wetzoeker

Artikel 14 Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers

Bloedonderzoek

1 Bij de bloedafname, bedoeld in artikel 13, eerste lid, is een opsporingsambtenaar aanwezig, die:

a. van de bloedafname een proces-verbaal opmaakt dat hij voorziet van een sporenidentificatienummer en de naam, het geslacht, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland en het burgerservicenummer van de verdachte, of, indien deze gegevens van de verdachte onbekend zijn, andere gegevens waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld,

b. een eventueel door de arts of verpleegkundige afgelegde schriftelijke verklaring over de door hem gedane waarnemingen ten aanzien van de verdachte als bijlage bij het proces-verbaal, bedoeld onder a, voegt,

c. ervoor zorgt dat ieder buisje met bloed voorzien is van een sporenidentificatienummer, en

d. ervoor zorgt dat de buisjes of het buisje met bloed binnen vier weken in een bij ministeriële regeling voorgeschreven verpakking die hij van een of meer fraudebestendige sluitzegels of een fraudebestendige afsluiting heeft voorzien, worden of wordt bezorgd bij het laboratorium, bedoeld in artikel 15, tweede lid.

2 De opsporingsambtenaar wijst de verdachte bij de bloedafname erop dat hij het recht op tegenonderzoek heeft, indien het verslag van het bloedonderzoek, bedoeld in artikel 17, eerste lid, het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte of het gehalte van een of meer van de middelen, bedoeld in artikel 3, in het bloed van de verdachte hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in artikel 4, tenzij de bloedafname in het kader van een tegenonderzoek geschiedt.

3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de omstandigheden waaronder de buisjes of het buisje met bloed worden bewaard en vervoerd.

Regeling
Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0038778
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl