is aanvullend op:
1°. de wettelijke taken van de colleges van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 9.2.5 WEB en artikel 7a van de Participatiewet; en
2°. de wettelijke taken van de bevoegde gezagsorganen van de onderwijsinstellingen, bedoeld in de artikelen 9.2.12 en 9.2.13 WEB, de artikelen 44 en 44a WEC en de artikelen 2.31a en 2.31b WVO 2020.
3 In aanvulling op artikel 2.2 omvat het regionaal programma van Doorstroompuntregio Friesland Noord in ieder geval een of meer maatregelen met betrekking tot de voorzieningen zoals aangeboden door Fier Fryslân.
Paragraaf 2 — Het regionaal programma 2026–2029
Artikel 2.6
1 Het totale budget voor het regionaal programma bestaat uit:
a. de subsidie aan de contactschool, bedoeld in paragraaf 3;
b. de specifieke uitkering aan de contactgemeente, bedoeld in paragraaf 4, voor zover bestemd voor het regionaal programma; en
c. eventueel overig budget.
2 Onder het eventuele overig budget, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vallen in ieder geval de reserves, bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onderdeel a.
3 In de begroting wordt gespecificeerd welk bedrag per maatregel en welk bedrag aan algemene kosten wordt besteed.
Paragraaf 3 — Subsidie aan contactschool voor regionaal programma
Artikel 3.1
1 De minister kan op een aanvraag van het bevoegd gezag van een contactschool subsidie verstrekken voor het regionaal programma.
2 In afwijking van artikel 3.2, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is de subsidie bedoeld voor de gehele periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029.
Paragraaf 3 — Subsidie aan contactschool voor regionaal programma
Artikel 3.2
1 De onderwijsinstellingen binnen een Doorstroompuntregio wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool in de betreffende Doorstroompuntregio.
2 De contactschool kan niet gedurende de looptijd van het regionaal programma worden gewijzigd, tenzij er sprake is van een institutionele fusie, splitsing of opheffing van de contactschool.
3 Het bevoegd gezag van de contactschool heeft in ieder geval de volgende taken, tevens zijnde subsidieverplichtingen:
a. het als penvoerder aanvragen, ontvangen en verantwoorden van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf;
b. het bijdragen aan de totstandkoming en uitvoering van het regionaal programma, waaronder de overeengekomen besteding van de subsidie;
c. het vertegenwoordigen van de onderwijsinstellingen in de Doorstroompuntregio bij de totstandkoming van het regionaal programma en bij het regionaal bestuurlijk overleg, zoals bedoeld in artikel 9.2.8, vierde lid, WEB;
d. het faciliteren van de afstemming van het beleid van elke onderwijsinstelling in de Doorstroompuntregio op het regionaal programma, waaronder de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de taken met betrekking tot de loopbaanbegeleiding, bedoeld in de artikelen 9.2.12 en 9.2.13 WEB, de artikelen 44 en 44a van WEC en de artikelen 2.31a en 2.31b WVO 2020;
e. het faciliteren van de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen in de Doorstroompuntregio en de andere partijen in het regionaal programma; en
f. het bijdragen aan de effectrapportage.
4 In aanvulling op de taken, genoemd in het derde lid, heeft het bevoegd gezag van de contactschool van Doorstroompuntregio Friesland Noord de taak om ervoor te zorgen dat Fier Fryslân een bedrag van € 373.920 ontvangt voor de uitvoering van de maatregel of maatregelen, bedoeld in artikel 2.5, derde lid.
5 Op de contactschool rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke onderwijsinstelling of andere organisatie feitelijk is belast met de uitvoering van de maatregelen.
Paragraaf 3 — Subsidie aan contactschool voor regionaal programma
Artikel 3.3
Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is ten hoogste € 175.052.000 beschikbaar.
Paragraaf 3 — Subsidie aan contactschool voor regionaal programma
Artikel 3.4
Het budget, genoemd in artikel 3.3, wordt conform bijlage 2 over de contactscholen verdeeld.
Paragraaf 3 — Subsidie aan contactschool voor regionaal programma
Artikel 3.5
1 De contactschool dient de aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf via de beveiligde omgeving van duo.nl/zakelijk in bij de minister.
2 In afwijking van de artikelen 3.3, onderdeel a, en 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS en in aanvulling op artikel 3.5, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt de aanvraag ingediend met gebruikmaking van het format in bijlage 3.
3 De subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd van:
a. 1 januari 2026 tot en met 31 januari 2026;
b. 1 april 2026 tot en met 31 mei 2026; of
c. van 1 juli 2026 tot en met 15 oktober 2026.
4 Het aanvraagtijdvak, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, kan alleen worden benut door contactscholen die in het aanvraagtijdvak, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, een aanvraag hebben ingediend en die aanvraag is afgewezen. Het aanvraagtijdvak, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, kan alleen worden benut door contactscholen die in het aanvraagtijdvak, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, een aanvraag hebben ingediend en die aanvraag is afgewezen.
Paragraaf 3 — Subsidie aan contactschool voor regionaal programma
Artikel 3.6
Onverminderd artikel 3.5 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht verstrekt de minister de subsidie indien het regionaal programma voldoet aan de eisen, bedoeld in paragraaf 2.
Paragraaf 3 — Subsidie aan contactschool voor regionaal programma
Artikel 3.7
1 De minister beslist uiterlijk over de verlening van de subsidie op:
a. 31 maart 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel a;
b. op 30 juni 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel b; of
c. op 11 november 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel c.
2 De subsidie wordt in vier gelijke delen als voorschot uitbetaald. De betalingen vinden uiterlijk plaats in:
a. mei 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel a, september 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel b, of december 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel c;
b. februari 2027;
c. februari 2028; en
d. februari 2029.
Paragraaf 3 — Subsidie aan contactschool voor regionaal programma
Artikel 3.8
De meldingsplicht, bedoeld in artikel 5.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, VWS en SZW is in ieder geval van toepassing in het geval van een voorgenomen substantiële wijziging van het regionaal programma.
Paragraaf 3 — Subsidie aan contactschool voor regionaal programma
Artikel 3.9
De contactschool werkt mee aan de evaluatie, bedoeld in artikel 6.1, en levert hiertoe zo nodig ook gegevens van en over de overige onderwijsinstellingen in de Doorstroompuntregio aan.
Paragraaf 3 — Subsidie aan contactschool voor regionaal programma
Artikel 3.10
1 De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verstrekt en kan worden besteed tot en met 31 december 2029. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.
2 De financiële verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G2.
3 De vaststelling van de subsidie vindt plaats binnen een jaar na indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
Paragraaf 4 — Specifieke uitkering voor contactgemeenten voor regionaal programma en Doorstroompunt
Artikel 4.1
Met uitzondering van artikel 4.8 is deze paragraaf van toepassing op de verstrekking van de jaarlijkse specifieke uitkering aan de contactgemeenten, bedoeld in artikel 9.2.9 WEB, voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2029.
Paragraaf 4 — Specifieke uitkering voor contactgemeenten voor regionaal programma en Doorstroompunt
Artikel 4.2
1 Voor het verstrekken van de specifieke uitkering is jaarlijks in totaal een budget van ten hoogste € 117.813.000 beschikbaar, waarvan:
a. € 50.173.000 is bestemd voor de uitvoering van de maatregelen uit het regionaal programma; en
b. € 67.640.000 is bestemd voor de Doorstroompuntfunctie.
2 De minister kan het deel van het budget dat is bestemd voor de Doorstroompuntfunctie, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, jaarlijks aanpassen in verband met loon- en prijsbijstelling.
Paragraaf 4 — Specifieke uitkering voor contactgemeenten voor regionaal programma en Doorstroompunt
Artikel 4.3
1 Het totale budget, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, wordt over de contactgemeenten verdeeld conform de berekening, bedoeld in het tweede en derde lid.
2 Een percentage van 99,75% wordt over alle contactgemeenten verdeeld naar rato van de risicoscore per Doorstroompuntregio uit het door het CBS ontwikkelde verdeelmodel, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit van school naar duurzaam werk. Voor het deel van het budget dat is bestemd voor de Doorstroompuntfunctie, genoemd in artikel 4.2, eerste lid, onderdeel b, wordt dit verdeelmodel gedurende de looptijd van de regeling eenmalig geactualiseerd vanaf de specifieke uitkering voor kalenderjaar 2028.
3 Een percentage van 0,25% wordt als volgt verdeeld over de contactgemeenten van de Doorstroompuntregio’s grenzend aan België:
a. de minister stelt voor elke Doorstroompuntregio grenzend aan België het totaal aantal jongeren vast dat in mei 2024 woonachtig is in die regio en onderwijs volgt aan een onderwijsinstelling in België;
b. de minister stelt vast in welke van deze Doorstroompuntregio’s het om een relatief aandeel gaat van minimaal 3% van alle jongeren die woonachtig zijn in die regio en onderwijs volgt aan een onderwijsinstelling in België; en
c. het bedrag wordt naar rato van het totaal aantal jongeren, bedoeld in onderdeel a, over de Doorstroompuntregio’s, bedoeld in onderdeel b, verdeeld.
De berekening wordt gedurende de looptijd van de regeling niet geactualiseerd.
4 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede en derde lid, voor kalenderjaar 2026 is opgenomen in bijlage 4.
Paragraaf 4 — Specifieke uitkering voor contactgemeenten voor regionaal programma en Doorstroompunt
Artikel 4.4
1 De betaling van de specifieke uitkeringen voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2029 vindt steeds plaats uiterlijk in februari van het kalenderjaar waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.
2 Indien in enig jaar een loon- en prijsbijstelling als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, wordt toegepast, wordt het hiermee samenhangende bedrag uitbetaald in uiterlijk september van het kalenderjaar waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.
Paragraaf 4 — Specifieke uitkering voor contactgemeenten voor regionaal programma en Doorstroompunt
Artikel 4.5
De contactgemeente doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of vaststelling van een specifieke uitkering en overlegt daarbij de relevante stukken. Hiervan is in ieder geval sprake bij een voorgenomen substantiële wijziging van het regionaal programma.
Paragraaf 4 — Specifieke uitkering voor contactgemeenten voor regionaal programma en Doorstroompunt
Artikel 4.6
De contactgemeente werkt mee aan de evaluatie, bedoeld in artikel 6.1, en levert hiertoe zo nodig ook gegevens van en over de overige gemeenten in de Doorstroompuntregio aan.
Paragraaf 4 — Specifieke uitkering voor contactgemeenten voor regionaal programma en Doorstroompunt
Artikel 4.7
1 Indien de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed in het kalenderjaar waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt, mag het resterende bedrag uiterlijk in kalenderjaar 2029 worden besteed aan het doel waarvoor deze specifieke uitkering is bestemd.
2 De minister vordert bedragen die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, alsdan niet zijn besteed aan het doel waarvoor zij waren bestemd, terug.
Paragraaf 4 — Specifieke uitkering voor contactgemeenten voor regionaal programma en Doorstroompunt
Artikel 4.8
1 Indien de specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 8.3.2, vijfde lid, WEB zoals dat luidde op 31 december 2025 niet of niet geheel zijn besteed in het kalenderjaar waarvoor ze zijn verstrekt, mag het resterende bedrag:
a. voor de kalenderjaren 2021 tot en met 2025 conform artikel 4.3, eerste lid, van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025 zoals dat luidde op 30 april 2025 uiterlijk in kalenderjaar 2026 worden besteed aan het doel waarvoor deze specifieke uitkeringen zijn bestemd; en
b. voor de kalenderjaren 2002 tot en met 2020 uiterlijk in kalenderjaar 2029 worden besteed aan het doel waarvoor deze specifieke uitkeringen zijn bestemd.
2 De specifieke uitkering, bedoeld in de Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie zoals die luidde op 30 april 2026 dient conform artikel 5, eerste lid, van die regeling uiterlijk in kalenderjaar 2026 te worden besteed aan het doel waarvoor deze specifieke uitkering is bestemd.
3 Artikel 4.7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 5 — Uitvoeringsvoorschriften
Artikel 5.1
1 De effectrapportage gaat in op in ieder geval de volgende onderwerpen:
a. de streefcijfers, de bereikte resultaten en een toelichting op afwijkingen in die bereikte resultaten ten opzichte van de streefcijfers;
b. de voortgang van de afspraken in het regionaal programma; en
c. de voortgang van de maatregelen en de effecten hiervan.
2 De contactgemeente gebruikt voor de effectrapportage een door de minister beschikbaar gesteld format. Dit format kan jaarlijks worden gewijzigd.
3 De contactgemeente dient de effectrapportage uiterlijk op 30 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, in bij de minister.
4 De contactgemeente betrekt de contactschool en de centrumgemeente bij het opstellen van de effectrapportage.
5 Ten behoeve van het onderdeel van de effectrapportage, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verstrekt de minister het gerealiseerde aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per Doorstroompuntregio telkens uiterlijk in maart na afloop van het betreffende studiejaar aan de gemeenten en onderwijsinstellingen binnen de Doorstroompuntregio.
Paragraaf 5 — Uitvoeringsvoorschriften
Artikel 5.2
1 De Doorstroompuntregio’s zijn opgenomen in bijlage 5.
2 De samenstelling van een Doorstroompuntregio kan niet gedurende de looptijd van het regionaal programma worden gewijzigd.
3 Het tweede lid is niet van toepassing indien de wijziging van de samenstelling van de Doorstroompuntregio het gevolg is van een gemeentelijke herindeling. In dat geval doen de betrokken contactgemeenten schriftelijk mededeling van de wijziging van de samenstelling van de Doorstroompuntregio aan de minister.
Paragraaf 6 — Slotbepalingen
Artikel 6.1
De minister evalueert de regeling uiterlijk in 2028.
Paragraaf 6 — Slotbepalingen
Artikel 6.2
1 Deze regeling treedt in werking op het moment waarop artikel I, onderdeel II, van de Wet van school naar duurzaam werk in werking treedt.
2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies en specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.
Paragraaf 6 — Slotbepalingen
Artikel 6.3
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling regionaal programma en Doorstroompuntfunctie 2026–2029.
Bijlage 1 — behorend bij artikel 2.3, onderdelen b en c, van de regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026–2029 › A — Definitie nieuwe voortijdig schoolverlater voor studiejaar 2026/2027 en verder
A — Definitie nieuwe voortijdig schoolverlater voor studiejaar 2026/2027 en verder
Dit betreft de jongeren die:
– op 1 oktober in een gegeven jaar (t0) ingeschreven staan in het bekostigde voortgezet (speciaal) onderwijs, voortgezet algemeen volwassenonderwijs of mbo, die op dat moment geen startkwalificatie
1 Een startkwalificatie is een diploma voor havo, vwo, mbo-2, -3 of -4.
hebben en die op dat moment 12 tot en met 25
2 Als jongeren op 1 oktober t0 26 jaar zijn, zijn ze op t1 27 jaar en vallen niet meer binnen de doelgroep. Daarom is de grens 25 jaar bij het bepalen van de startpopulatie.
jaar oud zijn. Dit is de startpopulatie; en
– op 1 oktober in het daaropvolgende jaar (t1) het onderwijs hebben verlaten zonder een startkwalificatie te hebben behaald. Dit is de bestemmingspopulatie.
De volgende jongeren zijn uitgezonderd en kunnen geen nieuwe vsv’er worden:
– Jongeren die niet zijn ingeschreven als ingezetene in de basisregistratie personen (BRP) op t0 of t1;
– Jongeren die staan ingeschreven in het voortgezet speciaal onderwijs met uitstroomprofiel dagbesteding of het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel op t0 of t1;
– Jongeren die staan ingeschreven in het praktijkonderwijs op t0 of t1;
– Jongeren die staan ingeschreven in de Engelse stroom of Internationaal Baccalaureaat
3 Het Internationaal Baccalaureaat vormt samen met de Engelse Stroom het Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs (IGVO).
op t0 of t1;
– Jongeren die een vrijstelling hebben van de inschrijvingsplicht als bedoeld in de Leerplichtwet 1969 op t1; en
– Jongeren die staan ingeschreven bij een niet-bekostigde school of instelling op t1.
Het aantal nieuwe vsv'ers wordt berekend door te bepalen hoeveel jongeren van de uiteindelijke startpopulatie het onderwijs zonder startkwalificatie hebben verlaten in het daaropvolgende jaar, op 1 oktober (t1). Het vsv-percentage is het aantal nieuwe vsv'ers gedeeld door het aantal jongeren in de startpopulatie. Jongeren die al in voorgaande studiejaren vsv’er zijn geworden (‘oude’ vsv’ers) worden alleen meegeteld voor de indicator, bedoeld in artikel 2.3, onderdeel c.
Bij de rapportage van het aantal nieuwe vsv’ers wordt een uitsplitsing gemaakt: het aantal nieuwe vsv’ers met en het aantal nieuwe vsv’ers zonder de entree-gediplomeerden.
Bijlage 1 — behorend bij artikel 2.3, onderdelen b en c, van de regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026–2029 › B — Definitie jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken
B — Definitie jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken
Dit betreft de jongeren die op 1 oktober:
– zijn ingeschreven als ingezetene in de basisregistratie personen (BRP);
– tussen de 16 en 27 jaar oud zijn;
– geen formeel onderwijs
4 Dit is al het uit ’s Rijks kas bekostigd en niet uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs als bedoeld in de onderwijswetten. Alleen opleidingen educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdelen b tot en met f, WEB, vallen hier niet onder, aangezien DUO daar geen gegevens over heeft.
volgen;
– geen inkomen uit een arbeidsrelatie hebben; en
– niet staan ingeschreven als zelfstandige bij de Kamer van Koophandel.
Bijlage 2 — behorend bij artikel 3.4 van de regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026–2029 › Beschikbaar subsidiebedrag per contactschool per jaar, voor de jaren 2026 tot en met 2029.
Beschikbaar subsidiebedrag per contactschool per jaar, voor de jaren 2026 tot en met 2029.
Hieronder is het subsidiebedrag per contactschool per jaar opgenomen. Voor het totale subsidiebedrag moeten deze bedragen worden vermenigvuldigd met vier.
Nr. | Doorstroompuntregio | Contactschool | Instellingscode | Budget totaal
1 | Oost-Groningen | Noorderpoortcollege | 25LW | € 400.001
2 | Noord-Groningen-Eemsmond | Noorderpoortcollege | 25LW | € 248.730
3 | Centraal en Westelijk Groningen | Noorderpoortcollege | 25LW | € 1.133.658
4 | Friesland Noord1 | Firda | 08PG | € 974.732
5 | Zuid-West Friesland | Firda | 08PG | € 364.309
6 | De Friese Wouden | Firda | 08PG | € 635.257
7 | Noord- en Midden Drenthe | DC Terra | 25PW | € 467.334
8 | Zuid-Oost Drenthe | DC Terra | 25PW | € 454.307
9 | Zuid-West Drenthe | DC Terra | 25PW | € 344.017
10 | IJssel-Vecht | Deltion College | 25PJ | € 1.550.917
11 | Stedendriehoek | ROC Aventus | 27DV | € 1.147.161
12 | Twente | ROC Twente | 27YU | € 1.648.452
13 | Achterhoek | Graafschap College | 24ZZ | € 732.298
15 | Rivierenland | ROC Rivor | 04CY | € 524.322
16 | Eem en Vallei | ROC Midden Nederland | 25LH | € 1.610.430
17 | Noordwest-Veluwe | ROC Landstede | 01AA | € 476.552
18 | Flevoland | ROC Flevoland | 25LR | € 1.329.552
19 | Utrecht | ROC Midden Nederland | 25LH | € 1.942.076
20 | Gooi en Vechtstreek | ROC van Amsterdam | 25PZ | € 570.586
21 | Agglomeratie Amsterdam | ROC van Amsterdam | 25PZ | € 3.978.375
22 | West-Friesland | Talland | 25PT | € 516.590
23 | Kop van Noord-Holland | Vonk | 25EF | € 429.686
24 | Noord-Kennemerland | Talland | 25PT | € 722.491
25 | Zuid-Kennemerland en IJmond | Nova College | 25PX | € 826.713
26 | Zuid-Holland-Noord | MBO Rijnland | 25LN | € 857.652
27 | Zuid-Holland-Oost | MBO Rijnland | 25LN | € 870.562
28 | Haaglanden | ROC Mondriaan | 27GZ | € 2.907.564
29 | Rijnmond | ROC Albeda College | 00GT | € 4.237.628
30 | Zuid-Holland-Zuid | ROC Da Vinci College | 20MQ | € 1.156.569
31 | Oosterschelde regio | Scalda | 25PV | € 355.567
32 | Walcheren | Scalda | 25PV | € 291.439
33 | Zeeuws-Vlaanderen | Scalda | 25PV | € 208.153
34 | West-Brabant | Curio | 25LX | € 1.629.783
35 | Midden-Brabant | Yonder | 25LZ | € 1.035.134
36 | Noord-Oost-Brabant | Koning Willem I College | 04FO | € 1.448.978
37 | Zuidoost-Brabant | Summa College | 25MB | € 1.689.573
38 | Noord- en Midden-Limburg | ROC Gilde opleidingen | 25LT | € 1.028.889
39 | Zuid-Limburg | Vista College | 25PL | € 1.243.381
40 | Rijk van Nijmegen | ROC van Nijmegen | 25PN | € 719.372
41 | Arnhem | ROC Rijn IJssel | 25LF | € 1.054.211
€ 43.763.000
1 Het jaarlijkse budget voor contactschool Firda in Friesland Noord is inclusief het jaarlijkse budget van € 93.480 voor Fier Fryslân.
Bijlage 3 — behorend bij artikel 3.5, tweede lid, van de regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026–2029 › Aanvraagformulier subsidie contactschool, tevens format regionaal programma
Aanvraagformulier subsidie contactschool, tevens format regionaal programma (deel 1)
Het formulier dat door de contactschool wordt gebruikt voor het doen van de subsidieaanvraag is tevens het format voor het regionaal programma. De contactgemeente is verantwoordelijk voor het opstellen van het regionaal programma, maar doet dit samen met de centrumgemeente en contactschool.
1. Contactgegevens
Naam Doorstroompuntregio | Neem de naam van de Doorstroompuntregio op, zoals opgenomen in bijlage 5.
Nummer Doorstroompuntregio | Neem het nummer van de Doorstroompuntregio op, zoals opgenomen in bijlage 5.
Contactschool | Neem de naam van de contactschool voor de Doorstroompuntregio op, zoals opgenomen in bijlage 2.
Contactpersoon contactschool | Neem de naam van de persoon op die als contactpersoon fungeert voor OCW.
E-mail | E-mailadres van deze persoon.
Telefoonnummer | Telefoonnummer van deze persoon.
Naam contactgemeente | Neem de naam van de contactgemeente op.
Contactpersoon contactgemeente | Neem de naam van de persoon op die als contactpersoon fungeert voor OCW.
E-mail | E-mailadres van deze persoon.
Telefoonnummer | Telefoonnummer van deze persoon.
Naam centrumgemeenten(n)* | Neem de naam van de centrumgemeente op. Dit kunnen meerdere centrumgemeenten zijn indien de Doorstroompuntregio overlapt met meerdere arbeidsmarktregio’s.
Contactperso(o)n(en) centrumgemeente(n) | Neem de naam/namen van de persoon/personen op die als contactpersoon fungeert/fungeren voor OCW.
E-mail | E-mailadres/e-mailadressen van deze persoon/personen.
Telefoonnummer | Telefoonnummer/telefoonnummers van deze persoon/personen.
2. Regionale analyse
Is de regionale analyse toegevoegd bij de subsidieaanvraag? | De regionale analyse is een apart document. Stuur de regionale analyse mee met de subsidieaanvraag.
3. Streefcijfers (conform artikel 2.3)
Beoogd maximum aantal nieuwe vsv’ers per studiejaar, over studiejaar 2025/2026 | Hier kunt u hetzelfde streefcijfer als voor studiejaar 2024/2025 invullen.
Beoogd maximum aantal nieuwe vsv’ers per studiejaar, over de studiejaren 2026/2027 t/m 2029/2030. | Referentiewaarde aantal nieuwe vsv’ers zoals verstrekt door OCW | Beschrijf het beoogde aantal nieuwe vsv’ers per studiejaar (streefcijfer van de regio)
Motivatie voor deze streefcijfers | Als voor de studiejaren 2026/2027 t/m 2029/2030 de streefcijfers voor het aantal nieuwe vsv’ers afwijken van de referentiewaarde zoals verstrekt door OCW, leg dan uit waarom de Doorstroompuntregio hiervoor kiest. Leg de relatie met de regionale analyse.
Beoogd maximum aantal jongeren zonder werk of opleiding, over de jaren 2026 t/m 2029 | Beschrijf het beoogde aantal jongeren zonder onderwijs en zonder werk per jaar voor de Doorstroompuntregio.
Motivatie voor deze streefcijfers | Leg de relatie met de regionale analyse.
4. Afspraken (conform artikel 2.4)
a. + b. Afspraken over de samenwerking bij uitvoering wettelijke taken en maatregelen | Hierin beschrijft u de afspraken die u maakt over de samenwerking tussen het Doorstroompunt, scholen en gemeenten bij de uitvoering van de wettelijke taken uit de Wet van school naar duurzaam werk en bij de uitvoering van de aanvullende maatregelen uit het regionaal programma. De wettelijke taken uit de Wet van school naar duurzaam werk waar het hier om gaat, zijn te vinden in de artikelen 9.2.5, 9.2.12 en 9.2.13 WEB, de artikelen 44 en 44a WEC, de artikelen 2.31a en 2.31b WVO 2020 en artikel 7a van de Participatiewet. Concreet betreft het afspraken over: – De samenwerking tussen scholen en gemeenten met betrekking tot de aanvullende loopbaanbegeleiding en de ondersteuning van jongeren bij de begeleiding naar en het behoud van (beschut) werk. Hierbij wordt ook ingegaan op het gebruik van het overgangsdocument; – De samenwerking tussen scholen en het Doorstroompunt. Hierbij wordt ook ingegaan op het gebruik van de mbo-verklaring; en – De samenwerking tussen het Doorstroompunt en gemeenten. Ook geeft u aan waar u tijdens de looptijd van de regeling mee aan de slag gaat.
c. Laagdrempelige en toegankelijke ondersteuning voor jongeren met meervoudige problematiek
d. het verbeteren van de voorbereiding op en de overgang naar het mbo, met speciale aandacht voor overstappende vso-leerlingen, nieuwkomers en voldoende passende stageplekken en leerbanen
e. het tegengaan van ongediplomeerde uitstroom naar werk
f. bijscholing of omscholing van jongeren zonder startkwalificatie tijdens een baan door middel van praktijkleren in het mbo of door middel van non-formele scholing met een branchewaardering zoals opgenomen in erkende sectorale ontwikkelpaden
g. het investeren in de vakkundigheid van het personeel dat door de onderwijsinstellingen en gemeenten is belast met de uitvoering van de wettelijke taken en maatregelen | Het gaat hier om het personeel dat is belast met de uitvoering van de wettelijke taken uit de Wet van school naar duurzaam werk en de uitvoering van de aanvullende maatregelen uit het regionaal programma. De wettelijke taken uit de Wet van school naar duurzaam werk waar het hier om gaat, zijn te vinden in de artikelen 9.2.5, 9.2.12 en 9.2.13 WEB, de artikelen 44 en 44a WEC, de artikelen 2.31a en 2.31b WVO 2020 en artikel 7a van de Participatiewet.
h. de vormgeving en organisatie van het regionaal bestuurlijk overleg
i. de wijze waarop jongeren worden betrokken bij de uitvoering van het regionaal programma
j. eventuele andere afspraken | Dit is optioneel.
5. Maatregelen (conform artikel 2.5) | Onderstaande velden moeten voor elke maatregel worden ingevuld. N.B. Voor Doorstroompuntregio Friesland Noord dienen partijen hier in ieder geval een of meer maatregelen op te nemen met betrekking tot de voorzieningen die worden aangeboden door het landelijke expertise- en behandelcentrum Fier Fryslân.
Beschrijving maatregel | Beschrijf: – de inhoud van de maatregel – de doelgroep(en) van de maatregel – de uitvoerder(s) van de maatregel
a. De maatregel is gericht op jongeren die: 1. geen onderwijs volgen; 2. geen werk hebben; of 3. een groot risico hebben op het niet volgen van onderwijs of het niet hebben van werk | Onderbouw waarom de maatregel is gericht op jongeren die onder een of meerdere van deze categorieën vallen.
b. Er is een duidelijke relatie tussen de regionale analyse en de maatregel | Beschrijf de relatie tussen de regionale analyse en de maatregel:
c. Wat is het beoogde maatschappelijk effect van de maatregel? Waaruit blijkt dat de maatregel effectief is, of hoe wordt dit tijdens de looptijd van het programma geëvalueerd? | Beschrijf het beoogde maatschappelijke effect. Beschrijf op basis waarvan aannemelijk is dat de maatregel effectief is of hoe dit tijdens de looptijd van het regionaal programma wordt geëvalueerd.
d. Voor een maatregel die wordt uitgevoerd op een onderwijsinstelling: Wordt er geen onderscheid gemaakt op basis van de woonplaats van de jongere? Voor overige maatregelen: Wordt er geen onderscheid gemaakt op basis van de gemeente binnen de Doorstroompuntregio waar een jongere woont? Indien dit wel gebeurt, waarom is een dergelijk onderscheid noodzakelijk? | Geef aan of er onderscheid wordt gemaakt op basis van de woonplaats van een jongere, en indien dit gebeurt, waarom dit onderscheid noodzakelijk is.
e. Waarom is de maatregel aanvullend op de wettelijke taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? | Geef aan: – Welke activiteiten de onderwijsinstellingen, het Doorstroompunt en de gemeenten uitvoeren op basis van hun wettelijke taken uit de Wet van school naar duurzaam werk; en – Waarom de maatregel aanvullend is op deze activiteiten. De wettelijke taken uit de Wet van school naar duurzaam werk waar het hier om gaat, zijn te vinden in de artikelen 9.2.5, 9.2.12 en 9.2.13 WEB, de artikelen 44 en 44a WEC, de artikelen 2.31a en 2.31b WVO 2020 en artikel 7a van de Participatiewet.
Bijlage 3 — behorend bij artikel 3.5, tweede lid, van de regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026–2029 › Aanvraagformulier subsidie contactschool, tevens format regionaal programma
Aanvraagformulier subsidie contactschool, tevens format regionaal programma (deel 2)
6. Begroting (conform artikel 2.6) | Het budget voor het regionaal programma 2026–2029 (hieronder aangeduid als ‘budget op basis van deze regeling’) bestaat in ieder geval uit de subsidie die de contactscholen hiervoor krijgen op grond van deze regeling en het voor het regionaal programma bestemde deel van de specifieke uitkeringen die de contactgemeenten hiervoor krijgen voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2029. Hoewel deze budgetten apart worden verstrekt, is het één regionaal programma. Verder kan er sprake zijn van overig budget. Denk bijvoorbeeld aan reserves die de contactgemeente heeft opgebouwd gedurende de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025, maar ook aan eventuele cofinanciering. De reserves opgebouwd gedurende de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025 mogen worden uitgegeven tot en met 2026. De contactgemeenten hebben voor 2025 veel extra middelen gekregen die waarschijnlijk nog niet geheel zijn uitgegeven. Het ligt daarom voor de hand om in ieder geval deze reserves op te nemen in onderstaande de begroting (met dus een beoogde besteding in uiterlijk 2026).
Algemeen budget | | Budget contactschool | Budget contactgemeente | Evt. overig budget
Budget maatregel 1 | | Budget contactschool | Budget contactgemeente | Evt. overig budget
Budget maatregel 2 | | Budget contactschool | Budget contactgemeente | Evt. overig budget
Eventuele toelichting bij begroting
7. Ondertekening
Handtekening contactschool | Een bevoegd persoon ondertekent namens de contactschool. Benoem de functie van de persoon die ondertekent.
Handtekening contactgemeente | Een bevoegd persoon ondertekent namens de contactgemeente. Benoem de functie van de persoon die ondertekent.
Handtekening centrumgemeente(n) overlappend met de Doorstroompuntregio | Een bevoegd persoon ondertekent namens de centrumgemeente(n). Dit kunnen meerdere centrumgemeenten zijn indien de Doorstroompuntregio overlapt met meerdere arbeidsmarktregio’s. Benoem de functie van de persoon die ondertekent.
8. Eventuele overige opmerkingen
Bijlage 4 — behorend bij artikel 4.3, vierde lid, van de regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026–2029 › Verdeling jaarlijks totaalbudget specifieke uitkering over contactgemeenten voor 2026
Verdeling jaarlijks totaalbudget specifieke uitkering over contactgemeenten voor 2026
Het bedrag per contactgemeente is uitgesplitst naar het budget dat is bestemd voor het regionaal programma en het budget dat is bestemd voor de Doorstroompuntfunctie.
Het bedrag per contactgemeente voor de Doorstroompuntfunctie kan jaarlijks worden bijgesteld op basis van loon- en prijsbijstellingen en in 2028 op basis van de actualisatie van het verdeelmodel van het CBS. Indien nodig worden de beschikkingen voor die kalenderjaren hierop aangepast.
Nr. | Regio | Contactgemeente | Regionaal Programma | Doorstroompuntfunctie | Totaal
1 | Oost-Groningen | Veendam | € 476.707 | € 642.666 | € 1.119.374
2 | Noord-Groningen-Eemsmond | Eemsdelta | € 296.427 | € 399.624 | € 696.052
3 | Centraal en Westelijk Groningen | Groningen | € 1.078.844 | € 1.454.427 | € 2.533.271
4 | Friesland Noord | Leeuwarden | € 958.134 | € 1.291.694 | € 2.249.828
5 | Zuid-West Friesland | Súdwest-Fryslân | € 434.171 | € 585.321 | € 1.019.492
6 | De Friese Wouden | Smallingerland | € 757.077 | € 1.020.642 | € 1.777.718
7 | Noord- en Midden Drenthe | Assen | € 556.951 | € 750.846 | € 1.307.797
8 | Zuid-Oost Drenthe | Emmen | € 541.427 | € 729.917 | € 1.271.343
9 | Zuid-West Drenthe | Hoogeveen | € 409.987 | € 552.718 | € 962.704
10 | IJssel-Vecht | Zwolle | € 1.354.088 | € 1.825.493 | € 3.179.581
11 | Stedendriehoek | Apeldoorn | € 1.367.145 | € 1.843.097 | € 3.210.242
12 | Twente | Enschede | € 1.964.566 | € 2.648.501 | € 4.613.066
13 | Achterhoek | Doetinchem | € 872.727 | € 1.176.554 | € 2.049.281
15 | Rivierenland | Tiel | € 624.869 | € 842.408 | € 1.467.277
16 | Eem en Vallei | Amersfoort | € 1.852.576 | € 2.497.523 | € 4.350.098
17 | Noordwest-Veluwe | Harderwijk | € 567.938 | € 765.657 | € 1.333.594
18 | Flevoland | Almere | € 1.584.512 | € 2.136.137 | € 3.720.650
19 | Utrecht | Utrecht | € 2.256.755 | € 3.042.412 | € 5.299.167
20 | Gooi en Vechtstreek | Hilversum | € 564.521 | € 761.051 | € 1.325.572
21 | Agglomeratie Amsterdam | Amsterdam | € 4.468.388 | € 6.023.992 | € 10.492.380
22 | West-Friesland | Hoorn | € 615.653 | € 829.984 | € 1.445.637
23 | Kop van Noord-Holland | Den Helder | € 512.085 | € 690.360 | € 1.202.445
24 | Noord-Kennemerland | Alkmaar | € 836.979 | € 1.128.362 | € 1.965.341
25 | Zuid-Kennemerland en IJmond | Haarlem | € 985.247 | € 1.328.246 | € 2.313.492
26 | Zuid-Holland-Noord | Leiden | € 993.936 | € 1.339.960 | € 2.333.896
27 | Zuid-Holland-Oost | Gouda | € 1.037.505 | € 1.398.697 | € 2.436.202
28 | Haaglanden | Den Haag | € 3.465.131 | € 4.671.465 | € 8.136.596
29 | Rijnmond | Rotterdam | € 4.724.426 | € 6.369.166 | € 11.093.593
30 | Zuid-Holland-Zuid | Dordrecht | € 1.378.358 | € 1.858.213 | € 3.236.571
31 | Oosterschelde regio | Goes | € 423.752 | € 571.275 | € 995.027
32 | Walcheren | Middelburg | € 341.140 | € 459.903 | € 801.043
33 | Zeeuws-Vlaanderen | Terneuzen | € 274.410 | € 369.942 | € 644.352
34 | West-Brabant | Breda | € 1.953.361 | € 2.633.395 | € 4.586.755
35 | Midden-Brabant | Tilburg | € 1.233.636 | € 1.663.108 | € 2.896.744
36 | Noord-Oost-Brabant | Den Bosch | € 1.648.477 | € 2.222.370 | € 3.870.847
37 | Zuidoost-Brabant | Eindhoven | € 1.938.997 | € 2.614.030 | € 4.553.027
38 | Noord- en Midden-Limburg | Venlo | € 1.261.189 | € 1.700.253 | € 2.961.442
39 | Zuid-Limburg | Heerlen | € 1.522.833 | € 2.052.985 | € 3.575.818
40 | Rijk van Nijmegen | Nijmegen | € 781.708 | € 1.053.848 | € 1.835.556
41 | Arnhem | Arnhem | € 1.256.371 | € 1.693.758 | € 2.950.129
€ 50.173.000 | € 67.640.000 | € 117.813.000
Bijlage 5 — behorend bij artikel 5.2, eerste lid, van de regeling voortijdig schoolverlaten en van school naar duurzaam werk 2026-2029 › Samenstelling Doorstroompuntregio’s
Samenstelling Doorstroompuntregio’s
Regio 1. Oost-Groningen
Stadskanaal, Veendam, Westerwolde, Pekela, Oldambt.
Regio 2. Noord-Groningen-Eemsmond
Het Hogeland, Eemsdelta.
Regio 3. Centraal en Westelijk Groningen
Groningen, Midden-Groningen, Westerkwartier.
Regio 4. Friesland Noord
Ameland, Dantumadiel, Harlingen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke.
Regio 5. Zuid-West Friesland
De Fryske Marren, Súdwest-Fryslân.
Regio 6. Friesland-Oost (‘de Friese Wouden’)
Achtkarspelen, Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel, Weststellingwerf.
Regio 7. Noord-en Midden Drenthe
Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo.
Regio 8. Zuid-Oost Drenthe
Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen.
Regio 9. Zuid-West Drenthe
Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden.
Regio 10. IJssel-vecht
Dalfsen, Hardenberg, Hattem, Heerde, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle.
Regio 11. Stedendriehoek
Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Voorst, Zutphen.
Regio 12. Twente
Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden.
Regio 13. Achterhoek
Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk.
Regio 14.
N.v.t.
Regio 15. Rivierenland
Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Zaltbommel.
Regio 16. Eem en Vallei
Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg.
Regio 17. Noordwest-Veluwe
Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Zeewolde.
Regio 18. Flevoland
Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk.
Regio 19. Utrecht
Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist.
Regio 20. Gooi en Vechtstreek
Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Wijdemeren.
Regio 21. Agglomeratie Amsterdam
Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad.
Regio 22. West-Friesland
Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec.
Regio 23. Kop van Noord-Holland
Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel.
Regio 24. Noord-Kennemerland
Alkmaar, Bergen (NH), Castricum, Dijk en Waard, Heiloo, Uitgeest.
Regio 25. Zuid-Kennemerland en IJmond
Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort.
Regio 26. Zuid-Holland-Noord
Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Kaag en Braassem, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude.
Regio 27. Zuid-Holland-Oost
Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Nieuwkoop, Waddinxveen, Zuidplas.
Regio 28. Haaglanden/Westland
Delft, ’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer.
Regio 29. Rijnmond
Albrandswaard, Barendrecht, Capelle, aan, den, IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee.
Regio 30. Zuid-Holland-Zuid
Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht.
Regio 31. Oosterschelde Regio
Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen.
Regio 32. Walcheren
Middelburg, Veere, Vlissingen.
Regio 33. Zeeuws-Vlaanderen
Hulst, Sluis, Terneuzen.
Regio 34. West-Brabant
Altena, Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, Drimmelen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Steenbergen, Rucphen, Woensdrecht, Zundert.
Regio 35. Midden-Brabant
Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk.
Regio 36. Noord-Oost-Brabant
Bernheze, Boekel, Boxtel, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel, Vught.
Regio 37. Zuidoost-Brabant
Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Reuselde, Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre.
Regio 38. Noord- en Midden-Limburg
Beesel, Bergen (L), Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel, en, Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert.
Regio 39. Zuid-Limburg
Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal.
Regio 40. Rijk van Nijmegen
Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, Wijchen.
Regio 41. Arnhem
Arnhem, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar.