Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra versie 1 januari 2025
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra versie 1 januari 2025
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 10-03-2026
- Rechtsgebied
- Onderwijsrecht
- Ministerie
- Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs
- BWB-id
- BWBR0050289
- Versie
- 2026-03-10_0
- SHA-256 bron
- fd0d406dd9ab207ba9b8ded683cb43acfd6831c1551c240fcfb37f2fa1f61434
Inhoud (42)
- Artikel 1 — Begripsbepalingen
- Artikel 2 — Premie
- Artikel 3 — Premiepercentages
- Artikel 4 — Zelfstandig wachtgeldbeleid
- Artikel 5 — Verlagingsverzoek eigen bijdrage
- Artikel 6 — Onvolledig verlagingsverzoek eigen bijdrage
- Artikel 7 — Gronden voor afwijzing verlagingsverzoek eigen bijdrage
- Artikel 8 — Niet kunnen voldoen aan voorwaarden verlagingsverzoek eigen bijdrage
- Artikel 9 — Gebruik van Mijn Pf
- Artikel 10 — Beslistermijn
- Artikel 11 — Gronden voor intrekking en wijziging
- Artikel 12 — Rechtmatigheidscontroles
- Artikel 13 — Beëindiging arbeidsovereenkomst via UWV wegens bedrijfseconomische omstandigheden
- Artikel 14 — Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wegens bedrijfseconomische omstandigheden
- Artikel 15 — Beëindiging arbeidsovereenkomst via UWV wegens langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid
- Artikel 16 — Ontbinding arbeidsovereenkomst door de kantonrechter
- Artikel 17 — Einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor vervanging
- Artikel 18 — Einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een zij-instromer
- Artikel 19 — Einde arbeidsovereenkomst: participatiebaan
- Artikel 20 — Einde arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd op verzoek van de werknemer
- Artikel 21 — Inspanningsverplichting
- Artikel 22 — Vrijstellingsregeling voor eigen uitkeringsgerechtigden
- Artikel 23 — Vrijstellingsregeling voor niet eigen uitkeringsgerechtigden nieuw
- Artikel 24 — Citeertitel
- Artikel 25 — Inwerkingtreding
- Artikel 26 — Bekendmaking
- Artikel 27 — Wijziging of afwijking van het reglement
- Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds
- § 1.1 — Inleiding
- § 1.2 — Doel gegevenscollectie door het Pf
- § 2.1 — Inleiding
- § 2.2 — Premiebrongegevens
- § 2.3 — Vervangingsgegevens
- § 2.4 — Verzuimgegevens
- § 2.5 — Organisatiegegevens
- § 3 — Aanlevermoment en frequentie van aanlevering
- § 4.1 — Aanlevering via Managed File Transfer en/of webportaal
- § 4.2 — Bestandsformaat
- § 5 — Gegevenstabellen (deel 1)
- § 5 — Gegevenstabellen (deel 2)
- § 5 — Gegevenstabellen (deel 3)
- § 5 — Gegevenstabellen (deel 4)
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 1 — Begripsbepalingen
Artikel 1 — Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1. Beëindiging van een arbeidsovereenkomst:
a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel 7:669 van het Burgerlijk Wetboek.
b. niet voortzetten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
c. beëindiging van een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden / middels een vaststellingsovereenkomst;
d. urenvermindering, voor zover als gevolg hiervan werkloosheidsuitkeringskosten zijn ontstaan.
2. Bestuur: het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs.
3. cao PO: de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de PO-Raad en de organisaties van werknemers in het onderwijs is overeengekomen, die van toepassing is op het moment van beëindiging van een arbeidsovereenkomst.
4. Centrale dienst: de dienst als bedoeld in artikel 68 Wpo en artikel 69 Wec.
5. Dienstverband: een keten van opvolgende arbeidsovereenkomsten bij dezelfde werkgever.
Onder opvolgende arbeidsovereenkomsten worden ook opvolgende ambtelijke aanstellingen begrepen die hebben plaatsgevonden in de periode voor 1 januari 2020.
6. Eigen bijdrage: het deel van de werkloosheidsuitkeringskosten dat voor rekening van de werkgever komt.
7. Financiële voorwaarden: de voorschriften waarin de regels met betrekking tot de financiële verplichtingen tussen het Participatiefonds en de werkgevers zijn vastgelegd.
8. Laatste contractdag: de laatste dag waarop de arbeidsovereenkomst geldig is. Het is daarbij niet relevant of dit ook de laatste werkdag was.
9. Mijn Pf: het werkgeversportaal voor bij het Participatiefonds aangesloten werkgevers. Via dit portaal kan de werkgever een verlagingsverzoek eigen bijdrage indienen.
10. Onderwijspersoneel: personeel als bedoeld in artikel 1 van de Wpo.
11. Opzeggingsbrief: een brief of e-mail met het doel om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. In deze brief staat een dagtekening. De dagtekening is de datum waarop de brief geschreven is. De werkgever heeft deze brief ondertekend. In deze e-mail is de datum van verzending en het e-mailadres van de werknemer zichtbaar. Ook is het aantoonbaar dat deze e-mail door of namens de werkgever is verstuurd.
12. Participatiefonds: de rechtspersoon, genoemd in artikel 190, eerste en tweede lid van de Wpo en artikel 169, eerste en tweede lid van de Wec.
13. PAUZE: Periode Algemeen Uitstel Zending E-beschikkingen. Dit is een periode van 6 weken. Deze periode gaat 2 weken voordat de eerste zomervakantie voor de eerste schoolregio begint in. De Rijksoverheid stelt deze zomervakantie vast. Het Participatiefonds verstuurt tijdens deze periode geen beslissing op een verlagingsverzoek eigen bijdrage en ook geen beslissing op een bezwaarschrift naar een werkgever.
14. Schooljaar: het tijdvak van 1 augustus van een kalenderjaar tot en met 31 juli van het volgende kalenderjaar.
15. Tijdelijke arbeidsovereenkomst voor vervanging: een tijdelijke arbeidsovereenkomst van een werknemer, die specifiek betrekking heeft op vervangingswerkzaamheden.
16. Vaststellingsovereenkomst: een overeenkomst ex artikel 7:900 BW, aantoonbaar door werkgever en werknemer ondertekend op of voorafgaand aan de datum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
17. Verzoek tot de verlaging van de eigen bijdrage / verlagingsverzoek eigen bijdrage: het verzoek van een werkgever om de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van een werknemer te verlagen.
18. Verplicht aangesloten werkgever: de werkgever die op grond van artikel 190, tweede lid van de Wpo of artikel 169, tweede lid van de Wec verplicht is aangesloten bij het Participatiefonds.
19. Werkgever:
a. een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wpo en artikel 1 van de Wec;
b. een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wpo en artikel 28a van de Wec.
20. Werknemer: de natuurlijke persoon voor wie het Participatiefonds de uitkeringskosten voorfinanciert.
21. Werkloosheidsuitkeringskosten:
○ de uitkeringskosten, genoemd in de WW en de WOPO;
○ de pensioenpremies en arbeidsongeschiktheidspremies;
○ de bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen in het primair onderwijs die van toepassing waren voor de WOPO, als werknemers nog recht hebben op deze uitkering; en
○ de ZAPO.
Deze werkloosheidskosten zijn door de bevoegde instanties toegekend. Voor de uitkeringen op grond van de WW is dit het UWV. Voor de bovenwettelijke uitkeringen is dit WWplus.
22. Wpo: de Wet op het primair onderwijs.
23. Wec: de Wet op de expertisecentra.
24. WW: de Werkloosheidswet.
25. WOPO: de regeling Werkloosheidsuitkering onderwijspersoneel primair onderwijs.
26. ZAPO: de Regeling ziekte en arbeidsongeschiktheid primair onderwijs.
27. Zelfstandig wachtgeldbeleid: de op basis van het reglement 1997 bepaalde constructie, waarin een werkgever de keuze heeft gemaakt om de werkloosheidsuitkeringskosten volledig zelf te dragen.
28. Zij-instromer: een werknemer die met een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 171 van de Wpo of artikel 151 van de Wec als leraar werkzaam is bij een werkgever.
29. Zomerstop-periode: de periode waarin de termijnen die gelden voor de werkgever om informatie aan te leveren, worden opgeschort.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 2 — Premie
Artikel 2 — Premie
1. Op grond van artikel 190, vierde lid van de Wpo en artikel 169, vierde lid van de Wec, voldoet een bij het Participatiefonds aangesloten werkgever maandelijks een premie aan het Participatiefonds in verband met de uitvoering van de wettelijke taak van het Participatiefonds.
2. Onder de premie Participatiefonds wordt verstaan:
a. basispremie; of
b. premie zelfstandig wachtgeldbeleid;
3. De verschuldigde premie is gelijk aan de premiegrondslag vermenigvuldigd met het premiepercentage.
4. De premiegrondslag is het brutosalaris van het personeel waarvoor premie is verschuldigd, rekening houdend met de deeltijdfactor, exclusief toelages, toeslagen en werkgeverslasten, en vermeerderd met 8 procent vakantie-uitkering.
5. Gemoedsbezwaarden betalen geen premie.
6. Voor werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt is geen premie verschuldigd.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 3 — Premiepercentages
Artikel 3 — Premiepercentages
1. Het bestuur stelt jaarlijks de hoogte van de premiepercentages voor het volgende kalenderjaar vast.
2. Als er aanleiding toe is, kan het bestuur besluiten tot een tussentijdse wijziging van de premiepercentages.
3. Een positief of negatief exploitatieresultaat van het Participatiefonds kan worden verrekend in de premie voor het volgende kalenderjaar.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 4 — Zelfstandig wachtgeldbeleid
Artikel 4 — Zelfstandig wachtgeldbeleid
1. De werkgever die reeds deelneemt aan het zelfstandig wachtgeldbeleid, is uitsluitend de premie zelfstandig wachtgeldbeleid, genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, aan het Participatiefonds verschuldigd.
2. Het Participatiefonds vergoedt geen werkloosheidsuitkeringskosten aan een werkgever die deelneemt aan het zelfstandig wachtgeldbeleid. Het Participatiefonds zal 100 procent van deze kosten in rekening brengen bij deze werkgever.
3. Voor de huidige deelnemers aan het zelfstandig wachtgeldbeleid, is artikel 2 van het Reglement Participatiefonds Primair Onderwijs 1998–1999 voor onbepaalde tijd van toepassing.
4. Een deelnemer aan het zelfstandig wachtgeldbeleid kan de deelname schriftelijk opzeggen. Deze opzegging moet uiterlijk op 1 november door het Participatiefonds zijn ontvangen.
5. Als de opzegging tijdig door het Participatiefonds is ontvangen, eindigt de deelname aan het zelfstandig wachtgeldbeleid met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar.
6. Voor werkgevers die niet reeds deelnemen aan het zelfstandig wachtgeldbeleid, is het niet meer mogelijk om hieraan deel te nemen.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 5 — Verlagingsverzoek eigen bijdrage
Artikel 5 — Verlagingsverzoek eigen bijdrage
1. Als er als gevolg van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst werkloosheidsuitkeringskosten zijn ontstaan, dan stelt het Participatiefonds de werkgever hiervan op de hoogte via het portaal Mijn Pf.
2. Als er sprake is van een beëindigingsgrond als bedoeld in hoofdstuk 2 van het reglement, dan kan de werkgever een verzoek tot verlaging van de eigen bijdrage indienen via Mijn Pf.
3. De termijn voor het indienen van een verlagingsverzoek eigen bijdrage is vier weken. Het verlagingsverzoek is tijdig ingediend als dit voor het einde van de termijn is ontvangen. De termijn gaat in op de dag na de melding, genoemd in het eerste lid. Als de laatste dag van de termijn een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, wordt de termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
4. Tijdens de zomerstop-periode, wanneer alle schoolregio’s in Nederland tegelijk zomervakantie hebben, wordt de termijn, genoemd in het derde lid, tijdelijk stilgezet. De Rijksoverheid stelt deze zomervakanties vast.
5. De eigen bijdrage van de werkgever wordt vastgesteld op 50 procent van de werkloosheidsuitkeringskosten, tenzij het Participatiefonds het verlagingsverzoek eigen bijdrage dat deze werkgever heeft ingediend goedkeurt. Wanneer geen verlagingsverzoek is ingediend, moet de werkgever desgevraagd bewijs leveren van de laatste contractdag door middel van een ter zake overtuigend document. Het Participatiefonds kan daar om verzoeken om vast te kunnen stellen welk reglement van toepassing is.
6. Bij toewijzing van een verlagingsverzoek eigen bijdrage op grond van artikel 13 tot en met 19, heeft de werkgever een eigen bijdrage van 10 procent van de werkloosheidsuitkeringskosten.
7. Bij toewijzing van een verlagingsverzoek eigen bijdrage op grond van artikel 20, heeft de werkgever geen eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 6 — Onvolledig verlagingsverzoek eigen bijdrage
Artikel 6 — Onvolledig verlagingsverzoek eigen bijdrage
1. Als bij een verlagingsverzoek eigen bijdrage niet alle benodigde gegevens en documenten zijn aangeleverd die nodig zijn voor een beoordeling van dat verzoek, dan geeft het Participatiefonds de werkgever 1 keer de gelegenheid om het verzoek aan te vullen.
2. De termijn voor het aanvullen van het verlagingsverzoek eigen bijdrage is vier weken. De aanvulling is tijdig aangeleverd als deze voor het einde van de termijn is ontvangen. De termijn begint op de dag na die waarop het Participatiefonds de werkgever in de gelegenheid heeft gesteld het verzoek aan te vullen. Als de laatste dag van de termijn een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, wordt de termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
3. Tijdens de zomerstop-periode, waarin alle schoolregio’s in Nederland gelijktijdig zomervakantie hebben, wordt de termijn, genoemd in het tweede lid, stilgezet. De Rijksoverheid stelt deze zomervakanties vast.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 7 — Gronden voor afwijzing verlagingsverzoek eigen bijdrage
Artikel 7 — Gronden voor afwijzing verlagingsverzoek eigen bijdrage
1. Het Participatiefonds neemt een besluit tot afwijzing van het verlagingsverzoek eigen bijdrage, wanneer:
a. de arbeidsovereenkomst is beëindigd op een andere grond dan opgenomen in hoofdstuk 2 van het reglement.
b. niet is voldaan aan de voorwaarden van het artikel op grond waarvan het verlagingsverzoek eigen bijdrage is ingediend.
c. het verzoek van de werkgever kennelijk onredelijk is.
d. de werkgever na het verzoek om aan te vullen als bedoeld in artikel 6, het verlagingsverzoek eigen bijdrage niet binnen de gestelde termijn heeft aangevuld, waardoor niet of niet tijdig is voldaan aan de voorwaarden van het artikel op grond waarvan het verlagingsverzoek eigen bijdrage is ingediend.
2. Bij afwijzing van het verlagingsverzoek eigen bijdrage, heeft de werkgever een eigen bijdrage van 50 procent van de werkloosheidsuitkeringskosten.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 8 — Niet kunnen voldoen aan voorwaarden verlagingsverzoek eigen bijdrage
Artikel 8 — Niet kunnen voldoen aan voorwaarden verlagingsverzoek eigen bijdrage
De werkgever die door omstandigheden buiten zijn invloedssfeer of risicosfeer niet of niet volledig aan de voorwaarden van een verlagingsverzoek eigen bijdrage kan voldoen, deelt dit aan het Participatiefonds mee onder opgaaf van een deugdelijke motivering en door toezending van ter zake overtuigende documenten. Het Participatiefonds beoordeelt of dit voldoende is om de werkgever te vrijwaren voor de betreffende voorwaarden.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 9 — Gebruik van Mijn Pf
Artikel 9 — Gebruik van Mijn Pf
De werkgever maakt bij het indienen en aanvullen van een verlagingsverzoek eigen bijdrage gebruik van de hiervoor bestemde modules in Mijn Pf.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 10 — Beslistermijn
Artikel 10 — Beslistermijn
1. Het Participatiefonds besluit binnen 4 weken op het verlagingsverzoek eigen bijdrage. Deze 4 weken gaan in op de dag nadat het Participatiefonds het verzoek in Mijn Pf heeft ontvangen. Als de laatste dag van de termijn een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, wordt de termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
2. Het Participatiefonds kan deze termijn eenmalig verlengen met 2 weken.
3. De beslistermijn wordt van rechtswege opgeschort gedurende de periode waarin de werkgever het verzoek op grond van artikel 6 moet aanvullen.
4. Gedurende de pauzeperiode wordt de beslistermijn, genoemd in het eerste lid, opgeschort.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 11 — Gronden voor intrekking en wijziging
Artikel 11 — Gronden voor intrekking en wijziging
Het Participatiefonds is bevoegd een besluit tot verlaging van de eigen bijdrage te wijzigen of in te trekken ten nadele van de werkgever, wanneer:
a. de gegevens die de werkgever heeft aangeleverd zodanig onjuist, onvolledig of gewijzigd zijn dat op het verlagingsverzoek eigen bijdrage een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens bekend waren geweest.
b. de beschikking in strijd met wettelijke voorschriften is gegeven.
c. de wetgeving, omstandigheden of inzichten zodanig veranderen dat de bescherming van de belangen van deze gewijzigde wetgeving, omstandigheden of inzichten zwaarder wegen dan het belang van de werkgever bij een ongewijzigde beschikking.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Artikel 12 — Rechtmatigheidscontroles
Artikel 12 — Rechtmatigheidscontroles
1. De werkgever verleent medewerking aan een controle door of namens het Participatiefonds, die gericht is op de beoordeling van de rechtmatigheid van een beschikking als bedoeld in dit reglement.
2. De werkgever draagt gedurende een periode van 7 jaar zorg voor een deugdelijke administratie die op een centraal punt is in te zien en geeft hier desgevraagd inzage in.
Hoofdstuk 2 — Voorwaarden voor verlaging van de eigen bijdrage › Artikel 13 — Beëindiging arbeidsovereenkomst via UWV wegens bedrijfseconomische omstandigheden
Artikel 13 — Beëindiging arbeidsovereenkomst via UWV wegens bedrijfseconomische omstandigheden
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
1. De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd in verband met een reden als bedoeld in artikel 7:669, derde lid, onder a van het Burgerlijk Wetboek.
2. Hiertoe levert de werkgever aan:
a. de ontslagvergunning van UWV, genoemd in artikel 7:671a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek of als beroep is aangetekend tegen de beslissing van UWV de beslissing van de rechtbank, het Hof of de Hoge Raad op grond waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd;
b. de opzeggingsbrief van de werkgever aan de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd.
3. De werkgever toont aan dat is voldaan aan de inspanningsverplichting, genoemd in artikel 21.
4. Als de werkgever afspraken heeft gemaakt met de vakbonden over begeleiding van-werk-naar-werk als bedoeld in hoofdstuk 10 van de cao PO 2025–2027 en dit kan aantonen met overtuigende documenten, dan is het derde lid van dit artikel niet van toepassing.
5. Als de arbeidsovereenkomst is beëindigd door middel van arbitrage of bindend advies dan is het gestelde in het tweede lid niet van toepassing. In dat geval levert de werkgever aan:
a. De arbeidsovereenkomst of een ander contractueel overeengekomen document waarin de mogelijkheid tot ontbinding middels arbitrage of bindend advies is opgenomen; en
b. Het arbitraal vonnis of het bindend advies. Is sprake van bindend advies dan levert de werkgever ook de vaststellingsovereenkomst aan waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd op grond van het bindend advies.
Hoofdstuk 2 — Voorwaarden voor verlaging van de eigen bijdrage › Artikel 14 — Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wegens bedrijfseconomische omstandigheden
Artikel 14 — Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wegens bedrijfseconomische omstandigheden
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, als is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
1. De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst is beëindigd, waarbij de oorzaak ligt in bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669, derde lid, onder a, van het Burgerlijk wetboek. Er is sprake van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in dit lid, wanneer de wijziging in bekostiging, per de datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, de beëindiging van deze arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.
2. Hiertoe levert de werkgever aan:
a. de vaststellingsovereenkomst, die door de werkgever en de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd, is ondertekend;
b. de jaarverslagen van de 2 kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft plaatsgevonden;
c. het meest recente bestuursformatieplan of meerjarenformatieplan;
d. de begroting of meerjarenbegroting;
e. een overzicht van het natuurlijk verloop en de overige beëindigingen in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de laatste contractdag van de arbeidsovereenkomst;
f. een schriftelijke onderbouwing, waarin is opgenomen waarom de arbeidsovereenkomst van de werknemer wegens bedrijfseconomische omstandigheden moest worden beëindigd.
3. Bij de beoordeling of sprake is van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, betrekt het Participatiefonds naast de documenten genoemd in het tweede lid ook de openbaar toegankelijke financiële informatie die door DUO digitaal beschikbaar wordt gesteld.
4. Vervallen.
5. De werkgever toont aan dat is voldaan aan de inspanningsverplichting, genoemd in artikel 21.
6. Als de werkgever middels het aanleveren van ter zake overtuigende documenten kan aantonen, dat hij afspraken heeft gemaakt met de vakbonden in het kader van begeleiding van werk naar werk als bedoeld in hoofdstuk 10 van de cao PO 2025–2027, dan heeft de werkgever voldaan aan het tweede lid, onder b tot en met e, het vierde en het vijfde lid van dit artikel. Het gestelde in het derde lid van dit artikel is in die situatie niet van toepassing.
Hoofdstuk 2 — Voorwaarden voor verlaging van de eigen bijdrage › Artikel 15 — Beëindiging arbeidsovereenkomst via UWV wegens langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid
Artikel 15 — Beëindiging arbeidsovereenkomst via UWV wegens langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
1. De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd op grond van langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 7:669, derde lid, onder b van het Burgerlijk Wetboek.
2. Hiertoe levert de werkgever aan:
a. de ontslagvergunning van UWV, genoemd in artikel 7:671a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek of als beroep is aangetekend tegen de beslissing van UWV de beschikking van de rechtbank, het Hof of de Hoge Raad op grond waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd;
b. de opzeggingsbrief van de werkgever aan de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd.
3. Als de arbeidsovereenkomst is beëindigd door middel van arbitrage of bindend advies dan is het gestelde in het tweede lid niet van toepassing. In dat geval levert de werkgever aan:
a. De arbeidsovereenkomst of een ander contractueel overeengekomen document waarin de mogelijkheid tot ontbinding middels arbitrage of bindend advies is opgenomen; en
b. Het arbitraal vonnis of het bindend advies. Is sprake van bindend advies dan levert de werkgever ook de vaststellingsovereenkomst aan waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd op grond van het bindend advies.
Hoofdstuk 2 — Voorwaarden voor verlaging van de eigen bijdrage › Artikel 16 — Ontbinding arbeidsovereenkomst door de kantonrechter
Artikel 16 — Ontbinding arbeidsovereenkomst door de kantonrechter
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
1. De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden op grond van één van de redenen, genoemd in artikel 7:669, derde lid, onder c tot en met i van het Burgerlijk Wetboek.
2. Hiertoe levert de werkgever aan:
a. de beschikking van de rechtbank, het Hof of de Hoge Raad op grond waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, waaruit blijkt dat:
i. de arbeidsovereenkomst is ontbonden op grond van één van de gronden, genoemd in artikel 7:669, derde lid, onder c tot en met i van het Burgerlijk Wetboek; en
ii. er een inhoudelijke behandeling op tegenspraak heeft plaatsgevonden.
b. het verzoekschrift;
c. het verweerschrift.
3. De werkgever toont aan dat is voldaan aan de inspanningsverplichting, genoemd in artikel 21.
Hoofdstuk 2 — Voorwaarden voor verlaging van de eigen bijdrage › Artikel 17 — Einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor vervanging
Artikel 17 — Einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor vervanging
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
1. De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst, die van rechtswege is geëindigd, een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft voor vervanging als bedoeld in artikel 1 van dit reglement.
2. De werkgever levert daarvoor de arbeidsovereenkomst van de werknemer aan, waaruit blijkt dat het een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in verband met vervanging betreft.
3. De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege is geëindigd door:
a. het verstrijken van de duur waarvoor de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan; of
b. het komen te vervallen van de reden van vervanging, als in de arbeidsovereenkomst tevens is opgenomen dat dit een einde van rechtswege tot gevolg heeft.
4. Bij een tijdelijke uitbreiding wegens vervanging, krijgt een werknemer een addendum op de arbeidsovereenkomst. Als hieruit werkloosheidsuitkeringskosten ontstaan, dan levert de werkgever de arbeidsovereenkomst aan waarin het betreffende addendum is opgenomen. Dit addendum voldoet aan de eisen voor de arbeidsovereenkomst in het tweede en derde lid van dit artikel.
5. De werkgever toont aan dat is voldaan aan de inspanningsverplichting, genoemd in artikel 21. De activiteiten, genoemd in artikel 21 tweede lid, moeten uiterlijk 2 maanden voor de laatste contractdag zijn gestart. Dit in afwijking van artikel 21, derde lid.
Hoofdstuk 2 — Voorwaarden voor verlaging van de eigen bijdrage › Artikel 18 — Einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een zij-instromer
Artikel 18 — Einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een zij-instromer
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
1. De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst, genoemd in artikel 3.2 van de cao PO 2025–2027, van rechtswege is geëindigd dan wel niet is verlengd, omdat de werknemer niet binnen de daarvoor overeengekomen periode de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid heeft behaald of zal behalen.
2. Om aan te tonen dat er sprake is geweest van een dienstverband in het kader van zij-instroom, levert de werkgever aan:
a. de tripartiete studieovereenkomst, die is ondertekend door de werkgever, werknemer en de opleidingsinstantie; of
b. de arbeidsovereenkomst van werknemer.
3. De werkgever toont aan dat de werknemer de onderwijsbevoegdheid niet heeft behaald of zal behalen. Daarvoor levert de werkgever het volgende aan:
a. de verklaring van de opleidingsinstantie, waaruit blijkt dat de werknemer niet binnen de overeengekomen periode de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid heeft behaald of zal behalen;
b. de opzeggingsbrief van de werkgever aan de werknemer waaruit blijkt dat de werknemer niet binnen de overeengekomen periode de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid heeft behaald of zal behalen; of
c. andere ter zake overtuigende documenten waaruit het niet behalen of het zullen behalen van de onderwijsbevoegdheid binnen de overeengekomen periode blijkt.
Hoofdstuk 2 — Voorwaarden voor verlaging van de eigen bijdrage › Artikel 19 — Einde arbeidsovereenkomst: participatiebaan
Artikel 19 — Einde arbeidsovereenkomst: participatiebaan
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
1. De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst die is beëindigd, een participatiebaan betreft.
2. Hiertoe levert de werkgever aan:
a. een document waaruit blijkt dat het om een participatiebaan gaat,
b. de opzeggingsbrief of andere ter zake overtuigende documenten, waaruit blijkt dat werkgever aan werknemer kenbaar heeft gemaakt, dat de arbeidsovereenkomst zal worden beëindigd.
3. De werkgever biedt de werknemer ondersteuning bij arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 10 van de Participatiewet. De werkgever levert ter zake overtuigende documenten aan waaruit dit blijkt.
Hoofdstuk 2 — Voorwaarden voor verlaging van de eigen bijdrage › Artikel 20 — Einde arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd op verzoek van de werknemer
Artikel 20 — Einde arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd op verzoek van de werknemer
Als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is beëindigd op verzoek van de werknemer, dan komt de werkgever in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage naar nihil als de werkgever ter zake overtuigende documenten heeft aangeleverd, waaruit blijkt dat de werknemer de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zelf heeft opgezegd.
Hoofdstuk 2 — Voorwaarden voor verlaging van de eigen bijdrage › Artikel 21 — Inspanningsverplichting
Artikel 21 — Inspanningsverplichting
De werkgever heeft activiteiten verricht of ingekocht voor de begeleiding van de werknemer naar een werkkring buiten de organisatie.
1. De financiële inspanningsverplichting wordt bepaald conform onderdeel a tot en met e van dit lid.
a. Bij een dienstverband van minder dan 6 maanden, geldt geen financiële inspanningsverplichting.
b. De waarde van de activiteiten genoemd in het tweede lid, bedraagt voor dienstverbanden vanaf 6 maanden € 600. Voor elke maand dat het dienstverband langer heeft voortgeduurd, komt er € 25 bij. Tot maximaal € 5.000. Deze bedragen zijn inclusief btw.
c. De duur van het dienstverband wordt als volgt berekend: bij opvolgende arbeidsovereenkomsten bij dezelfde werkgever, met een onderbreking van 6 maanden of minder, wordt de duur van deze arbeidsovereenkomsten bij elkaar opgeteld. De onderbrekingen tellen niet mee bij de vaststelling van de duur van het dienstverband.
d. Voor het berekenen van het aantal maanden dat het dienstverband heeft geduurd worden de kalenderdagen van de arbeidsovereenkomst(en) bij elkaar opgeteld. Van de opgetelde kalenderdagen boven 183 dagen worden 3 marge-dagen afgetrokken. Vervolgens vormen iedere 30,4167 kalenderdagen tezamen 1 maand.
e. Voor de duur van het dienstverband van meer dan 183 dagen wordt de uitkomst van wat onder d is berekend naar boven toe afgerond op hele maanden.
f. De werkgever vult de ‘Rekentool Dienstverbanden en Bedrag Inspanningsverplichting’ in. Deze is beschikbaar via Mijn Pf en via de website van het Participatiefonds. Zo kan de werkgever de duur van het dienstverband en de daarbij behorende minimale financiële inspanningsverplichting aantonen. De werkgever en de werknemer ondertekenen de uitdraai daarvan. De werkgever levert deze ondertekende uitdraai aan bij het indienen van het verlagingsverzoek via Mijn Pf. Ook in de gevallen waarbij de berekening van de financiële inspanning op nul uitkomt.
g. Kosten die de werkgever maakt voor activiteiten als bedoeld in het tweede lid, worden meegeteld bij de berekening of is voldaan aan de inspanningsverplichting, voor zover deze kosten niet langer dan 12 maanden voor de laatste contractdag zijn gemaakt.
2. De inhoudelijke inspanningsverplichting geldt bij een dienstverband vanaf 6 maanden, waarbij de duur van het dienstverband wordt berekend op de wijze als bepaald in het eerste lid, en bestaat uit één of meer van de volgende activiteiten:
a. coachgesprek;
b. arbeidskansengesprek;
c. het opstellen van een mobiliteitsplan;
d. uitvoering geven aan het mobiliteitsplan;
e. het onderzoeken van mogelijkheden tot herplaatsing buiten het eigen bestuur.
3. De activiteiten, genoemd in het tweede lid, moeten uiterlijk 4 maanden voor de laatste contractdag zijn gestart.
4. Als de activiteiten, genoemd in het tweede lid, zijn belegd bij een externe organisatie of loopbaanprofessional, dan moet deze een keurmerk of certificering hebben vanuit Noloc, Cedeo of Blik op Werk of lid zijn van Cedris, Noloc, Oval of NOBCO. In het geval van een lidmaatschap moet sprake zijn van een volwaardig lidmaatschap. Met een aspirant-lidmaatschap wordt niet voldaan aan deze voorwaarde. Daarnaast kan de werkgever gebruik maken van een organisatie waarmee het Participatiefonds een mantelovereenkomst heeft gesloten.
5. Als de activiteiten, genoemd in het tweede lid, door de werkgever in eigen beheer worden uitgevoerd, dan moet dit door een erkende mobiliteitsfunctionaris worden uitgevoerd. Deze functionaris is aangesloten middels een aspirant-lidmaatschap of volwaardig lidmaatschap bij de erkende beroepsvereniging Noloc of NOBCO.
6. Het bedrag aan financiële inspanning dat op basis van het eerste lid is bepaald, moet volledig worden besteed aan één of meer van de activiteiten, genoemd in het tweede lid.
7. De werkgever toont aan dat aan dit artikel is voldaan door het volgende aan te leveren:
a. een opdrachtbevestiging waarin ten minste één van de activiteiten, genoemd in het tweede lid, is opgenomen. De opdrachtbevestiging moet ondertekend zijn door de werkgever, werknemer en de organisatie of persoon die de vermelde activiteiten uitvoert.
b. de factuur of facturen ter waarde van het afgesproken budget voor de activiteit. Als de werkgever de activiteiten in eigen beheer uitvoert, dan levert de werkgever een urenspecificatie aan. Hierbij wordt de waarde van 1 uur gezien als € 85,– inclusief btw.
Hoofdstuk 3 — Vrijstellingsregelingen › Artikel 22 — Vrijstellingsregeling voor eigen uitkeringsgerechtigden
Artikel 22 — Vrijstellingsregeling voor eigen uitkeringsgerechtigden
Om financiële drempels bij het aannemen van uitkeringsgerechtigden weg te nemen, is het mogelijk om onder voorwaarden gebruik te maken van een vrijstelling voor de reguliere verlagingsvereisten. De werkgever komt in aanmerking voor vrijstelling van de voorwaarden van hoofdstuk 2, wanneer is voldaan aan het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid.
1. Er wordt vrijstelling verleend, als:
a. de werknemer ten minste 3 maanden direct voorafgaand aan het in dienst treden bij de werkgever recht heeft gehad op een werkloosheidsuitkering vanuit het primair onderwijs als bedoeld in artikel 190, derde lid, onder f van de Wpo of artikel 169, derde lid, onder f van de Wec;
b. de werknemer direct voorafgaand aan het ontstaan van het recht op de onder a genoemde werkloosheidsuitkering, in dienst was bij dezelfde werkgever of diens rechtsvoorganger. En de onder a genoemde uitkering is door de betrokken uitkeringsinstantie aan deze werkgever gekoppeld.
c. de werkgever uiterlijk 10 werkdagen na de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst het in dienst nemen van de werknemer meldt bij het Participatiefonds. De manier waarop de werkgever dat moet doen, staat beschreven in Mijn Pf; en
d. de arbeidsovereenkomst ten minste 6 maanden en maximaal 12 maanden ononderbroken heeft geduurd. Hieronder wordt ook de situatie bedoeld dat meerdere arbeidsovereenkomsten elkaar zonder onderbreking hebben opgevolgd gedurende ten minste 6 maanden en maximaal 12 maanden.
2. Om het gestelde in het eerste lid, onder d, aan te tonen, levert de werkgever de arbeidsovereenkomst aan waaruit de datum indiensttreding blijkt en een document waaruit de datum van het einde van de arbeidsovereenkomst blijkt.
3. Als het Participatiefonds vrijstelling heeft verleend, geldt een eigen bijdrage die gelijk is aan de eigen bijdrage voor de werkloosheidsuitkering, genoemd in het eerste lid, onder a, waarbij deze eigen bijdrage maximaal 50 procent bedraagt.
Hoofdstuk 3 — Vrijstellingsregelingen › Artikel 23 — Vrijstellingsregeling voor niet eigen uitkeringsgerechtigden nieuw
Artikel 23 — Vrijstellingsregeling voor niet eigen uitkeringsgerechtigden nieuw
Om financiële drempels bij het aannemen van uitkeringsgerechtigden weg te nemen, is het mogelijk om onder voorwaarden gebruik te maken van een vrijstelling voor de reguliere verlagingsvereisten. Voor werknemers die op of na 1 augustus 2022 een dienstverband zijn aangegaan, komt de werkgever in aanmerking voor vrijstelling van de voorwaarden van hoofdstuk 2, wanneer is voldaan aan het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid.
1. Er wordt vrijstelling verleend, als:
a. de werknemer ten minste 3 maanden direct voorafgaand aan het in dienst treden bij de werkgever recht heeft gehad op een werkloosheidsuitkering vanuit het primair onderwijs als bedoeld in artikel 190, derde lid, onder f van de Wpo of artikel 169, derde lid, onder f van de Wec;
b. de werknemer direct voorafgaand aan het ontstaan van het recht op de onder a genoemde werkloosheidsuitkering, niet in dienst was bij dezelfde werkgever, of bij de rechtsvoorganger daarvan. En de onder a genoemde uitkering is door de betrokken uitkeringsinstantie aan deze werkgever gekoppeld;
c. de werkgever uiterlijk 10 werkdagen na de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst het in dienst nemen van de werknemer meldt bij het Participatiefonds. De manier waarop de werkgever dat moet doen, staat beschreven in Mijn Pf; en
d. de arbeidsovereenkomst ten minste 6 maanden en maximaal 12 maanden ononderbroken heeft geduurd. Hieronder wordt ook de situatie bedoeld dat meerdere arbeidsovereenkomsten elkaar zonder onderbreking hebben opgevolgd gedurende ten minste 6 maanden en maximaal 12 maanden.
2. Om het gestelde in het eerste lid, onder d, aan te tonen, levert de werkgever de arbeidsovereenkomst aan waaruit de datum indiensttreding blijkt en een document waaruit de datum van het einde van de arbeidsovereenkomst blijkt.
3. Als het Participatiefonds vrijstelling heeft verleend, geldt een eigen bijdrage van 0 procent van de werkloosheidsuitkeringskosten.
Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen › Artikel 24 — Citeertitel
Artikel 24 — Citeertitel
Dit reglement wordt aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra versie 1 januari 2025’.
Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen › Artikel 25 — Inwerkingtreding
Artikel 25 — Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden tussen werkgevers en werknemers uit het PO zoals omschreven in dit reglement en die een laatste contractdag hebben op of na 1 januari 2025
Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen › Artikel 26 — Bekendmaking
Artikel 26 — Bekendmaking
Dit reglement wordt bekendgemaakt middels publicatie in de Staatscourant.
Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen › Artikel 27 — Wijziging of afwijking van het reglement
Artikel 27 — Wijziging of afwijking van het reglement
Het bestuur van het Participatiefonds is gerechtigd dit reglement op ieder moment aan te passen als daar aanleiding toe is. Om zwaarwegende redenen kan het bestuur van het Participatiefonds afwijken van wat in dit reglement gesteld is.
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds
Inleiding
Het Participatiefonds heeft een aantal wettelijke taken. Hieronder valt het ondersteunen van het bevoegd gezag bij het beleid gericht op het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en het voorkomen van werkloosheid.
1 Artikel 190, derde lid, onder e, van de WPO en artikel 169, derde lid, onder e, van de WEC.
Om deze taak te kunnen uitvoeren heeft het Participatiefonds bepaalde gegevens nodig over de bevoegde gezagsorganen. Dit informatieprotocol beschrijft de vorm en inhoud van de set gegevens, die door de bij het Participatiefonds aangesloten bevoegde gezagsorganen moeten worden geleverd. Het bevat tevens een korte toelichting op het aanleverproces. Het informatieprotocol dient als hulpmiddel voor schoolbesturen en administratiekantoren om de juiste gegevens tijdig aan te leveren bij het Participatiefonds.
Privacy
In het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), dienen verwerkingen van persoonsgegevens bij het College bescherming persoonsgegevens te worden gemeld. Het Participatiefonds maakt bij de uitoefening van de werkzaamheden gebruik van persoonsgegevens. Het Participatiefonds treft passende organisatorische en technische maatregelen om te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verwerking van die persoonsgegevens in overeenstemming met de AVG kan worden uitgevoerd.
Leeswijzer
Het informatieprotocol bestaat uit vier onderdelen:
1. De aard van de door de schoolbesturen aan te leveren gegevens. Het betreft persoonsgegevens, aanstellingsgegevens, verzuimgegevens en declaratiegegevens, die bestaan uit afwezigheids- en vervangingsgegevens. Van elk gegeven is een definitie, omschrijving en daar waar van toepassing een toelichting opgenomen. Verder komt aan bod de wijze van aanlevering en het format van de gegevenslevering. Dit onderdeel geldt voor elk bevoegd gezag in het primair onderwijs.
2. Een overzicht van de organisatiegegevens, die het Participatiefonds maandelijks ontvangt vanuit de Registratie Instellingen en Opleidingen (RIO) in beheer bij DUO.
3. Een nadere toelichting op de administratie die door het bevoegd gezag moet worden gevoerd.
4. De controle van administratie en gegevens van het bevoegd gezag door het Participatiefonds.
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › Onderdeel 1 Basisadministratie › § 1.1 — Inleiding
§ 1.1 — Inleiding
De basisadministratie van het Pf betreft de gegevens die het Pf vanuit de aangesloten bevoegde gezagsorganen ontvangt. Dit omvat de volgende gegevens:
– Premiebrongegevens (persoons- en aanstellingsgegevens);
– Verzuimgegevens;
– Organisatiegegevens volgende RIO.
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › Onderdeel 1 Basisadministratie › § 1.2 — Doel gegevenscollectie door het Pf
§ 1.2 — Doel gegevenscollectie door het Pf
Elk schoolbestuur in het primair onderwijs levert gegevens aan bij het Pf. Deze gegevens worden gebruikt om de hoogte van de premie Pf en de rechtmatigheid van afgehandelde verlagingsverzoeken vast te stellen. Daarnaast worden gegevens gebruikt ten behoeve van de wettelijke taak onder artikel 190, derde lid, onder e, van de WPO (en artikel 169, derde lid, onder e, van de WEC): het ondersteunen van het bevoegd gezag bij het beleid gericht op het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en het voorkomen van werkloosheid.
In tabel 1 staat een overzicht van de primaire processen, die gebruik maken van de gegevens, die door het onderwijsveld beschikbaar worden gesteld.
Tabel 1 Doel gegevensverzameling
Primaire processen Pf
Verzamelen en beheren organisatiegegevens en kengetallen
Berekenen en incasseren van de premie Pf
Het ondersteunen van het bevoegd gezag bij het beleid gericht op het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en het voorkomen van werkloosheid
Afhandelen verlagingsverzoeken en vaststellen eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten
Het ondersteunen van het bestuur en bestuursbureau (informatievoorziening)
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 2 — Overzicht gegevens in de Pf-basisadministratie › § 2.1 — Inleiding
§ 2.1 — Inleiding
Tabel 2 toont een overzicht van de aan te leveren gegevensverzamelingen / set gegevens, voorzien van een korte omschrijving. Hieronder worden de verschillende gegevensgroepen kort toegelicht. Paragraaf 5f bevat een gedetailleerde beschrijving van alle gegevens afzonderlijk.
Tabel 2 Overzicht gegevensverzamelingen
Gegevensgroep | Objecten | Doel
Premiebrongegevens: personeel | Alle personeelsleden onder de cao po | Identificatie, rechtmatigheidstoets
Premiebrongegevens: aanstellingen | Alle personeelsleden onder de cao po | Rechtmatigheidstoets, vaststelling premiebedragen en declaratiegrondslag
Vervangingsgegevens: afwezigheden en vervangingen | Afwezigen en vervangers in het primair onderwijs | Rechtmatigheidstoets, ondersteunen bevoegd gezag bij het beleid gericht op het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en het voorkomen van werkloosheid
Verzuimgegevens | Alle personeelsleden onder de cao po | Ondersteunen bevoegd gezag bij het beleid gericht op het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en het voorkomen van werkloosheid.
Organisatiegegevens | Bevoegde gezagsorganen in het primair onderwijs, administratiekantoren in het primair onderwijs | Identificatie, verificatie, rechtmatigheidstoets
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 2 — Overzicht gegevens in de Pf-basisadministratie › § 2.2 — Premiebrongegevens
§ 2.2 — Premiebrongegevens
De basisadministratie bevat brongegevens van alle personeelsleden en aanstellingen in het primair onderwijs. Deze gegevens worden gebruikt om de ontvangen (declaratie)gegevens te toetsen aan het reglement en de premie- en declaratiebedragen te berekenen.
Persoonsgegevens
Het Personeelsbestand omvat gegevens over het personeel, dat valt onder de cao po. Dit betreft het burgerservicenummer, de naam, geboortedatum en het geslacht van de personeelsleden.
Aanstellingsgegevens
De Pf-basisadministratie bevat gegevens over de dienstbetrekkingen in het primair onderwijs. Het bestand bevat gegevens als de begin- en einddatum van de aanstelling en de omvang van de aanstelling en het brutosalaris. De aanstellingsgegevens worden ook gebruikt om het premiebedrag vast te stellen.
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 2 — Overzicht gegevens in de Pf-basisadministratie › § 2.3 — Vervangingsgegevens
§ 2.3 — Vervangingsgegevens
De vervangingsgegevens omvatten uitgebreide gegevens over de afwezigheid en vervanging. Deze gegevens zijn van belang om het bevoegd gezag te ondersteunen bij het beleid gericht op het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en het voorkomen van werkloosheid.
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 2 — Overzicht gegevens in de Pf-basisadministratie › § 2.4 — Verzuimgegevens
§ 2.4 — Verzuimgegevens
De gegevens omschreven in § 2.2 en § 2.3 leveren geen compleet overzicht op van het totale verzuim in het primair onderwijs. Niet alle afwezigheid wordt vervangen en niet alle vervanging wordt gedeclareerd dan wel bekostigd. De integrale verzuimgegevens worden gebruikt voor het berekenen van kengetallen, en het ondersteunen van het bestuur en bestuursbureau van het Pf op het gebied van informatievoorziening.
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 2 — Overzicht gegevens in de Pf-basisadministratie › § 2.5 — Organisatiegegevens
§ 2.5 — Organisatiegegevens
De van Duo afkomstige organisatiegegevens op basis van RIO zijn opgeslagen in de Pf-basisadministratie en dienen onder meer voor de beoordeling van de rechtmatigheid van premiegegevens.
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 3 — Aanlevermoment en frequentie van aanlevering
§ 3 — Aanlevermoment en frequentie van aanlevering
De door de bevoegde gezagsorganen te leveren gegevensgroepen zijn maandelijks samengevoegd tot één gegevenslevering. DUO verzorgt maandelijks de gegevenslevering van de RIO-gegevens op de 2e dinsdag van de maand.
Het Pf verwerkt de ontvangen gegevens één keer per maand. De levering, die in maand n verwerkt wordt, bevat gegevens over de verslagmaand n–1 alsmede eventuele correcties over voorliggende maanden (als voorbeeld: de maandverwerking in januari 2025 bevat de gegevens over de maand december 2024). In tabel 3 is opgenomen op welke data in 2025 de maandverwerking plaatsvindt.
Tabel 3 Data maandverwerkingen
Datum maandverwerking
Donderdag 9 januari 2025
Donderdag 13 februari 2025
Donderdag 13 maart 2025
Donderdag 10 april 2025
Donderdag 8 mei 2025
Donderdag 12 juni 2025
Donderdag 10 juli 2025
Donderdag 7 augustus 2025
Donderdag 11 september 2025
Donderdag 9 oktober 2025
Donderdag 13 november 2025
Donderdag 11 december 2025
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 4 — Wijze van aanlevering › § 4.1 — Aanlevering via Managed File Transfer en/of webportaal
§ 4.1 — Aanlevering via Managed File Transfer en/of webportaal
Bevoegde gezagsorganen en administratiekantoren maken gebruik van PSA (Personeels- en Salarisadministratie)-softwarepakketten voor het leveren van gegevens aan het Pf.
De levering via de PSA-softwarepakketten geschiedt met behulp van Managed File Transfer (MFT). De MFT voorziet in een beveiligde verbinding tussen de gegevensleverancier en het Pf.
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 4 — Wijze van aanlevering › § 4.2 — Bestandsformaat
§ 4.2 — Bestandsformaat
Het bestandsformaat van de gegevenslevering is het Extensive Markup Language formaat (XML-formaat). Dit is standaard van het World Wide Web Consortium voor de syntaxis van formele opmaaktalen waarmee men gestructureerde gegevens kan weergeven in de vorm van platte tekst. Deze presentatie is zowel machineleesbaar als leesbaar voor de mens. Het XML-formaat wordt gebruikt om gegevens op te slaan en om gegevens over het internet te versturen.
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 5 — Gegevenstabellen
§ 5 — Gegevenstabellen (deel 1)
Algemene opmerking (*Alle vermelde einddata van een periode zijn t/m data)
Gegevensgroep | Bericht
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | In deze groep zijn de identificerende gegevens van de ingediende VFPFLevering opgenomen.
Gegevensnaam | Bericht kenmerk aanleveraar
Identificatie | BerichtID
Omschrijving | Unieke door de inzender aan het bericht toegekende code ter identificatie van het bericht.
Formaat | X(32)
Gegevensnaam | Datum en tijdstip aanmaak
Identificatie | DatumTijdAanmaak
Omschrijving | De datum en tijdstip aanmaak mag niet liggen na de datum en tijdstip van ontvangst van het bericht door het Participatiefonds.
Toelichting | Van belang om de berichten per aanleveraar / bevoegd gezag in de juiste volgorde ten opzichte van elkaar te kunnen interpreteren. Het meest recent aangemaakt bericht is meest recente weergave van de administratie van de werkgever.
Formaat | Datumtijd
Gegevensnaam | Contactpersoon aanleveraar
Identificatie | ContactPersoon
Omschrijving | De naam van de persoon die namens de aanleveraar eventuele vragen over de inhoud van het bericht kan beantwoorden.
Formaat | X(35)
Gegevensnaam | Emailadres contactpersoon aanleveraar
Identificatie | EmailContactPersoon
Omschrijving | Het emailadres van de contactpersoon van de aanleveraar.
Formaat | X(255)
Gegevensnaam | Telefoonnummer contactpersoon aanleveraar
Identificatie | TelefoonNR
Omschrijving | Het telefoonnummer van de contactpersoon van de aanleveraar.
Formaat | X(25)
Gegevensnaam | Relatie Identificatie
Identificatie | RelatieID
Omschrijving | De code waaronder de aanleveraar bekend is bij VfPf.
Toelichting | Voor wat betreft RelatieID zal aansluiting plaatsvinden bij de codering die voor het leveranciersnummer zoals dat wordt gehanteerd in het kader van de de sbc-levering aan WWplus.
Formaat | Datumtijd
Gegevensnaam | Gebruik softwarepakket
Identificatie | GebruikSoftwarePakket
Omschrijving | Beschrijving van het softwarepakket dat de aanleveraar van het bericht heeft gebruikt voor de vervaardiging van het bericht.
Toelichting | Deze rubriek zal door de softwareleverancier worden gebruikt om de naam en versienummer van het pakket aan te geven.
Formaat | X(27)
Gegevensgroep | BevoegdGezag
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | In deze groep zijn de identificerende gegevens van het Bevoegd Gezag opgenomen.
Gegevensnaam | Nummer van het Bevoegd Gezag
Identificatie | AdministratieNR
Omschrijving | Het identificerende nummer van het bevoegd gezag zoals geregistreerd bij DUO.
Formaat | N(5)
Gegevensgroep | LeveringTijdvak
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | Tijdvak duidt de periode aan waarover de gegevens worden aangeleverd of gecorrigeerd. In een bericht kan van een tijdvak worden aangegeven of er voor dat tijdvak een nieuwe levering of een correctie op een eerdere aanlevering wordt gedaan.
Gegevensnaam | Datum aanvang tijdvak
Identificatie | DatumAanvangTijdvak
Omschrijving | De datum van de eerste dag van het tijdvak waarop de levering betrekking heeft.
Toelichting | Dit is altijd de eerste dag van een kalendermaand. Ten dienste van de aanmaak van bestanden t.b.v. de ketentest zijn de bereikbeperking van deze rubriek vooralsnog vervallen.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Datum einde tijdvak
Identificatie | DatumEindTijdvak
Omschrijving | De datum van de laatste dag van het tijdvak waarop de levering betrekking heeft.
Toelichting | Dit is altijd de laatste dag van de kalendermaand van DatumAanvangTijdvak Ten dienste van de aanmaak van bestanden t.b.v. de ketentest zijn de bereikbeperking van deze rubriek vooralsnog vervallen.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensgroep | Onderwijsinstelling
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | In deze groep zijn de identificerende gegevens van de OnderwijsInstelling opgenomen.
Gegevensnaam | Identificatie van de onderwijsinstelling
Identificatie | InstellingID
Omschrijving | De code aanduiding voor de onderwijsinstelling zoals geregistreerd bij DUO. Onderwijsinstellingen worden aangeduid met een code van 4 posities waarvan de eerste twee numeriek zijn en de twee laatste posities hoofdletters, of, bij wijze van uitzondering, twee hoofdletters gevolgd door twee cijfers.
Formaat | X(4)
Gegevensnaam | Naam van de OnderwijsInstelling
Identificatie | Naam
Omschrijving | De (ver)korte naam van de onderwijsinstelling.
Formaat | X(100)
Gegevensnaam | Soort Onderwijs van de OnderwijsInstelling
Identificatie | SoortOnderwijs
Omschrijving | Codering van het soort onderwijs dat bij de onderwijsinstelling wordt gegeven.
Toelichting | Ingeval van meerdere Codes Soort Onderwijs voor de onderwijsinstelling deze repeterend opnemen.
Formaat | N(3)
Gegevensgroep | Aanstelling
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | De gegevensgroep Aanstelling wordt samengesteld uit alle unieke Aanstellingen per Onderwijsinstelling.
Gegevensnaam | Volgnummer van de Aanstelling
Identificatie | VolgNR
Omschrijving | Een persoon kan meerdere Aanstellingen hebben. Het volgnummer van de Aanstelling is een unieke identificatie uit de salarisadministratie voor iedere afzonderlijke aanstelling.
Toelichting | Er zijn verschillende volgnummeringen in de respectievelijke salarisadministraties. Er is overeengekomen dat een alfanumerieke indeling van maximaal 8 posities zal worden gehanteerd.
Formaat | X(8)
Gegevensnaam | Ingangsdatum van de Aanstelling
Identificatie | Ingangsdatum
Omschrijving | Ingangsdatum van de aanstelling zoals bekend onder het volgnummer.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Einddatum van de Aanstelling
Identificatie | Einddatum
Omschrijving | Einddatum van de aanstelling zoals bekend onder het volgnummer.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Gemiddeld aantal contracturen per week
Identificatie | AantalUrenPerWeek
Omschrijving | Het voor het levertijdvak geldend gemiddeld aantal contracturen per week. De bepaling van het gemiddeld aantal contracturen per week in de maand van levering houdt rekening met de gebroken maandberekening indien van toepassing (zie toelichting). In deze gevallen is het gemiddeld aantal contracturen per week in de maand gelijk aan de sommatie van werktijdfactor per dag voor alle dagen in de maand, vermenigvuldigd met de factor drie gedeeld door dertien, vermenigvuldigd met veertig uur. In formulevorm: u = (s * 3/13) * n Indien géén gebroken maandberekening geldt, is het gemiddeld aantal contracturen per maand gelijk aan de werktijdfactor per week vermenigvuldigd met het aantal dagen van de aanstelling in de maand, gedeeld door het aantal kalenderdagen van de verlsagmaand, vermenigvuldigd met veertig uur. In formulevorm: u = (w * d/k) * n Waarbij geldt: – u = gemiddeld aantal uren per week in de maand; – w = werktijdfactor, die voor de aanstelling geldt; – s = sommatie van de werktijdfactor per dag voor alle dagen van de verslagmaand, waarop volgens de aanstelling gewerkt is; – n = normbetrekking van 40 uur; – d = aantal dagen in de verslagmaand, waarop volgens de aanstelling gewerkt is; – k = aantal kalenderdagen van de verslagmaand.
Toelichting | Voorloopnul hanteren in geval minder dan 10:00 De bepaling van het gemiddeld aantal contracturen per week in de maand van levering is afhankelijk van de aard van de aanstelling; regulier of kort tijdelijk. Bij aanstellingen voor een periode van 6 maanden of korter en voor een periode die korter is dan een kalendermaand, wordt de werktijdfactor vermenigvuldigd met de factor drie gedeeld door dertien, vermenigvuldigd met veertig uur (uren normbetrekking). Bij de overige aanstellingen wordt de maandfactor drie gedeeld door dertien niet toegepast, maar wordt de werktijdfactor vermenigvuldigd met het aantal dagen van de aanstelling in de maand, gedeeld door het aantal kalenderdagen van de verslagmaand, vermenigvuldigd met veertig uur (uren normbetrekking).
Formaat | Tijd (5) (uu:mm)
Gegevensnaam | Bruto salaris
Identificatie | Brutosalaris
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 5 — Gegevenstabellen
§ 5 — Gegevenstabellen (deel 2)
Omschrijving | Bruto salaris volgens salarisschaal / anciënniteit op basis van een voltijds dienstverband van 40 uur, zijnde het salaris bij een normbetrekking.
Toelichting | Voorloopnullen hanteren. De laatste twee posities betreffen eurocenten. De waarde ‘00000012345’ representeert een bedrag van 123 euro en 45 eurocent.
Formaat | N(11)
Gegevensnaam | De salarisschaal behorende bij deze aanstelling
Identificatie | Salarisschaal
Omschrijving | De voor het levertijdvak geldende codering voor de salarisschaal bij de Aanstelling.
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan: – 01 t/m 18 – L10 t/m L14 – LIO – LIOA – LIOB – AA t/m AE – DA t/m DE – DBU – DCU – DA10 – DA11 – DA13 – B1 t/m B6 – ID1 t/m ID3 – HO10 t/m HO18 – ML – P – NB (indien niet bekend)
Formaat | X(4)
Gegevensnaam | Het salarisnummer bij deze aanstelling
Identificatie | SalarisNR
Omschrijving | Het voor het levertijdvak geldende salarisnummer bij de salarisschaal van de Aanstelling.
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan: – 01 t/m 20 – 91 t/m 93 – J15 t/m J22 – U14 t/m U18 – AT1 – AT2 – NB (indien niet bekend) – 0 (niet bekend AFAS)
Formaat | X(3)
Gegevensnaam | Bovenliggend volgnummer van de Aanstelling
Identificatie | Bovenliggend
Omschrijving | Bovenliggend bevat het volgnummer van de Kapstok-Aanstelling.
Formaat | X(8)
Gegevensgroep | Persoon
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | In deze groep zijn de identificerende gegevens van Persoon opgenomen.
Gegevensnaam | BurgerServiceNR
Identificatie | BurgerServiceNR
Omschrijving | BurgerServiceNR: een door een gemeente aan een natuurlijk persoon toegekend uniek administratief nummer.
Toelichting | Het BurgerServiceNR moet aan de volgende elfproef voldoen: 1. beschouw de cijfers op de posities van het nummer van links naar rechts als a0, a1, a2, a3, a4, a5, a6, a7 en a8. 2. het nummer voldoet aan de elfproef indien a8 gelijk is aan de restwaarde van de berekening (9*a0 + 8*a1 + 7*a2 + 6*a3 + 5*a4 + 4*a5 + 3*a6 + 2*a7) / 11. Het BurgerServiceNR moet u met 9 cijfers aanleveren. Een BurgerServiceNR dat uit minder dan 9 cijfers bestaat vult u aan met voorloopnullen. Het BurgerServiceNR 12312319 levert u aan als 012312319. Van de eerste drie posities moet er minimaal één niet een nul zijn. Het BurgerServiceNR moet bestaan en in gebruik zijn.
Formaat | N(9)
Gegevensnaam | Geboortenaam Persoon
Identificatie | Achternaam
Omschrijving | De achternaam de natuurlijk persoon zonder voorvoegsel.
Toelichting | Het betreft de geboortenaam van de persoon (en niet van de partner) zonder voorvoegsels, zoals opgenomen in het identiteitsbewijs. Toevoegingen ten behoeve van de eigen administratie zijn niet toegestaan.
Formaat | X(100)
Gegevensnaam | Geboortedatum Persoon
Identificatie | Geboortedatum
Omschrijving | Datum waarop de natuurlijk persoon is geboren.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Geslacht Persoon
Identificatie | Geslacht
Omschrijving | Code die het geslacht van de natuurlijk persoon aangeeft.
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan: 0 Onbekend 1 Mannelijk 2 Vrouwelijk 9 Niet Gespecificeerd
Formaat | N(1)
Gegevensgroep | Verzuim
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | Indien er sprake is van verzuim dienen onderstaande tot Verzuim behorende gegevens te worden aangeleverd.
Gegevensnaam | Ingangsdatum Verzuim
Identificatie | Ingangsdatum
Omschrijving | Ingangsdatum van het geregistreerd verzuim.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Einddatum Verzuim
Identificatie | Einddatum
Omschrijving | Einddatum van het geregistreerd verzuim.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Omvang van het verzuim aangegeven in klokuren
Identificatie | Omvang
Omschrijving | De omvang van het verzuim in het tijdvak uitgedrukt in uren en minuten. Het betreft het aantal klokuren in verzuim.
Toelichting | – Indien de Einddatum van het verzuim bekend is en de Ingangsdatum valt binnen hetzelfde tijdvak als de Einddatum van het verzuim, dan wordt de omvang van het verzuim in het tijdvak bepaald aan de hand van deze datums. – Indien de Einddatum van het verzuim bekend is en de Ingangsdatum ligt in een eerder tijdvak dan het tijdvak waarin de Einddatum valt, dan wordt de omvang voor het tijdvak waarover de gegevens geleverd worden bepaald aan de hand van ‘Datum aanvang tijdvak’ en de Einddatum. – Indien de Ingangsdatum van het verzuim: ° gelijk is aan de ‘Datum aanvang tijdvak’; of ° in een eerder tijdvak ligt; en de Einddatum is: ° gelijk aan ‘Datum einde tijdvak’; ° onbekend; of ° ligt na het tijdvak, dan wordt de omvang bepaald aan de hand van ‘Datum aanvang tijdvak’ en ‘Datum einde tijdvak’ van het tijdvak waarover de gegevens geleverd worden. – Indien de Einddatum van het verzuim nog niet bekend is, dan wordt ‘Datum einde tijdvak’ gehanteerd van het tijdvak waarover de gegevens geleverd worden om de omvang van het verzuim in het tijdvak te bepalen.
Formaat | Tijd(7) uuuu:mm
Gegevensnaam | Reden Verzuim
Identificatie | Reden
Omschrijving | Code die de reden van het verzuim aangeeft (zie ook tabel CRA).
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan: A Adoptie B Arbeidsongeschikt door derde D Bedrijfsongeval O Overig ongeval P Pleegzorg S Schorsing Z Ziek VN Vangnet UWV
Formaat | X(3)
Gegevensgroep | Afwezigheid
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | Indien betreffende het Verzuim binnen een Aanstelling een vervanging heeft plaatsgevonden, zijn onderstaande gegevens aan de orde.
Gegevensnaam | Ingangsdatum Afwezigheid
Identificatie | Ingangsdatum
Omschrijving | De ingangsdatum van de periode, waarin het aantal klokuren afwezigheid plaatsvindt. De Ingangsdatum van de afwezigheid hoeft niet overeen te komen met de ingangsdatum van het verzuim maar kan ook later liggen.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Einddatum Afwezigheid
Identificatie | Einddatum
Omschrijving | De einddatum (t/m) van de periode, waarin het aantal klokuren afwezigheid plaatsvindt.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Klokuren van de Afwezigheid
Identificatie | Klokuren
Omschrijving | Het aantal klokuren afwezigheid. Hierbij geldt dat klokuren in het kader van duurzame inzetbaarheid en compensatieverlof niet gelden als werkzaam.
Formaat | Tijd(7) uuuu:mm
Gegevensnaam | Soort Onderwijs gerelateerd aan de Afwezigheid
Identificatie | SoortOnderwijs
Omschrijving | Codering van het Soort Onderwijs zoals geregistreerd v/d Onderwijsinstelling.
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan: Van T/M Omschrijving 081 120 Basisonderwijs, regulier 122 122 Basisonderwijs, speciaal 123 123 Basisonderwijs, niet regulier 126 126 WEC (Expertisecentrum) 500 529 Basisonderwijs, speciaal 530 549 Basisonderwijs, niet regulier 550 569 WEC (Expertisecentrum)
Formaat | N(3)
Gegevensnaam | Betreft de afwezigheid lesgevende taken of niet-lesgevende taken
Identificatie | Taak
Omschrijving | Betreft de afwezigheid lesgevende taken of niet-lesgevende taken
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan: 01 Lesgevende taken 02 Niet-lesgevende taken
Formaat | N(2)
Gegevensnaam | Functienaam van de Afwezige
Identificatie | CodeFunctienaam
Omschrijving | Codering voor de Functienaam van de functie van de Afwezige.
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 5 — Gegevenstabellen
§ 5 — Gegevenstabellen (deel 3)
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan: 01 Bestuurslid, lid college van bestuur 02 (Bovenschools) directeur 03 Adjunct directeur of waarnemend directeur 04 Overige managementfuncties op het niveau van directie en bestuur 05 Staffunctionaris (bijv. hoofd facilitaire dienstverlening 06 Onderwijscoördinator (bijv. teamcoördinator) 07 Overige managementfuncties op het niveau van een afdeling of ander onderdeel van de organisatie 08 Groepsleerkracht (inclusief remedial teacher) 09 Vakleraar 10 Leraar in opleiding 11 Overige onderwijzend personeel 12 Onderwijs-assisterende functies (bijv. (technisch) onderwijsassistent, docent-assistent, lokaal-assistent, klassen-assistent) 13 Therapeutische en zorgfuncties (bijv. psychologisch medewerker, logopedist, orthopedagoog, fysiotherapeut, schoolmaatschappelijk werker) 14 Instructeur 15 Overig onderwijsondersteunend personeel 16 Beheerfuncties (bijv. conciërge, schoonmaker, beheerder/ICT) 17 Administratieve functies (bijv. personeelszaken, leerlingenadministratie) 18 Overig beheer- en administratief personeel
Formaat | N(2)
Gegevensnaam | IsPooler
Identificatie | IsPooler
Omschrijving | Is de afwezige voor deze afwezige zelf ingezet als pooler.
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan: J Ja N Nee
Formaat | X(1)
Gegevensgroep | Vervanging
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | Betreft de identificatie van een in het kader van afwezigheid gerealiseerde vervangingsperiode. Vervanging voor een afwezigheidsperiode kan worden ingevuld door meerdere gelijktijdige en/of achtereenvolgende vervangingen door 1 of meerdere vervangende personen. Vervangingen dien 1: n te worden opgenomen bij de corresponderende afwezigheid.
Gegevensnaam | Administratienummer van het bevoegd gezag waaronder de vervanger valt
Identificatie | AdministratieNR
Omschrijving | Het identificerende nummer van het bevoegd gezag waaronder de vervanger valt zoals geregistreerd bij DUO.
Formaat | N(5)
Gegevensnaam | Identificatie van de onderwijsinstelling waaronder de vervanger valt
Identificatie | InstellingID
Omschrijving | De code aanduiding voor de onderwijsinstelling zoals geregistreerd bij DUO. Onderwijsinstellingen worden aangeduid met een code van vier posities waarvan de eerste twee numeriek zijn en de twee laatste posities hoofdletters, of, bij wijze van uitzondering, twee hoofdletters gevolgd door twee cijfers.
Formaat | X(4)
Gegevensnaam | BurgerServiceNR van de vervanger
Identificatie | BurgerServiceNR
Omschrijving | BurgerServiceNR: een door een gemeente aan een natuurlijk persoon toegekend uniek administratief nummer.
Toelichting | Het BurgerServiceNR moet aan de volgende elfproef voldoen: 1. beschouw de cijfers op de posities van het nummer van links naar rechts als a0, a1, a2, a3, a4, a5, a6, a7 en a8. 2. het nummer voldoet aan de elfproef indien a8 gelijk is aan de restwaarde van de berekening (9*a0 + 8*a1 + 7*a2 + 6*a3 + 5*a4 + 4*a5 + 3*a6 + 2*a7) / 11. Het BurgerServiceNR moet u met 9 cijfers aanleveren. Een BurgerServiceNR dat uit minder dan 9 cijfers bestaat vult u aan met voorloopnullen. Het BurgerServiceNR 12312319 levert u aan als 012312319. Van de eerste drie posities moet er minimaal één niet een nul zijn. Het BurgerServiceNR moet bestaan en in gebruik zijn.
Formaat | N(9)
Gegevensnaam | Volgnummer van de Aanstelling van de Vervanger
Identificatie | VolgNR
Omschrijving | Een persoon kan meerdere Aanstellingen hebben. Het volgnummer van de Aanstellingen is een unieke identificatie uit de salarisadministratie voor iedere afzonderlijke aanstelling.
Toelichting | Er zijn verschillende volgnummeringen in de respectievelijke salarisadministratie. Er wordt een alfanumerieke indeling van maximaal 8 posities gehanteerd.
Formaat | X(8)
Gegevensnaam | Ingangsdatum van de Aanstelling van de Vervanger
Identificatie | Ingangsdatum
Omschrijving | Ingangsdatum van de aanstelling zoals bekend onder het volgnummer.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Einddatum van de Aanstelling van de Vervanger
Identificatie | Einddatum
Omschrijving | Einddatum van de aanstelling zoals bekend onder het volgnummer.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Externe aanduiding voor vervangingsregel
Identificatie | ExternID
Omschrijving | Het ExternID biedt de mogelijkheid om rechtstreeks naar een gedeclareerde individuele vervangingsperiode te verwijzen. Dit gegeven is op verzoek van aanleveraars opgenomen en zal indien aangeboden ook worden vermeld bij de terugkoppeling.
Toelichting | De samenstelling van het ExternID is vrij. Een ExternID dient echter (historisch) uniek te zijn voor iedere afzonderlijke vervanging(speriode). Dit is een verantwoordelijkheid van de aanleveraar. Om uniciteit over aanleveraars af te dwingen dienen de eerste vijf posities van het ExternID te worden gevormd voor het RelID van de leverancier (zie Bericht: RelatieIdentificatie).
Formaat | X(80)
Gegevensnaam | Aantal Klokuren van een vervanging(speriode) in het kader van afwezigheid
Identificatie | Klokuren
Omschrijving | Het aantal klokuren vervanging van een gerealiseerde vervangingsperiode. Hierbij geldt dat klokuren in het kader van duurzame inzetbaarheid en compensatieverlof niet gelden als klokuren vervanging.
Formaat | Tijd(6) uuu:mm
Gegevensnaam | Code Soort Vervanging
Identificatie | Soort
Omschrijving | Codering voor de soort vervanging
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan: SV1 Tijdelijk in dienst nemen van personeel SV2 Tijdelijke urenuitbreiding geven aan eigen personeel tot maximaal 120% van een fulltime dienstverband SV3 Het inzetten van personeel aangesteld in een vervangingspool als bedoeld in het Reglement Vervangingsfonds SV4 Detacheren personeel vanuit een ander bij het Vervangingsfonds aangesloten bevoegd gezag SV5 Inhuren personeel via uitzendbureau / payroll-organisatie SV6 Inhuren extern personeel waarop de CAO VO niet van toepassing is. SV7 Vervanging door eigen personeel binnen de eigen betrekking SV8 Vervanging onder Min-Max Contract SV10 Vervanging onder Vervangingscontract
Formaat | X(3)
Gegevensnaam | Naam van de vervanger
Identificatie | Naam
Omschrijving | De familienaam van de vervanger.
Formaat | X(100)
Gegevensnaam | Geboortedatum van de vervanger
Identificatie | Geboortedatum
Omschrijving | De geboortedatum van de vervanger
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Geslacht van de vervanger
Identificatie | Geslacht
Omschrijving | Codering van het geslacht van de vervanger.
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan: 0 Onbekend 1 Mannelijk 2 Vrouwelijk 9 Niet Gespecificeerd
Formaat | N(1)
Gegevensnaam | Functienaam Vervanger
Identificatie | CodeFunctienaam
Omschrijving | Codering voor de Functienaam van de functie van de vervanger.
Toelichting | De volgende waarden zijn toegestaan:
Formaat | N(2)
Gegevensnaam | Naam externe inhuur
Identificatie | ExterneInhuur
Omschrijving | Naam van de externe (uitzend)organisatie of payroll-organisatie voor de vervanger werkzaam is.
Formaat | X(50)
Gegevensgroep | CorrectieTijdvak
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | TIJDVAK duidt de periode aan waarover feiten worden aangeleverd of gecorrigeerd. In een bericht kan van een tijdvak worden aangegeven of er voor dat tijdvak een nieuwe levering of een correctie op een eerdere aanlevering wordt gedaan.
Gegevensnaam | Datum aanvang (correctie) tijdvak
Identificatie | DatumAanvangTijdvak
Omschrijving | De datum van de eerste dag van het correctietijdvak waarop de levering betrekking heeft.
Toelichting | Dit is altijd de eerste dag van de maand van het tijdvak.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensnaam | Datum einde (correctie) tijdvak
Identificatie | DatumEindTijdvak
Omschrijving | De datum van de laatste dag van het correctietijdvak waarop de levering betrekking heeft.
Toelichting | Dit is altijd de laatste dag van de maand van het tijdvak.
Formaat | Datum (JJJJ-MM-DD)
Gegevensgroep | Aanstellingsintrekking
Bijlage 1 — Informatieprotocol Reglement Participatiefonds › § 5 — Gegevenstabellen
§ 5 — Gegevenstabellen (deel 4)
Toelichting voor de gehele gegevensgroep | Voor een intrekking van een Aanstelling worden de daarbij behorende sleutelgegevens aangereikt.
Gegevensnaam | BurgerServiceNR van de vervanger
Identificatie | BurgerServiceNR
Omschrijving | BurgerServiceNR: een door een gemeente aan een natuurlijk persoon toegekend uniek administratief nummer.
Toelichting | Het BurgerServiceNR moet aan de volgende elfproef voldoen: 1. beschouw de cijfers op de posities van het nummer van links naar rechts als a0, a1, a2, a3, a4, a5, a6, a7 en a8. 2. het nummer voldoet aan de elfproef indien a8 gelijk is aan de restwaarde van de berekening (9*a0 + 8*a1 + 7*a2 + 6*a3 + 5*a4 + 4*a5 + 3*a6 + 2*a7) / 11. Het BurgerServiceNR moet u met 9 cijfers aanleveren. Een BurgerServiceNR dat uit minder dan 9 cijfers bestaat vult u aan met voorloopnullen. Het BurgerServiceNR 12312319 levert u aan als 012312319. Van de eerste drie posities moet er minimaal één niet een nul zijn. Het BurgerServiceNR moet bestaan en in gebruik zijn.
Formaat | N(9)
Gegevensnaam | Volgnummer van de Aanstelling
Identificatie | VolgNR
Omschrijving | Een persoon kan meerdere Aanstellingen hebben. Het volgnummer van de Aanstelling is een unieke identificatie uit de salarisadministratie voor iedere afzonderlijke aanstelling.
Toelichting | Er zijn verschillende volgnummeringen in de respectievelijke salarisadministraties. Er wordt een alfanumerieke indeling van maximaal 8 posities gehanteerd.
Formaat | X(8)