wetzoeker

Spoedreparatiewet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen

Wet van 24 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en enkele andere wetten in verband met het doorvoeren van enkele noodzakelijke reparaties en andere kleine wijzigingen (Spoedreparatiewet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
Rechtsgebied
Procesrecht, Strafprocesrecht
Ministerie
Justitie en Veiligheid
BWB-id
BWBR0043800
Versie
2025-07-01_0
SHA-256 bron
6770bba20074066024193209552a8e29ed3bf909901502e64343e1ed94acd18b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (13)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI
  12. Artikel XII
  13. Artikel XIII

Artikel I

Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.

Artikel II

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Artikel III

Wijzigt de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

Artikel IV

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel V

Wijzigt de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie.

Artikel VI

Wijzigt de Wet straffen en beschermen.

Artikel VII

Wijzigt de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen.

Artikel VIII

Wijzigt deze wet.

Artikel IX

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht en de Wet verwijzingsportaal bankgegevens.

Artikel X

Vervallen

Artikel XI

Een voor de inwerkingtreding van deze wet op grond van het Wetboek van Strafvordering bevolen tenuitvoerlegging vanwege overtreding van de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, wordt, behoudens de gevallen waarin op grond van artikel 6:6:20 van dat wetboek is besloten tot voorlopige tenuitvoerlegging, pas ten uitvoer gelegd nadat onherroepelijk is komen vast te staan dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Indien na aanwending van een rechtsmiddel niet onherroepelijk komt vast te staan dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, vervalt een gegeven bevel tot tenuitvoerlegging van rechtswege. In die gevallen is artikel 537 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.

Artikel XII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel XIII

Deze wet wordt aangehaald als: Spoedreparatiewet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen.