wetzoeker

Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal

Wet van 16 maart 2021, houdende erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2021
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0045012
Versie
2021-07-01_0
SHA-256 bron
c65d38fa0f847300b2024b36f9da397b3a65ac1b0f6e87fcc50c805bfffb947c

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (14)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. Nederlandse Gebarentaal: de visueel-manuele taal die gebruikt wordt door gebarentaligen in Nederland;

b. gebarentaligen: personen die de Nederlandse Gebarentaal machtig zijn;

c. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 2

De Nederlandse Gebarentaal wordt erkend.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 3

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk 2 — Nadere bepalingen over het gebruik van de Nederlandse gebarentaal in het bestuurlijk verkeer en rechtsverkeer

Artikel 4

Gesproken berichtgeving in crisis- of noodsituaties wordt zoveel mogelijk onverwijld omgezet in de Nederlandse Gebarentaal.

Hoofdstuk 2 — Nadere bepalingen over het gebruik van de Nederlandse gebarentaal in het bestuurlijk verkeer en rechtsverkeer

Artikel 5

1 De gebarentalige die ter uitvoering van een wettelijk voorschrift mondeling een eed, belofte of bevestiging moet afleggen, is bevoegd zich, in plaats van met de wettelijk voorgeschreven woorden, met de daarmee in de Nederlandse Gebarentaal overeenkomende gebaren uit te drukken.

2 Bij ministeriële regeling kunnen de met de wettelijk voorgeschreven woorden van een eed, belofte of bevestiging corresponderende gebaren in de Nederlandse Gebarentaal worden vastgesteld.

Hoofdstuk 2 — Nadere bepalingen over het gebruik van de Nederlandse gebarentaal in het bestuurlijk verkeer en rechtsverkeer

Artikel 6

Een gebarentalige die ter terechtzitting ambtswege het woord voert dan wel verplicht is zich aan een verhoor te onderwerpen of bevoegd is het woord te voeren, is bevoegd zich te bedienen van de Nederlandse Gebarentaal.

Hoofdstuk 2 — Nadere bepalingen over het gebruik van de Nederlandse gebarentaal in het bestuurlijk verkeer en rechtsverkeer

Artikel 7

1 Indien een verdachte, partij, getuige of belanghebbende zich ter terechtzitting op de voet van artikel 6 wil bedienen van de Nederlandse Gebarentaal, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft ambtshalve of op verzoek zonodig dat bijstand wordt verleend door een tolk. Artikel 276 van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing indien het onderzoek ter terechtzitting plaatsvindt in het kader van een strafzaak.

2 De vergoeding aan de tolk die ingevolge het eerste lid is opgetreden, komt ten laste van het Rijk.

3 In afwijking van het tweede lid kan de rechter bepalen dat in een civiele zaak de vergoeding aan de tolk ten laste komt van degene op wiens verzoek bijstand door een tolk wordt verleend, indien achteraf blijkt dat de kosten voor bijstand door een tolk, nodeloos zijn aangewend.

Hoofdstuk 3 — Adviescollege Nederlandse Gebarentaal

Artikel 8

Er is een Adviescollege Nederlandse Gebarentaal, hierna te noemen: Adviescollege.

Hoofdstuk 3 — Adviescollege Nederlandse Gebarentaal

Artikel 9

1 Het Adviescollege bestaat uit vijf leden, onder wie een voorzitter en een vicevoorzitter.

2 De voorzitter, vicevoorzitter en overige leden van het Adviescollege worden, op voordracht van het Nederlands Gebarencentrum, door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen.

Hoofdstuk 3 — Adviescollege Nederlandse Gebarentaal

Artikel 10

1 Het Adviescollege heeft tot taak Onze Minister te adviseren over het bevorderen van het gebruik van de Nederlandse Gebarentaal in de samenleving.

2 Het Adviescollege doet dit in ieder geval door te adviseren over de uitvoering van het beleid als bedoeld in het artikel 3, alsmede over de behoeften en ontwikkelingen met betrekking tot de Nederlandse Gebarentaal in relatie tot deze wet.

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 11

Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 12

Onze Minister draagt zorg voor een vertaling in de Nederlandse Gebarentaal van deze wet en doet daarvan mededeling door plaatsing in de Staatscourant.

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 13

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen verschillend kan worden vastgesteld.

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 14

Deze wet wordt aangehaald als: Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal.