wetzoeker

Artikel 8 Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie

1 De GGD doet de Minister uiterlijk 4 weken na afloop van elk kwartaal na ontvangst van een uitkering verslag over het toegediende aantal vaccinaties.

2 Onverminderd het eerste lid informeert de GGD de Minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten en de daaraan verbonden aantallen en kosten waarvoor een uitkering is verleend.

3 Indien de GGD de infrastructuur die specifiek voor COVID-19-vaccinaties is opgebouwd, inzet voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, doet de GGD hiervan onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister.

4 De GGD draagt er zorg voor:

a. dat de organisatie, voortgang en planning van het toedienen van COVID-19-vaccinaties onder regie van het RIVM wordt uitgevoerd;

b. dat zij meewerkt aan de voorlichting over COVID-19-vaccinaties door het RIVM, die door de Minister of door een andere organisatie in opdracht van de Minister wordt uitgevoerd.

Regeling
Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
08-07-2026
BWB-id
BWBR0048308
Versie
2026-07-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl