wetzoeker

Artikel 36 OER vernieuwde BA

Fraude

1 De examencommissie beoordeelt het rapport, bedoeld in artikel 35, achtste lid, onder a.

2 Indien op een ander moment dan tijdens het afleggen van de toets het vermoeden rijst dat sprake is van fraude of bij de stagiaire met betrekking tot enig onderdeel van de toetsen anderszins onregelmatigheden worden geconstateerd, wordt de zaak aan de examencommissie voorgelegd. De examencommissie maakt van haar bevindingen een rapport op.

3 De voorzitter van de examencommissie zendt een stagiaire een afschrift van het rapport, waartegen hij zich schriftelijk kan verweren. De examencommissie stelt de stagiaire in de gelegenheid om gehoord te worden.

4 In geval van fraude, kan de examencommissie als het resultaat van een toets vaststellen dat deze geen beoordeling heeft gekregen, en een stagiaire gedurende een door haar te bepalen termijn van ten hoogste een jaar het recht ontnemen één of meer door haar aan te wijzen toetsen af te leggen. Bij ernstige fraude kan de algemene raad, op voorstel van de examencommissie, de inschrijving van een stagiaire voor de beroepsopleiding advocaten definitief beëindigen.

5 Staat de fraude onherroepelijk vast, dan wordt in het digitale dossier van een stagiaire vastgelegd dat hij heeft deelgenomen aan een toets maar wegens fraude geen beoordeling heeft ontvangen.

Regeling
OER vernieuwde BA
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0044517
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl