wetzoeker

Artikel 3.2 Uitvoeringswet digitaledienstenverordening

Autoriteit persoonsgegevens

1 Met het toezicht op de naleving van de artikelen 26, derde lid, 27 en 28, tweede lid, van de digitaledienstenverordening zijn belast de leden en buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens, de ambtenaren van het secretariaat van de Autoriteit persoonsgegevens, alsmede de bij besluit van de Autoriteit persoonsgegevens aangewezen personen.

2 De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheid, genoemd in artikel 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht, bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid.

3 De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is.

4 De in het eerste lid bedoelde personen behoeven voor de uitoefening van de in het derde lid omschreven bevoegdheid de uitdrukkelijke en bijzondere volmacht van de Autoriteit persoonsgegevens, onverminderd het bepaalde in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden.

Regeling
Uitvoeringswet digitaledienstenverordening
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-09-2025
BWB-id
BWBR0050739
Versie
2025-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl