wetzoeker

Artikel 3.3 Uitvoeringswet digitaledienstenverordening

Autoriteit persoonsgegevens

1 De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag, genoemd in artikel 52, derde lid, van de digitaledienstenverordening ter handhaving van:

a. de bepalingen, genoemd in artikel 3.2, eerste lid;

b. de artikelen 3.5, vijfde lid, en 3.6, derde lid;

c. artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een vordering van een bij of krachtens artikel 3.2, eerste lid, aangewezen persoon.

2 Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde overtreding.

3 De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat.

Regeling
Uitvoeringswet digitaledienstenverordening
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-09-2025
BWB-id
BWBR0050739
Versie
2025-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl